Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/115 d.d. 24.04.2017, blz. 204
Btw-plicht voor de advocaten. - Beslissingen van het HvJEU.
VRAAG
België was de laatste Europese lidstaat waar advocaten niet btw-plichtig waren. Die situatie werd gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, waarmee er een btw-tarief van 21 % werd ingevoerd voor de prestaties van de advocaten in België. Die wijziging werd al snel aangevochten door de betrokken actoren.
Een aantal verenigingen en sommige Franstalige en Duitstalige balies hebben bij het Grondwettelijk Hof een beroep tot vernietiging van de voornoemde wet ingediend. Dat gerechtshof heeft daarop een vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) (arrest C-543/ 14 van 28 juli 2016), dat het standpunt heeft bevestigd.
Het hof oordeelde immers als volgt: "aangezien het in het hoofdgeding aan de orde zijnde btw-bedrag [bijlange] niet het grootste deel van de kosten van een gerechtelijke procedure is, kan het feit dat over diensten van advocaten btw verschuldigd is, hoe dan ook niet worden geacht op zichzelf een onoverkomelijk obstakel te vormen voor de toegang tot de rechter [...]".
De advocaten pleiten er op grond van die uitspraak voor dat de regering zou waarborgen dat de btw enkel moet worden betaald door de rechtzoekenden die, zoals het Hof van Justitie het stelt, worden geacht over voldoende middelen te beschikken om de procedurekosten te dekken, en dat er daarbij ook rekening zou worden gehouden met de verhoging van de griffierechten, die eveneens bij het Grondwettelijk Hof werd aangeklaagd. Door deze uitspraak worden volgens de advocaten de drempels voor de rechtsbijstand verhoogd, en dat betekent ook dat het budget voor de rechtsbijstand moet worden opgetrokken.
Welk antwoord biedt u op de eisen van de advocatenverenigingen?
ANTWOORD
van de minister van Justitie van 19.04.2017,
De problematiek met betrekking tot het arrest van 28 juli 2016 van het Hof van Justitie van de Europese Unie verdient volle aandacht. Dat arrest volgt op prejudiciële vragen van ons Grondwettelijk Hof met betrekking tot de interpretatie van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
Op 23 februari 2017 heeft het Grondwettelijk Hof een arrest geveld waarin het Hof verduidelijkt dat BTW kan worden geheven op de vergoedingen die de advocaat in het kader van de juridische bijstand ontvangt, zonder dat deze heffing afbreuk doet aan het recht op bijstand van een advocaat.
Er wordt in overleg met de minister van Financiën een voorstel uitgewerkt tegen het begin van het nieuw gerechtelijk jaar.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.