Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 018, blz. 3305-3307
Afbraak en heropbouw van woningen in stadsgebieden - Verlaagd tarief
VRAAG
Door de programmawet van 27 december 2006 werd vanaf 1 januari 2007 in de mogelijkheid voorzien om het verlaagd btw-tarief van 6 % ook toe te passen voor afbraak en heropbouw van woningen in stadsgebieden. De voorwaarden die hiertoe moeten worden vervuld, zijn terug te vinden in tabel A, rubriek XXXVII van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970.
De betrokken steden worden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid.
Voordien kwamen enkel bepaalde «achtergestelde wijken of straten» van de voormelde 32 steden in aanmerking. Maar met de bedoeling om rechtsonzekerheid te vermijden werd bij programmawet van 27 april 2007 vastgelegd dat het volledige grondgebied van de betrokken steden in aanmerking komt. Echter, de uitbreiding van de maatregel tot het volledige grondgebied van deze 32 steden leidt tot discriminatie.
Immers komen door deze uitbreiding ook de villawijken van deze 32 steden in aanmerking voor het verlaagd tarief van 6 % terwijl de achtergestelde wijken of straten van andere steden die niet behoren tot die 32 steden het verlaagd tarief niet kunnen toepassen.
Deze discriminatie blijkt ook uit het recente beroep tot vernietiging van de bepaling wegens schending van de artikelen 10, 11, 170 en 172 van de Grondwet, ingesteld bij het Grondwettelijk Hof door de stad Poperinge, de stad Nieuwpoort, de gemeente Houthulst, het OCMW van Ieper, het OCMW van Wervik en het OCMW van Koksijde ( Belgisch Staatsblad van 18 januari 2008).
1. Wat overweegt u te doen om deze discriminatie tegen te gaan?
2. Komt er een veralgemening van deze maatregel over het volledige Belgische grondgebied, dit onder meer on het kader van de optimalisatie van de ruimtelijke ordening?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 15.05.2008)
Het verlaagde btw-tarief van 6 % is inderdaad van toepassing op het werk in onroerende staat en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 die de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning tot voorwerp hebben die gelegen zijn op het volledige grondgebied van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005.
Deze maatregel is in de eerste plaats bedoeld als fiscale stimulans ten gunste van de heropbouw van woningen in die steden die ingevolge leegstand, onbewoonbaarverklaring en verkrotting van gebouwen specifiek te lijden hebben onder een stijgende criminaliteit en onveiligheidsgevoel.
Het is dus een specifieke maatregel die past in het kader van het sociaal huisvestingsbeleid en die beperkt is tot die gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en de gekende stedelijke problematiek. Andere steden hebben niet of in mindere mate met deze problematiek te maken.
Bij het Grondwettelijk Hof werd op 8 november 2007 evenwel een beroep tot vernietiging ingesteld van rubriek XXXVII, tweede lid, 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 wegens schending van de artikelen 10, 11, 170, en 172 van de Grondwet.
Het spreekt vanzelf dat het standpunt dat het Grondwettelijk Hof ter zake zal innemen bepalend zal zijn voor de evaluatie van deze maatregel.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.