Het uitblijven van een definitieve btw-regeling inzake de voorschotfacturatie · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

17099 24 april 2013

Zoeken

Het uitblijven van een definitieve btw-regeling inzake de voorschotfacturatie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17099-uitblijven-definitieve-btw-regeling-voorschotfacturatie-8686

Nummer
17099
Datum
24 april 2013

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Kamer, Intergraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013, CRIV 53 COM 728 d.d. 24.04.2013, blz. 23

Het uitblijven van een definitieve btw-regeling inzake de voorschotfacturatie

VRAAG

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, uw voorganger op Financiën kondigde de wet van 17 december 2012 als een relancemaatregel aan, omdat de mogelijkheid tot elektronische facturatie een kostenbesparing zou betekenen voor al de ondernemingen. Daarbij verzweeg de minister wel zedig de enorme impact op de cashflow van de ondernemingen als gevolg van de gewijzigde regels inzake btw en voorschotfacturatie.

Bovendien vergt die nieuwe situatie van de ondernemingen een ingrijpende aanpassing van hun manier van werken en van hun boekhoudprogramma's.

Tijdens de parlementaire behandeling van de wet van 17 december2012 werd dan ook een administratieve overgangsregeling aangekondigd, en ik moet toegeven dat die er ook onmiddellijk was.

De administratie voorziet in haar beslissing nr. E.T. 123.563 van 19 december 2012 slechts in een voorlopige overgangsregeling. Zij kondigde dan ook meteen aan dat in de loop van het eerste trimester van 2013 een nieuwe beslissing gepubliceerd zou worden over het definitief stelsel inzake opeisbaarheid van btw, dat van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2014. Het eerste trimester is verstreken, zelfs april is al bijna voorbij. Ik ben dus samen met alle cijferberoepers en informatici van boekhoudpakketten op zoek naar het definitief stelsel.

Mijnheer de minister, daarover heb ik de volgende specifieke vragen.

Ten eerste, heeft uw administratie het definitief stelsel reeds afgerond? Zo ja, werd die beslissing reeds publiek gemaakt? Ten tweede, mijn grote bekommernis is dat de nieuwe btw-regels inzake de voorschotfacturatie zullen leiden tot een dubbele documentenstroom of een enorme voorfinanciering van de btw. Welke maatregelen neemt u om dat te voorkomen?

Ten derde, heeft u uw administratie ondertussen al teruggefloten inzake haar interpretatie van de antimisbruikbepaling van artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek? Tijdens de parlementaire behandeling hebben de vorige minister van Financiën en staatssecretaris Bogaert immers heel duidelijk gezegd dat die bepalingen enkel van toepassing zijn in geval van valse facturen. Uw administratie gaat er in haar beslissing van 19 december van uit dat die bepaling van toepassing is, los van enige fraude, zodra de gefactureerde btw op voorschotfacturen niet onmiddellijk wordt doorgestort aan de schatkist.

Ten vierde, blijft u vasthouden aan de gemaakte keuzes in de wet van 17 december 2012 inzake de regels van opeisbaarheid van btw en voorschotfacturatie? Uit de uitleg bij de beslissing blijkt immers duidelijk dat de gemaakte keuzes de ondernemingen verplichten tot het opmaken van een uitnodiging tot betaling en een voorschotfactuur.

ANTWOORD

( van de heer Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Wouters, mijn administratie zal binnenkort de beslissing omtrent de definitieve regeling inzake opeisbaarheid van btw en voorschotfacturatie publiceren. In de definitieve regeling zal, om praktische moeilijkheden te vermijden en om de inspanningen inzake administratieve vereenvoudiging niet teniet te doen, in een tolerantie worden voorzien, waarbij de voorschotfactuur als een volledige factuur geldt en bijgevolg voorkomen wordt dat een tweede document moet worden uitgereikt.

Deze beslissing zal de toepassingsmodaliteiten ervan uiteenzetten. Wanneer men voor deze tolerantie opteert, zal de leverancier of dienstverrichter zijn gehouden de btw te voldoen aan de Staat wanneer deze opeisbaar wordt door het belastbaar feit of bij de betaling door de medecontractant. Het zal hem of haar vrijstaan de btw vrijwillig te vroeg te voldoen bij het uitreiken van de factuur. Bijgevolg is de leverancier of dienstverrichter enkel in geval de btw opeisbaar wordt door het belastbaar feit, verplicht de btw voor te financieren. Dit geval van voorfinanciering bestond overigens reeds ingevolge de oude regels inzake opeisbaarheid, die vóór 2013 golden. De medecontractant van de handeling zal de btw pas in aftrek kunnen brengen wanneer hij deze aan de leverancier of de dienstverrichter heeft betaald, wanneer het belastbaar feit zich heeft voorgedaan of, in het geval van verlegging van de heffing, wanneer hij deze opneemt in zijn periodieke aangifte. Er is dan geen sprake van voorfinanciering. Wat de door u aangehaalde beslissing van 19 december 2012 betreft, benadruk ik dat zij alleen in 2013 bij wijze van overgangsregeling van toepassing is. In de beoogde situatie kiest de leverancier of dienstverrichter er vrijwillig voor om op de voorschotfactuur btw aan te rekenen, hoewel de btw pas opeisbaar wordt bij het belastbaar feit of bij de betaling door de medecontractant. Wanneer hij gebruikmaakt van deze tolerantie, is hij gehouden deze btw bij het uitreiken van de voorschotfactuur aan de Staat te voldoen, vermits wordt toegestaan dat de medecontractant deze btw ook onmiddellijk in aftrek brengt. Het belastbaar feit of de betaling aan de leverancier of dienstverrichter moet niet worden afgewacht. Enkel wanneer de leverancier of dienstverrichter nalaat deze btw onmiddellijk aan de Staat te voldoen, zal de administratie deze op grond van voornoemde bepaling eisen.

CONCLUSIE

(mevrouw Veerle Wouters)

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Er was de belofte gemaakt om dit in het eerste trimester te regelen. Ik hoop dan ook dat "binnenkort" ook effectief binnenkort zal zijn, zodat alle bedrijven weten waarvoor zij staan. Als ik het goed heb begrepen, geldt er een tolerantie van voorschotfacturatie, zodat er gewoon een voorschotfactuur moet worden opgemaakt en geen uitnodiging tot betaling. Is het een keuze of een definitieve beslissing dat iedereen gewoon kan werken met de oude, vertrouwde voorschotfactuur zonder uitnodiging tot betaling? Eind december is gebleken dat dit kan leiden tot een dubbele documentenstroom waardoor alle boekhoudpakketten en allerlei ERP-pakketten moeten worden aangepast. Ik meen dat iedereen wacht op het definitief stelsel. Als er aanpassingen moeten gebeuren, moet ervoor worden gezorgd dat het definitief stelsel zo snel mogelijk ingang kan vinden.

Ik dank u in elk geval voor uw antwoorden.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 511 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … een nieuwe beslissing die de toepassingsmodaliteiten van het definitieve stelsel preciseert, zou worden gepubliceerd begin 2014. Mijn administratie heeft een voorstel uitgewerkt waarvan de grote lijnen reeds uitgelegd zijn geweest in mijn antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 17099 van Mevr. Wouters van 24 april 2013 (zie. Kamer, Integraal verslag, - Commissie van Financiën, 2012 - 2013, CRIV 53 COM 728 van 24.04.2013, p. 23) . De betrokken organisaties aan wie het ontwerp werd voorgelegd, hebben evenwel gevraagd om voor 2014 het overgangsstelsel te verlengen. Ik heb voor 2014 een verlenging van dit afwijkend stelsel aanvaard. De praktische modaliteiten van deze verlenging zullen … »

Regels met betrekking tot de opeisbaarheid van de btwParlementaire vraag25.07.2013

Bekijk het document