Parlementaire vraag nr. 164 van de heer Tom Van Grieken d.d. 20.01.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/012 d.d. 24.02.2020, blz. 182
Vraag nr.164 van de heer volksvertegenwoordiger Tom Van Grieken van 20 januari 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:
Horeca. - Het geregistreerd kassasysteem.
VRAAG
De definitieve regeling van de witte kassa, het geregistreerd kassasysteem (GKS) trad in werking op 1juli 2016. In een verslag van het Rekenhof werd de efficiëntie en doeltreffendheid van de implementatie van het GKS geëvalueerd. De dienst Algemene Administratie van de Fiscaliteit (AAFisc) van de FOD Financiën was voor die implementatie verantwoordelijk.
De genoemde regelgeving bleek goed uitgewerkt en ondersteund, hoewel erg complex, wat soms tot interpretatiefouten leidde. De omzetdrempel moet steeds per inrichting worden beoordeeld. Die beoordeling is wettelijk verplicht en vereist een controlebezoek per inrichting.
Het Rekenhof beveelt daarom aan de regelgeving te vereenvoudigen om die administratieve controles efficiënter en effectiever te maken. Ook het selectieproces van ondernemingen voor controle op het correcte gebruik van het GKS gebeurde volgens het Rekenhof nog onvoldoende op basis van een objectieve risicoanalyse.
Nog enkele andere opmerkingen waren onder andere dat de opgelegde boetes voor misbruik van het GKS soms zonder motivatie onder het wettelijk bepaalde minimumbedrag waren, dat de informatie over positieve fiscale controles niet systematisch wordt meegedeeld aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en dat de FOD Financiën niet over bruikbaar cijfermateriaal beschikte, noch een betrouwbare meetmethode om de impact van het GKS op de fiscale fraude in te schatten.
U antwoordde op 1maart 2019 het ontwerprapport goed ontvangen te hebben en dat u akte genomen heeft van alle opmerkingen en aanbevelingen. U zou uw administratie de opdracht geven na te kijken welke verbeteringen uitgevoerd kunnen worden, al zou wettelijk ingrijpen moeilijk zijn gezien de situatie van lopende zaken.
1. Welke conclusies heeft het onderzoek van uw administratie opgeleverd?
2. Welke verbeteringen zijn op basis van dat onderzoek reeds geïmplementeerd
3. Heeft u reeds bijkomende omzendbrieven over de kwestie gepubliceerd? Zo ja, welke?
4. a) Heeft u reeds wijzigingen aangebracht in het selectieproces van ondernemingen ter controle op het correcte gebruik van het GKS?
b) Waarom vielen de boetes soms lager uit dan het wettelijk voorgeschreven minimumbedrag?
c) Komt dat nog voor? Zo ja, in hoeveel % van de boetes?
d) Welke stappen heeft u reeds ondernomen om die boetes systematisch minstens tot het minimumbedrag op te trekken?
5. Wat is het actuele installatiepercentage van het GKS in Vlaanderen, in Brussel en in Wallonië?
6. Heeft u reeds stappen genomen om de informatie over positieve fiscale controles systematisch mee te delen aan de RSZ?
7. Beschikt u intussen over betrouwbare cijfergegevens over de evolutie van de omzet van GKS-plichtigen?
8. Heeft u een onderzoek gevoerd naar de impact van het GKS op de fiscale fraude in de horecasector? Zo ja, welke meetmethode past u daarin toe en welke impact kon u vaststellen?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 21.02.2020:
Het antwoord op deze vraag is het geachte Kamerlid rechtstreeks toegestuurd. Gezien het louter documentaire karakter ervan wordt het niet in het Bulletin van Vragen en Antwoorden opgenomen maar ligt het ter inzage bij de griffie van de Kamer van volksvertegenwoordigers (dienst Parlementaire Vragen).