Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 19, blz. 2026-2027
BTW-Revue nr. 120, blz. 353
Aftrekregeling voor banken en financiële instellingen.
VRAAG
België werd onlangs uitgenodigd zijn bestuurspraktijk in verband met de berekening van het aftrekbare aandeel van de BTW voor financiële instellingen te wijzigen.
1. In welk gepubliceerd document wordt het door de Europese Commissie gelaakte administratieve standpunt uiteengezet ?
2. Hoeveel bedraagt de belasting die de financiële instellingen op die manier sinds 1 januari 1985 tot 31 december 1994 hebben bespaard ?
3. Hoeveel moet de Belgische Staat aan de EU terugstorten als verlies van eigen middelen tengevolge van die administratieve interpretatie ?
ANTWOORD
1. De in de bank- en financiële sector geldende aftrekregeling zoals deze in België werd toegepast, steunt op de beginselen die voor alle belastingplichtigen gelden die zowel handelingen stellen die recht op aftrek verlenen als andere handelingen.
Het door de Administratie met betrekking tot de aftrekregeling voor banken en financiële instellingen ingenomen standpunt dat door de Europese Commissie werd betwist, betrof enkel de in de noemer van de breuk ter bepaling van het algemeen verhoudingsgetal op te nemen omzet met betrekking tot de kredietverrichtingen.
Volgens de Europese Commissie dient namelijk als omzet inzake kredietverrichtingen het bruto-bedrag van de ontvangen interesten te worden aangemerkt terwijl de Administratie als omzet het positieve verschil tussen de ontvangen en de betaalde interesten beschouwde.
Dat door de Administratie eerder ingenomen standpunt werd getroffen in samenspraak met de beroepsvereniging van betreffende instellingen.
Thans heeft de Administratie de aanschrijving nr. 10/1995 gepubliceerd waarin de aftrekregeling ten aanzien van banken en financiële instellingen uitvoerig wordt toegelicht.
2. De Administratie beschikt momenteel nog niet over de nodige gegevens met betrekking tot het nieuwe aftrek pro-rata om een raming te maken van het bedrag aan BTW dat door de banken in het verleden te veel in aftrek werd gebracht.
3. Zoals reeds in vorige alinea werd vermeld, beschikt de Administratie nog niet over de gegevens die haar moeten in staat stellen het juiste bedrag aan eigen middelen uit BTW te bepalen dat aan de Europese Unie moet worden afgestaan. Momenteel werd evenwel reeds een voorlopig bedrag aan eigen middelen aan de Europese Unie overgemaakt voor de jaren 1989 tot en met 1994 om te vermijden dat er interesten moeten worden betaald.
Voor de periode vóór 1 januari 1989 moeten, gelet op de terzake bepaalde verjaringstermijnen, geen eigen middelen worden afgedragen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.