Kamer, Integraal verslag - Commissie voor Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 659 d.d. 10.05.2017, blz. 17
De herzieningstermijn inzake de btw op gebouwen
Luk Van Biesen: Mijnheer de minister, volgens de Btw-handleiding, meer bepaald het randnummer 394, beschouwt de btw-administratie het vergroten van een loods en het toevoegen van aanhorigheden aan gebouwen die voor beroepsdoeleinden worden gebruikt als veranderingen en verbeteringen aangebracht aan een bedrijfsmiddel. De herzieningstermijn inzake btw voor veranderingen en verbeteringen aan bestaande bedrijfsmiddelen bedraagt vijf jaar.
Het komt inderdaad vaak voor dat bestaande bedrijfsgebouwen worden uitgebreid. Ik geef twee voorbeelden. Ten eerste, een werkplaats of opslagruimte wordt vergroot door toevoeging van een bijkomende zijbeuk. Ten tweede, een industriegebouw wordt uitgebreid met een bureaugedeelte.
De kenmerken van beide typevoorbeelden zijn per hypothese identiek. Ik verduidelijk.
Ten eerste, de structuur van de bestaande gebouwen wordt niet gewijzigd, behoudens uiteraard het maken van de noodzakelijke doorgang tussen het bestaande en het nieuwe gedeelte van het gebouw.
Ten tweede, door vergroting van het bestaande gebouw wordt de oppervlakte niet verdubbeld.
Ten derde, de bijgebouwde gedeelten kunnen niet los functioneren van de bestaande gedeelten, waar ze aldus functioneel één mee zijn.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat in de aangehaalde typevoorbeelden de herzieningstermijn van toepassing op de uitbreiding telkens vijf jaar bedraagt? Zo niet, kunt u ons uw motivering met betrekking tot die beslissing meedelen? Waarom is de herzieningstermijn van vijf jaar dan niet van toepassing?
Minister Johan Van Overtveldt: Bij het oprichten van een gebouw is er een herzieningstijdvak van vijftien jaar. Bij het omvormen en verbeteren van een gebouw is dat beperkt tot vijf jaar, tenzij de uitgevoerde werken zo belangrijk zijn dat er in feite een nieuw gebouw ontstaan is. Zo kunnen bepaalde werkzaamheden met betrekking tot gebouwde onroerende goederen wegens hun aard en omvang aanleiding geven tot de totstandkoming van een nieuw gebouw, zelfs indien de oppervlakte niet wijzigt.
Het onderscheid tussen omvormings- en verbeteringswerken en de totstandkoming van een nieuw gebouw is daardoor een feitenkwestie. Wanneer een constructie wordt opgericht die paalt aan een bestaand gebouw, zal onder meer worden nagegaan of deze nieuwe constructie inzake aanwending één geheel vormt met het bestaand gebouw en of dat nieuw gedeelte al dan niet onafhankelijk kan functioneren van het oude gedeelte. Het feit dat er geen afzonderlijk kadastraal inkomen aan wordt toegekend of dat er een doorgang wordt gemaakt, is op zich niet doorslaggevend.
De beoordeling gebeurt uiteindelijk op basis van een geheel van feitelijke elementen. Wanneer u een concreet geval beoogt, laat ik dat graag door mijn administratie onderzoeken, rekening houdend met het voorgaande.
Luk Van Biesen: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.