Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-59, blz. 3288-3291
Verlaagd BTW-tarief - Werken in onroerende staat
VRAAG
1. Koelruimten en koeletalages
Is de levering met installatie van industriële koelruimten, bestaande uit geprefabriceerde panelen die geassembleerd zijn met behulp van schuifsluitingen en die naar gelang van de oppervlakte van de koelcel op een houten dan wel op een betonnen sokkel die door de klant zelf gemonteerd worden of in te bouwen zijn, een bouwwerkzaamheid voor de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 ter uitvoering van het BTW-Wetboek?
Is de levering met installatie van koeletalages en -toonbanken die op zichzelf staan als ze in een etalage of op de vloer worden geplaatst, een bouwwerkzaamheid voor de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 ter uitvoering van het BTW-Wetboek?
2. In te bouwen haarden
Is de levering met installatie van een in te bouwen haard, gepaard gaand met een veeleer kleine bouwwerkzaamheid, een bouwwerkzaamheid voor de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 ter uitvoering van het BTW-Wetboek?
Is de levering met installatie van wandkasten in de woonruimten en de slaapkamers, zelfs wanneer ze helemaal op maat van de muur gemaakt zijn of wanneer ze met bouten of spijkers aan de vloer, een speciaal ontworpen rek dat ze ondersteunt of een muur waar ze tegen leunen, zijn bevestigd, een bouwwerkzaamheid voor de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 ter uitvoering van het BTW-Wetboek?
3. Borden met lichtreclame
Zijn de levering van een bord met lichtreclame en het aanbrengen ervan tegen een gebouw alsook de aansluiting ervan op de bestaande elektrische installatie bouwwerkzaamheden voor de toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 ter uitvoering van het BTW-Wetboek?
ANTWOORD
Het geachte lid vindt hierna de antwoorden op de gestelde vragen.
1. Koelkamers en koelvitrines
De regeling van de verlegging van de heffing ingesteld bij artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde is, benevens voor bepaalde handelingen die op beperkende wijze zijn opgesomd, enkel van toepassing voor werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek.
Een demonteerbare koelkamer bestaande uit geprefabriceerde losse panden (vaak vervaardigd volgens standaardafmetingen) die aan elkaar worden gehecht door middel van treksluitingen of op een andere wijze geplaatst op een houten of betonnen sokkel, wordt door het feit van haar plaatsing in het gebouw niet onroerend van aard. De levering met plaatsing van dergelijke koelkamer is bijgevolg niet bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1.
De levering met plaatsing van een koelkamer in een gebouw (bijvoorbeeld een loods) waarbij de panelen in feite de muren en het plafond ervan vormen, is daarentegen een handeling die wel is bedoeld in voormeld artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1. Dit is eveneens het geval wanneer de panelen van de koelkamer rechtstreeks deel uitmaken van de structuur van de constructie zodanig dat ze zowel de binnen- als de buitenmuren ervan vormen.
Overigens maken koelvitrines, koelkasten en koeltoonbanken normaal geen gei¨ntegreerd deel uit van het gebouw waarin ze zijn geplaatst en behouden integendeel na plaatsing in de regel hun individualiteit, zelfs wanneer ze zijn bevestigd aan het etalageraam of aan de vloer. De levering met plaatsing alsmede de onderhoudsen herstellingswerken van deze koelvitrines, -kasten en -toonbanken behoren niet tot het toepassingsgebied van voormeld artikel 20.
De compressor of de koudevoortbrengende groep - ongeacht of hij betrekking heeft op een demonteerbare koelkamer, een koelvitrine, koelkast of een koeltoonbank en ongeacht of hij geplaatst is in de nabijheid van de koelkamer, -vitrine, -kast of -toonbank of in de kelder - wordt door het feit van zijn plaatsing in de regel niet onroerend uit zijn aard, en de handelingen die op deze compressor of koudevoortbrengende groep betrekking hebben, worden evenmin bedoeld in voormeld artikel 20. De bepalingen van dit artikel zijn evenmin van toepassing op de leveringen met plaatsing, alsook het onderhoud en de herstelling van leidingen en hun toebehoren (kranen, enz.), van kabels en elektrische draden, eenvoudig vastgehecht aan het gebouw, die de compressor of de koudevoortbrengende groep verbinden aan de koelkamer of aan de koelinstallatie en aan de sanitaire en elektrische installaties van het gebouw.
2. Inzethaarden en wandkasten
In principe kan de levering met plaatsing van een inzetkachel of inzethaard slechts worden aangemerkt als een onroerende handeling bedoeld in artikel 20 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1, wanneer de inzetkachel of inzethaard wordt ingelijfd in een open haard of sierschouw of, met andere woorden, als hij zodanig wordt geplaatst dat hij een onafscheidelijk deel uitmaakt van de open haard of sierschouw en hij achteraf niet meer kan worden verwijderd zonder de haard of sierschouw af te breken.
Bij wijze van vereenvoudiging gaat de administratie ervan uit dat de levering van een inzetkachel of inzethaard met plaatsing ervan in de opening van een al dan niet reeds bestaande open haard of sierschouw, derwijze dat de haard of kachel die opening, in voorkomend geval na aanpassing (bijvoorbeeld na isolatie, afsluiten door metselwerk of door het aanbrengen van een sierplaat, enz.), volledig vult en aldus één geheel vormt met die open haard of sierschouw, wordt aangemerkt als een onroerende handeling.
In alle andere gevallen is de levering met of zonder plaatsing van inzetkachels of inzethaarden niet bedoeld in voormeld artikel 20.
Wat de handeling betreft die de levering met plaatsing van opbergkasten en wandkasten in een gebouw tot voorwerp heeft, kan deze, afgezien van levering met aanhechting aan een gebouw van opbergkasten waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust - handeling die uitdrukkelijk in deze bepaling is bedoeld slechts onder het toepassingsveld van voormeld artikel 20 vallen als deze kasten op zodanige wijze worden geplaatst dat ze onroerend uit hun aard worden in de zin van artikel 518 van het Burgerlijk Wetboek. Meubilair wordt bij plaatsing in een gebouw in principe niet onroerend uit zijn aard, ook al is het vervaardigd volgens de afmetingen van een muur en ongeacht overigens de wijze van aanhechting aan het gebouw.
Onroerendmaking uit zijn aard wegens inlijving in een gebouw doet zich evenwel voor in de twee volgende gevallen:
1° wanneer een reeks kasten, speciaal daarvoor ontworpen en gemaakt, definitief aangehecht aan het gebouw, een scheidswand vormt tussen twee vertrekken. In dit geval behelst de onroerendmaking uit zijn aard ook de binneninrichting van deze kastenscheidswanden (bekleding, schotten, leggers);
2° wanneer een opbergkast definitief is ingelijfd in een speciaal daartoe voorziene ruimte in de constructie.
In dit tweede geval is vereist dat een ruimte - dat wil zeggen een nis - speciaal in een muur (of, desgevallend, in het dak) is ontworpen en ingericht met als enige specifieke doel het plaatsen van een opbergkast derwijze dat het bestaan van de ruimte zonder dergelijke opbergkast nutteloos zou zijn en zelfs een invloed zou hebben op het esthetisch aspect van het vertrek dat onafgewerkt zou blijken te zijn. Het is eveneens noodzakelijk dat deze opbergkast gemaakt wordt in functie van deze ruimte (dus op maat gemaakt) en dat ze definitief ingelijfd is, hetgeen inhoudt:
- dat de kast niet bestemd is om te worden verwijderd ingeval het gebouw zou worden verkocht of verhuurd;
- dat ze in geen geval kan worden verwijderd zonder beschadiging en dat ze in de veronderstelling van verwijdering als dusdanig niet als gewone kast zou kunnen dienen wegens haar bijzondere kenmerken en inzonderheid wegens de onafgewerkte staat van de ingelijfde delen van de opbergkast.
3. Lichtreclames
Lichtreclames, evenals al dan niet verlichte reclamepanelen, aangehecht aan een gebouw of geplaatst op het dak van een gebouw, zijn volgens de jurisprudentie niet onroerend uit hun aard. Wanneer een overeenkomst de levering met plaatsing of enkel de plaatsing van deze lichtreclames of -panelen tot voorwerp heeft, kan bijgevolg de regeling van de verlegging van de heffing bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 niet van toepassing zijn. Wanneer de installateur bij deze plaatsing een elektrische bedrading legt die de lichtreclame verbindt met de zekeringskast van het gebouw, is de regeling van de verlegging van de heffing evenmin van toepassing. Het onderhoud en de herstelling van betreffende lichtreclames en de vervanging van bepaalde onderdelen ervan volgen dezelfde regeling.
Bepaalde lichtreclames, evenals bepaalde al dan niet verlichte reclamepanelen, kunnen evenwel onroerend uit hun aard zijn wanneer ze een constructie vormen die op palen of een voetstuk ingelijfd is in de grond. Het betreft in casu altijd feitenkwesties die geval per geval moeten worden beoordeeld. Anderzijds, wanneer een overeenkomst enkel de vervanging van de lampen en/of de starters van betreffende goederen tot voorwerp heeft, kan de regeling van de verlegging van de heffing in geen geval worden toegepast.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.