Orgel. Beiaard. Restaureren, herstellen en onderhouden muziekinstrument. Erkenning als aannemer. Geregistreerd aannemer. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

19 7 november 1988

Zoeken

Orgel. Beiaard. Restaureren, herstellen en onderhouden muziekinstrument. Erkenning als aannemer. Geregistreerd aannemer.Orgel. Beiaard. Restaureren, herstellen en onderhouden muziekinstrument. Erkenning als aannemer. Geregistreerd aannemer. Werk in onroerende staat. Kerk. Onroerend goed door bestemming. Orgelbouwer. Orgelrestaurateur. Turnmateriaal in een onderwijsinstelling. Godsdienstig gebouw. Restauratie van monumenten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/19-orgel-beiaard-restaureren-herstellen-onderhouden-dd8b

Nummer
19
Datum
7 november 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1988-1989 blz. 517

Orgel - Beiaard - Restaureren, herstellen en onderhouden muziekinstrument - Erkenning als aannemer - Geregistreerd aannemer - Werk in onroerende staat - Kerk - Onroerend goed door bestemming - Orgelbouwer - Orgelrestaurateur - Turnmateriaal in een onderwijsinstelling - Godsdienstig gebouw - Restauratie van monumenten

VRAAG

De besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning van aannemers, bepaalt dat sommige werken in opdracht van openbare besturen slechts mogen gegund worden aan aannemers, die over een bijzondere en voorafgaande erkenning beschikken .

Het koninklijk besluit van 9 augustus 1982, getroffen in uitvoering van de besluitwet van 3 februari 1947, bepaalt dat de erkenning alleen vereist is voor werken aan goederen onroerend door aard, dus niet voor goederen onroerend door bestemming.

Orgels zijn niet op zulkdanige wijze geïncorporeerd in de gebouwen (kerken) dat het wegnemen, het uit elkaar nemen of het vervangen niet zou kunnen gebeuren zonder het orgel zelf of het gedeelte van het gebouw waarin het zich bevindt te breken of te beschadigen en derhalve zijn ze onroerend door bestemming.

Deze interpretatie wordt toegepast door het Ministerie van Financiën, diensten van de BTW, ingevolge een ministeriële nota van 17 november 1983. Orgels worden voor de toepassing van de BTW-reglementering door deze diensten beschouwd als niet onroerend uit hun aard en derhalve worden ze onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde tegen het tarief van 19 pct.

Ook de dienst van de fiscale coördinatie van het Ministerie van Financiën is van oordeel dat, volgens de gevestigde rechtsleer en rechtspraak, een orgel in een kerk onroerend is door bestemming en dat derhalve een orgelbouwer of -restaurateur geen enkele behoefte heeft aan de registratie als aannemer. Dezelfde interpretatie wordt ter zake gegeven in het boek De registratie van de aannemer (Die Keure, 1979) van professor M. Senelle.

De registratie is wel vereist voor werken aan een uit zijn aard onroerend goed.

Op blz. 25 en 26 van hoger vermelde studie vermeldt professor Senelle als voorbeelden van werken waarvoor geen registratie vereist is :

a) levering met plaatsing van turnmateriaal in onderwijsinstellingen, zelfs indien het materiaal vastgemaakt is aan het gebouw;

b) levering van schoolborden ook indien bevestigd aan de muur;

c) levering met plaatsing van orgels in een kerk of elk ander godsdienstig gebouw;

d) levering met plaatsing van beiaarden, kerkklokken en onderdelen daarvan.

Voor het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van deze goederen is evenmin een registratie vereist.

Het lijdt derhalve geen twijfel dat voor het Ministerie van Financiën, zowel wat de BTW als de registratie der aannemers betreft, het leveren, het plaatsen, het restaureren en het onderhouden van orgels en beiaarden beschouwd en belast worden als werken aan goederen onroerend door bestemming en niet door aard.

Kan de geachte Minister mij derhalve bevestigen of ingevolge deze interpretatie voor het leveren, plaatsen, restaureren, herstellen en onderhouden van orgels en beiaarden, de erkenning van de aannemers, zoals voorzien in de besluitwet van 1947, niet vereist is ?

ANTWOORD

De problematiek betreffende het al dan niet vereist zijn van een erkenning voor het vervaardigen en restaureren van orgels is niet nieuw en maakte recent nog het voorwerp uit van een grondig onderzoek vanwege de Commissie voor de erkenning van de aannemers.

Het is immers zo dat enerzijds de bedoelde activiteit expliciet wordt vermeld onder de werken die in het ministerieel besluit van 1 april 1983 tot nadere bepaling van de erkenningscategorieën worden gerangschikt in de ondercategorie D24 "restauratie van monumenten", terwijl anderzijds, volgens een interpretatie door het Ministerie van Financiën, een orgelbouwer of -restaurateur geen behoefte heeft aan de registratie als aannemer.

Deze interpretatie is gesteund op de mening dat het wegnemen, het uit elkaar nemen of het vervangen van de bestanddelen kan gebeuren zonder het orgel zelf of het gedeelte van de onroerende goederen waaraan zij verbonden zijn, te breken of te beschadigen.

Steeds volgens dezelfde gedachtengang wordt blijkbaar verondersteld dat, aangezien het toepassingsgebied van de erkenningsreglementering, zoals bepaald in artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 augustus 1982, grotendeels analoog is met dat van de registratie, er voor het leveren, plaatsen, restaureren, herstellen en onderhouden van orgels dan ook geen erkenning vereist is.

Uit het onderzoek van de Commissie is evenwel gebleken dat de voormelde werken, gelet op de incorporatie van monumentale orgels in historische gebouwen (meestal kerken) praktisch niet te realiseren zijn, zonder de plaatsen waar het orgel met het gebouw is verbonden te beschadigen. Meerdere voorbeelden werden geciteerd van kerken waar het orgelpositief werd ingebouwd in de balustrade van het doksaal.

De Commissie is hiermede het standpunt bijgetreden van de auteurs van de erkenningsreglementering die, zoals hogervermeld dergelijke werken rangschikten in de ondercategorie D24.

Terloops wens ik er bovendien op te wijzen dat bij gelegenheid van hetzelfde onderzoek bepaalde commissieleden, die tevens lid zijn van een provinciale registratiecommissie, verklaarden dat de aannemers van deze werken wel degelijk voor registratie in aanmerking komen. Ik ben dan ook van mening dat voor het uitvoeren van de bedoelde werken, waarvan de kostprijs één miljoen frank overtreft er wel degelijk een erkenning vereist is en er momenteel geen aanleiding toe bestaat om op dit punt de reglementering te wijzigen .

Wat betreft het herstellen, restaureren of onderhouden van beiaarden, ben ik van oordeel dat, niettegenstaande deze werken niet als voorbeeld in de omschrijving van de ondercategorie D24 werden opgenomen, deze er naar analogie eveneens moeten in ondergebracht worden. Ter zake werd door de Commissie trouwens reeds rechtspraak gevormd.