Vr. en Antw., Senaat
Belastingtegoed - Tijdstip waarop de schuldvordering lastens de Staat definitief wordt - Moratoire interesten
VRAAG
Herhaaldelijk blijkt uit een BTW-aangifte dat er voor de belastingplichtige een aanzienlijk batig saldo bestaat. Het bestuur verricht een controle voordat ze dat saldo terugbetaalt. Als de controle aanleiding geeft tot een rechtzetting, past het bestuur verwijlinterest en boeten toe, ook al blijkt het uiteindelijk saldo gunstig voor de belastingplichtige.
Het is verbijsterend dat de Staat, die geld verschuldigd is, de terugbetaling uitstelt en dan nog interest en boeten eist hoewel hij reeds over hogere bedragen beschikt.
Hoe kan het bestuur van de BTW verwijlinterest eisen van iemand wiens lopende rekening bij dat bestuur een creditsaldo vertoont?
ANTWOORD
Het belastingtegoed dat blijkt uit een periodieke BTW-aangifte en waarvoor, binnen de gestelde termijn, teruggaaf wordt gevraagd, vormt slechts een definitieve schuldvordering lastens de Staat wanneer de toestand van de belastingplichtige, op het stuk van de toepassing van de BTW in zijn geheel beschouwd, als regelmatig kan worden aangemerkt.
Wanneer, ter gelegenheid van een controle, onregelmatigheden worden vastgesteld die de verschuldigdheid van belasting, boeten en interesten tot gevolg hebben, wordt het belastingkrediet met het passende bedrag verminderd zodat het saldo de definitieve schuldvordering lastens de Staat vormt.
Ten aanzien van het aldus aangepaste belastingtegoed zijn krachtens artikel 91, § 3, van het BTW-Wetboek, interesten verschuldigd wanneer het niet bij het verstrijken van de in artikel 76, 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek bepaalde termijn is terugbetaald.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.