BTW-Revue nr. 146, blz. 210
Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 176, blz. 23419
Driehoeksverkeer.
VRAAG
1. Een Belgische vennootschap A verzendt goederen rechtstreeks naar een adres in Duitsland (C) maar stuurt de factuur aan een in Duitsland geïdentificeerde BTW-plichtige B die haar zijn Duits BTW-nummer meedeelt. Kan die Belgische vennootschap A de levering factureren met vrijstelling van de Belgische BTW als zij kan bewijzen dat het transport naar Duitsland lastens de uiteindelijke klant C gebeurt?
2. Een Belgische vennootschap A verzendt goederen rechtstreeks naar een adres in Duitsland (C) maar stuurt de factuur aan een in Nederland geïdentificeerde BTW-plichtige B die haar zijn Nederlands BTW-nummer meedeelt. Kan die Belgische vennootschap A de levering factureren met vrijstelling van de Belgische BTW als zij kan bewijzen dat het transport naar Duitsland lastens de uiteindelijke klant C gebeurt?
ANTWOORD
Om de door het geachte lid beschreven handelingen op het vlak van de BTW te analyseren, dient men uit te maken in welke relatie het vervoer van de goederen van bij de leverancier (A) tot bij de uiteindelijke koper (C) plaatsvindt. Er dient inderdaad te worden opgemerkt dat bij kettingverkopen slechts één enkele levering een levering met vervoer is. Het vervoer vindt bijgevolg plaats hetzij in de relatie A-B, hetzij in de relatie B-C.
Wanneer het vervoer wordt verricht door C of voor zijn rekening lijdt het in beginsel geen enkele twijfel dat het vervoer plaatsvindt in de relatie B-C.
In dit geval dienen beide handelingen als volgt te worden geanalyseerd, waarbij er wordt verondersteld dat A, B en C als zodanig handelende BTW-belastingplichtigen zijn.
A verricht een levering zonder vervoer die, overeenkomstig artikel 15, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek, geacht wordt plaats te vinden daar waar het goed ter beschikking van de verkrijger wordt gesteld, dit is in België. Deze levering dient te worden onderworpen aan de Belgische BTW.
B daarentegen verricht een levering met vervoer die overeenkomstig artikel 15, § 2, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek geacht wordt plaats te vinden daar waar de verzending of het vervoer ter bestemming van de verkrijger aanvangt, dit is in België.
Deze levering kan worden vrijgesteld van de Belgische BTW op grond van artikel 39bis van het BTW-Wetboek wegens intracommunautaire levering van goederen aangezien C er toe gehouden is zijn intracommunautaire verwerving in Duitsland aan de BTW te onderwerpen.
B is er in deze situatie toe gehouden zich te laten identificeren in België (eventueel via een aansprakelijk vertegenwoordiger).
C tenslotte verricht in Duitsland een intracommunautaire verwerving die aan de Duitse BTW is onderworpen.
Het feit dat B in Nederland en niet in Duitsland voor BTW-doeleinden zou zijn geïdentificeerd heeft geen invloed op de plaatsbepaling van de handelingen.
Er dient te worden opgemerkt dat de vereenvoudigingsmaatregelen waarin inzake driehoeksverkeer is voorzien wanneer de marktdeelnemers in drie verschillende lidstaten gevestigd zijn slechts van toepassing zijn wanneer het vervoer plaatsvindt in de relatie A-B.
De onmogelijkheid om de vereenvoudigingsmaatregelen toe te passen wanneer het vervoer plaatsvindt in de relatie B-C werd uitdrukkelijk gesteld in de administratieve aanschrijving nr. 13, van 13 juli 1993 van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen en werd nog bevestigd in het kader van een recent BTW-comité.
Er kan evenwel niet volledig worden uitgesloten dat in de situatie waarin het vervoer door C wordt verricht na grondig onderzoek van de contracten en algemene verkoopsvoorwaarden, zou blijken dat C handelt voor rekening van zijn verkoper B die optreedt als koper van A. In dit laatste in praktijk zeer zeldzame geval, kan het vervoer aangemerkt worden als plaatsvindend in de relatie A-B.
Indien dit het geval is, dienen de handelingen als volgt te worden geanalyseerd.
A verricht in België een intracommunautaire levering met vervoer die vrijgesteld is van de BTW op grond van artikel 39bis van het BTW-Wetboek.
Wanneer hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in Duitsland, verricht B in Duitsland een intracommunautaire verwerving van goederen die wordt gevolgd door een interne levering die de Duitse BTW opeisbaar maakt.
In de situatie waarin B enkel in Nederland is geïdentificeerd, kunnen de vereenvoudigingsmaatregelen waarin is voorzien in geval van intracommunautair driehoeksverkeer worden toegepast en zodoende B toelaten zich niet voor BTW-doeleinden te laten identificeren in Duitsland.
Het is in deze situatie vanzelfsprekend aan de Belgische leverancier A om het bewijs te leveren dat de levering met vervoer wel degelijk plaats heeft gehad in de relatie A-B. Dit bewijs kan onder meer worden geleverd door een afschrift van de tussen B en C gesloten overeenkomsten die zodanig zijn opgesteld dat zij toelaten aan te tonen dat de uiteindelijke koper C het vervoer verricht voor rekening van zijn verkoper zodat het vervoer geacht wordt te zijn verricht in de relatie A-B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.