De toepassing van de btw-regeling betreffende de medecontractant op de gemeenten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

17115 24 april 2013

Zoeken

De toepassing van de btw-regeling betreffende de medecontractant op de gemeenten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17115-toepassing-btw-regeling-medecontractant-gemeenten-6ca8

Nummer
17115
Datum
24 april 2013

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012- 2013, CRIV 53 COM 728 d.d. 24.04.2013, blz. 27

De toepassing van de btw-regeling betreffende de medecontractant op de gemeenten

VRAAG

Krachtens artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 moet de medecontractant van de in België gevestigde belastingplichtige zelf de btw voldoen. Voor de gemeenten die periodieke btw-aangiften indienen zullen de werken in onroerende staat moeten worden gefactureerd in de vorm 'btw-medecontractant'. Die wijziging is van toepassing sinds 1 juli 2012. Een en ander heeft een niet te verwaarlozen impact op de gemeentefinanciën.

Wanneer de gemeenten onder de regeling van de btw-medecontractant vallen, zullen ze ook het toepasbare btw-tarief moeten bepalen. Slechts enkele gemeenten werden per aangetekend schrijven van die wijziging op de hoogte gebracht. Men moet zich ervan bewust zijn hoe zwaar die regelgeving op de gemeenten drukt, zowel qua bijkomende werklast als qua financiële aansprakelijkheid in geval van vergissingen. Bovendien zouden de gemeenten de btw moeten betalen, met de bijbehorende verplichting om voorschotten te berekenen en te storten, wat nieuwe financiële problemen en mogelijke boetes met zich kan brengen. Hoe zal men dit probleem, dat de financiële lasten voor de gemeenten nog verzwaart, aanpakken?

Waarom werden sommige gemeenten van die wijziging van de regelgeving op de hoogte gebracht en andere niet?

ANTWOORD

( van de heer Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

De regeling die vóór 1 juli 2012 van toepassing was op werken in onroerende staat voor de gemeenten die verplicht zijn periodieke aangiften in te dienen, leidde tot administratieve problemen. De aannemers moesten immers systematisch nagaan wat de hoedanigheid van hun klanten en de eindbestemming van de werken was en de gemeenten moesten twee verschillende systemen beheren inzake de storting van de btw, afhankelijk van de bestemming van de werken, en ze moesten hun aannemers aantonen wat die bestemming was. Daarom werd met ingang van 1 juli 2012 een nieuwe regeling ingevoerd. De administratie heeft die beslissing op 20 maart 2012 gepubliceerd, zodat de betrokkenen over de nodige tijd beschikten om hun procedures tegen 1 juli 2012 aan te passen. Zo een overgangsperiode moet immers kort zijn.

Mijn administratie heeft extra uitleg verschaft aan de overheids CRIV instanties die daarom vroegen. Ze blijft bereid om alle nodige informatie te bezorgen indien andere instanties daarom zouden vragen. Wanneer gemeenten problemen ondervinden, kunnen ze ook steeds terecht bij de hoofdinspecteur van de bevoegde controledienst.

CONCLUSIE

De aannemers zijn opgezet met de nieuwe regeling, maar de gemeenten zijn er niet zo blij mee. Het is pas tijdens een vergadering van de Waalse Fédération des receveurs locaux in februari 2013 dat de ontvangers het probleem schenen te ontdekken. Sommige provinciale administraties bleken proactief te zijn opgetreden, andere dan weer helemaal niet. In de kleine en middelgrote gemeenten zorgt deze wetgeving voor problemen!

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 1 art. 201 voorkomen