Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

173 12 maart 1985

Zoeken

Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde.Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde. Oprichtingswaarde. Bestek. Plan. Gebouw. Onroerend goed. Controlemaatregel. Verplichtingen. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/173-maatstaf-heffing-minimummaatstaf-werk-in-7d2e

Nummer
173
Datum
12 maart 1985

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1984-1985 blz. 2283

Maatstaf van heffing - Minimummaatstaf van heffing - Werk in onroerende staat - Nieuwbouw - Bouwwaarde - Oprichtingswaarde - Bestek - Plan - Gebouw - Onroerend goed - Controlemaatregel - Verplichtingen - Bouwdossier

VRAAG

De eigenaar van een pas opgericht gebouw moet, uiterlijk binnen de drie maand vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen een aangifte indienen die een omstandige opgave bevat (form. nr. 106-3-aangifte) van de voor het bouwen ontvangen facturen waarop de BTW in rekening werd gebracht (art. 64, § 4, lid 3, van het BTW-Wetboek). Bovendien is de eigenaar van dit gebouw verplicht gedurende vijf jaar vanaf de betekening van het kadastrale inkomen, de plans, de bestekken evenals de facturen te bewaren en ze ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaar van de controle van de BTW (art. 64, § 4, lid 2, van het BTW-Wetboek).

Kan de Minister mij meedelen of :

1) de facturen betreffende de bouw bij de opgave form. nr. 106-3 (aangifte) moeten gevoegd worden;

2) indien niet, moeten zij dan voorgelegd worden zonder verplaatsing, dit wil zeggen dat de ambtenaar ze moet komen nazien op de woonplaats van de eigenaar;

3) hetzelfde niet moet gezegd worden van de plans en de bestekken en waarom dan gevraagd wordt in form. 106-3 deze ter inzage voor te leggen samen met de aangifte;

4) de BTW van een nieuwbouw verrekend wordt op de oprichtingswaarde (bouwwaarde) of verkoopwaarde daar de maatstaf van heffing niet lager mag zijn dan de normale waarde (art. 36, § 1, BTW-Wetboek) ?

ANTWOORD

1 tot 3. De verplichting tot voorlegging ter inzage van de plans en de bestekken van een pas opgericht gebouw evenals van de facturen betreffende de bouw ervan (z. art. 64, § 4, tweede lid, van het BTW-Wetboek) houdt in dat die stukken op het bevoegde BTW-

controlekantoor moeten worden vertoond.

Ter uitvoering van de bovengenoemde wetsbepaling verzoekt de administratie elke eigenaar van een pas opgericht gebouw om het plan en het bestek van dat gebouw als bijlage bij de aangifte te voegen. Met het voorleggen van de facturen mag worden gewacht tot het ogenblik waarop de ambtenaar die belast is met de controle op de heffing van de BTW erom verzoekt.

4. Krachtens artikel 36, § 1, b), van het BTW-Wetboek is de minimummaatstaf van heffing ten aanzien van werk in onroerende staat tot oprichting van een gebouw gelijk aan de normale waarde van dat werk, dit is de prijs die kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen een aannemer en een bouwheer die van elkaar onafhankelijk zijn.

Wanneer de opdrachtgever meer dan een contract heeft gesloten voor de oprichting van het gebouw mag het totaal van de maatstaven van heffing betreffende die contracten niet lager zijn dan de normale waarde van de gezamenlijke werken (z. art. 36, § 2, eerste lid, van het BTW-

Wetboek). Deze wetsbepaling heeft tot gevolg dat de normale waarde als minimummaatstaf van heffing geldt voor ieder van de gesloten aannemingscontracten en dat daarenboven het totaal van die normale waarden moet worden vergeleken met het gefactureerde en met BTW belaste totaalbedrag van de aannemingscontracten die de opdrachtgever heeft gesloten voor de oprichting van het gebouw.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 643 voorkomens
WBTW art. 362 voorkomens