Wet op de boekhouding. Kleine en middelgrote ondernemingen. Totalisatie van de boeken. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

178 17 augustus 1990

Zoeken

Wet op de boekhouding. Kleine en middelgrote ondernemingen. Totalisatie van de boeken.Wet op de boekhouding. Kleine en middelgrote ondernemingen. Totalisatie van de boeken. Tijdstip

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/178-boekhouding-kleine-middelgrote-ondernemingen-totalisatie-1c76

Nummer
178
Datum
17 augustus 1990

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Wet op de boekhouding - Kleine en middelgrote ondernemingen - Totalisatie van de boeken - Tijdstip

VRAAG

Zijn ondernemingen die niet worden beschouwd als "grote ondernemingen" in de zin van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten (gemeenlijk KMO's genoemd) gehouden de boeken waarin hun dubbele boekhouding opgeschreven wordt, maandelijks te totaliseren, of mogen zij dit per kwartaal doen?

U zal reeds begrepen hebben dat mijn vraag hoofdzakelijk betrekking heeft op de KMO's onderworpen aan de BTW die gekozen hebben voor een kwartaalaangifte in die belasting.

ANTWOORD

In antwoord op de door het geachte Lid gestelde vraag deel ik hierbij de volgende inlichtingen mede.

Artikel 4, derde lid, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen biedt bepaalde ondernemingen inderdaad de mogelijkheid eens in de drie maanden hun boekhoudkundig totaal op te maken.

Dit voorschrift houdt een afwijking in van de algemeen geldende verplichting voor de ondernemingen bedoeld bij de wet van 1975 om tenminsten eens in de maand een samenvattende boeking te verrichten van de gezamenlijke mutaties die in de loop van de periode zijn geregistreerd.

De ondernemingen welke van die mogelijkheid gebruik kunnen maken, mogen evenwel niet worden verward met de kleine en middelgrote ondernemingen bedoeld in artikel 12 van de wet van 17 juli 1975.

Voornoemd artikel 4, derde lid, schrijft immers voor dat die afwijking geldt voor de ondernemingen omschreven in artikel 5 van de wet van 1975.

Laatstgenoemde bepaling heeft in feite alleen betrekking op de natuurlijke personen die koopman zijn, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen waarvan de omzet over het laatste boekjaar, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, een bedrag van 20 miljoen frank, of, in bepaalde gevallen, een bedrag van 25 miljoen frank niet overschrijdt. Ik moge in dit verband verwijzen naar de artikelen 1 tot 3 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van voornoemde wet van 17 juli 1975.