Ingebruikneming van een nieuwbouw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

180 19 maart 1980

Zoeken

Ingebruikneming van een nieuwbouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/180-ingebruikneming-nieuwbouw-swaelen-nieuw-gebouw-2147

Nummer
180
Datum
19 maart 1980

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Ingebruikneming van een nieuwbouw

VRAAG

Overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek der inkomstenbelastingen wordt de onroerende voorheffing van nieuw gebouwde onroerende goederen een eerste maal ingekohierd voor het jaar volgend op het jaar van de ingebruikneming. Tot 31 december van het jaar volgend op het jaar van eerste inkohiering kan een nieuw gebouw verkocht worden onder het BTW-regime (art. 9, § 3, BTW-Wetboek).

Het is derhalve van groot belang te weten wanneer de ingebruikneming van een nieuwbouw plaatsvindt, in het bijzonder voor vastgoedhandelaars die onroerende goederen oprichten of laten oprichten met het oog op de wederverkoop. Als gevolg van de stagnatie op de immobiliënmarkt zijn er vastgoedhandelaars, die nieuw opgerichte onroerende goederen (bijvoorbeeld appartementen aan de kust) in voorraad hebben waarvoor momenteel geen kopers zijn.

Mijns inziens kan er geen sprake zijn van ingebruikneming van een nieuwbouw zolang een onroerend goed (afgewerkt en opgeleverd) leeg staat met het oog op de verkoop. Er is slechts ingebruikneming op het ogenblik dat de nieuwbouw verhuurd zou worden of door de vastgoedhandelaars (of eigenaar) zelf effectief in gebruik genomen zou worden (bijvoorbeeld als kantoorruimte).

Slechts vanaf dat ogenblik (verhuur of effectief zelfgebruik) is er mijns inziens een ingebruikneming waardoor de inkohiering van de onroerende voorheffing zal volgen voor het erop volgende jaar en het betreffende onroerende goed met BTW kan verkocht worden tot 31 december van het jaar dat volgt op dit jaar van eerste inkohiering.

Graag vernam ik van de achtbare Minister of hij het met de bovenstaande zienswijze eens is?

ANTWOORD

Ik ben het eens met de zienswijze van het geacht Lid.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 91 voorkomen