Verlaagd btw-tarief voor verbouwingswerken aan woningen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1815 19 augustus 2023

Zoeken

Verlaagd btw-tarief voor verbouwingswerken aan woningen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1815-verlaagd-btw-tarief-verbouwingswerken-woningen-59bf

Nummer
1815
Datum
19 augustus 2023

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1815 van de heer Josy Arens d.d. 19.08.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/131 d.d. 20.03.2024, blz. 175

Vraag nr. 1815 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 19 december 2023 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Verlaagd btw-tarief voor verbouwingswerken aan woningen.

VRAAG

Volgens bijlage III, 10, van richtlijn 2006/112/EG mag België een verlaagd btw-tarief toepassen op "renovatie en verbouwing, met inbegrip van afbraak en heropbouw, en herstelling van huisvesting en particuliere woningen".

1. Kan men uit de formulering "met inbegrip van" niet afleiden dat, vanaf het moment waarop België gekozen heeft voor de regeling waarbij het toegestaan is om een verlaagd btw-tarief toe te passen op renovatiewerken, er ook een verlaagd btw-tarief geldt voor heropbouwwerken?

2. Is het inderdaad niet zo dat renovatiewerken in de praktijk noodgedwongen een heropbouw impliceren, zoals in de richtlijn vermeld wordt?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 12.03.2024:

De btw-richtlijn heeft inzake tarieven een ingrijpende wijziging ondergaan. De richtlijn die die hervorming invoert, is op 6 april 2022 in werking getreden. Ze heeft met name de punten 10 en 10bis van bijlage III bij de btw-richtlijn vervangen en voorziet nu in punt 10 de mogelijkheid voor de lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor de "levering en bouw van in het kader van sociaal beleid verstrekte huisvesting, als omschreven door de lidstaten; renovatie en verbouwing, met inbegrip van afbraak en heropbouw, en herstelling van huisvesting en particuliere woningen; verhuur van onroerend goed voor residentieel gebruik".

Vooreerst is het belangrijk om te benadrukken dat de tarifaire regeling voor werken van afbraak en heropbouw met betrekking tot woningen vereenvoudigd en geharmoniseerd is voor het hele Belgische grondgebied. Rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 voorziet, vanaf 1 januari 2024 en onder voorbehoud van twee overgangsmaatregelen voor lopende projecten, in de toepassing van een btw-tarief van 6 % voor de werken van afbraak en heropbouw van dergelijke woningen wanneer die gebouwen na voltooiing van de werken worden gebruikt als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning (op voorwaarde dat het gebouw geen bewoonbare oppervlakte heeft van meer dan 200 m²) of wanneer ze worden bestemd voor een langdurende verhuur in het kader van het sociaal beleid.

Deze in voormelde rubriek XXXVII doorgevoerde harmonisatie, werd tot stand gebracht door artikel 58 van de programmawet van 22 december 2023.

De voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief op de werken van afbraak en heropbouw aan woningen zijn evenwel over het algemeen strenger dan die voor renovatiewerken aan privéwoningen, bijv. met betrekking tot de maximale oppervlakte van het gerenoveerde gebouw of de feitelijke bestemming ervan na de werken.

In het kader van het voorontwerp van deze programmawet, heeft de Raad van State vragen gesteld over de Europese rechtsgrondslag voor de eventuele toepassing van een verlaagd btw-tarief op werken in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen en over de verenigbaarheid tussen de verschillende tarifaire regelingen die in België ter zake van toepassing zijn, al naargelang het renovatiewerken betreft die doorgaans onderworpen zijn aan het tarief van 6 % dan wel afbraak- en heropbouwwerken die onderworpen zijn aan het tarief van 6 % onder de hierboven vermelde voorwaarden.

Zoals aangegeven tijdens de Parlementaire werkzaamheden met betrekking tot die programmawet, heeft de recente herwerking van punt 10 van bijlage III bij de btw-richtlijn tot gevolg dat zowel renovatie enerzijds, als afbraak en heropbouw van privéwoningen anderzijds, onder hetzelfde punt 10 van bijlage III vallen. Het samenvoegen van die twee categorieën onder dezelfde rubriek is eenvoudigweg het gevolg van een vorm van legistieke rationalisering, waarbij die intrinsiek verschillende handelingen beide op woningen betrekking hebben.

Het gebruik van de term "met inbegrip van" duidt in die context uitsluitend op de verwantschap tussen renovatie enerzijds en afbraak en heropbouw anderzijds, in die zin dat beide concepten een werk in onroerende staat uitmaken dat betrekking heeft op een bestaande woning. Tegelijk bestaat er evenwel een essentieel verschil tussen beide concepten in die zin dat renovatie wordt verricht aan en met behoud van het bestaande gebouw, terwijl bij afbraak en heropbouw het bestaande gebouw wordt verwijderd en vervangen door een nieuw gebouw. Enerzijds verantwoordt de gedeeltelijk intrinsieke verwantschap aldus de tekstuele associatie in de Europese regelgeving, de gedeeltelijk intrinsieke verschillen verantwoorden anderzijds de tarifaire differentiatie (qua tarief en/of toepassingsmodaliteiten) in de nationale regelgeving van de lidstaten.

In die context heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de bepalingen van het toepasselijke btw-tarief op handelingen vermeld in bijlage III bij de btw-richtlijn benadrukt dat het toekomt aan de lidstaten, met inachtneming van het beginsel van fiscale neutraliteit inherent aan het gemeenschappelijk stelsel van de btw, om nauwkeuriger te bepalen welke leveringen van goederen en diensten die zijn opgenomen in de categorieën van bijlage III bij de btw-richtlijn, onder het verlaagde tarief vallen (zie in dit verband de uitspraken van 11 september 2014, Oy,C-219/13, EU:C:2014:2207, punt 23, van 22 april 2021, Dyrektor Izby Administracji Skarbowej w Katowicach, C 703/19, EU:C:2021:314, punt 40, en van 5 oktober 2023, YD, C-146/22, ECLI:EU:C:2023:739, punt 36).

In één van haar uitspraken heeft het Hof vastgesteld dat "niets in de tekst [van de artikelen 96 en 98 van de btw-richtlijn] voorschrijft [dat deze bepalingen aldus moeten worden] uitgelegd dat het verlaagde tarief slechts geldt indien het betrekking heeft op alle aspecten van een categorie van diensten vermeld in [bijlage III] bij dezelfde richtlijn, zodat een selectieve toepassing van een verlaagd tarief niet kan worden uitgesloten op voorwaarde dat dit geen gevaar voor verstoring van de mededinging oplevert". In hetzelfde arrest verklaart het Hof dat "de lidstaten de mogelijkheid hebben om een verlaagd btw-tarief toe te passen op concrete en specifieke aspecten van een in bijlage [III bij de btw-richtlijn] genoemde categorie van prestaties". Ze concludeert dat "De aldus aan de lidstaten toekomende mogelijkheid om het verlaagde btw-tarief selectief toe te passen vindt met name haar rechtvaardiging in de overweging dat, aangezien dit tarief de uitzondering vormt, de beperking van de toepassing ervan tot concrete en specifieke aspecten in overeenstemming is met het beginsel dat uitzonderingen of afwijkingen strikt moeten worden uitgelegd" (zie het arrest van 6 mei 2010, Commissie/Frankrijk, C-94/09, EU:C:2010:253, punten 25, 26 en 29).

Naast het feit dat men in casu moet overwegen dat renovatie en afbraak en heropbouw van privéwoningen fundamenteel verschillende handelingen zijn in hoofde van de gemiddelde consument, heeft de Belgische wetgever het recht om verschillende voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief op deze handelingen op te leggen, op grond van het feit dat deze verschillende handelingen concrete en specifieke aspecten vormen van punt 10 van bijlage III bij de btw-richtlijn, zonder dat dergelijke onderscheiden het beginsel van fiscale neutraliteit in gevaar brengen.

Zo zijn renoveren en heropbouwen in hoofde van de opdrachtgever (de gemiddelde consument van wie het Hof uitgaat bij het beoordelen van de vergelijkbaarheid van de betrokken goederen of diensten) radicaal verschillend wat betreft de omvang van de uitgevoerde werken, de benodigde tijd voor voltooiing, de kosten en de administratieve en wettelijke formaliteiten die moeten worden vervuld. Op die manier voldoen die handelingen niet aan dezelfde behoeften van de gemiddelde consument in de zin van de rechtspraak van het Hof, wat de toepassing van verschillende voorwaarden tussen deze twee tarifaire gunstregelingen mogelijk maakt.

Aangehaalde teksten

7