Muntgoud. Goud. Juwelier. Tarief. Beleggingsobject. Beleggingsgoud · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

16 8 januari 1982

Zoeken

Muntgoud. Goud. Juwelier. Tarief. Beleggingsobject. Beleggingsgoud

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/16-muntgoud-goud-juwelier-tarief-beleggingsobject-baab

Nummer
16
Datum
8 januari 1982

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1981-1982 blz. 231

Muntgoud - Goud - Juwelier - Tarief - Beleggingsobject - Beleggingsgoud

VRAAG

Voor de invoering van een BTW-tarief op gemunt goud konden juweliers hun oude juwelen aan een zuiveraar toevertrouwen om ze te smelten.

ANTWOORD

In zo'n geval was er geen verkoop en het gesmolten goud bleef aan de juwelier toebehoren, terwijl de zuiveraar een factuur opmaakte voor zijn werk, dit is het smelten waarvoor hij had gezorgd.

Als de juwelier bezit nam van dit goud en in de mate dat het gehalte ervan meer dan 900 duizendsten bedroeg, werd het gezien als muntgoud als de staaf een bekende stempel droeg.

Kan de Minister mij deze interpretatie bevestigen en het logisch gevolg ervan, althans destijds, niet gehouden te zijn tot heffing van BTW bij verkoop als muntgoud ?

Antwoord: Overeenkomstig artikel 38 van het BTW-Wetboek is iedere handeling die bijdraagt tot het vervaardigen, het bouwen, het monteren of het omvormen van een in dat Wetboek bedoeld goed, aan de belasting onderworpen naar het tarief dat geldt voor het goed beschouwd in de staat waarin het verkeert na de uitvoering van de handeling.

Vσσr 1 september 1981 genoot de levering van goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, inzonderheid onder de vorm van ingots met een gehalte van 900 duizendsten of meer niet van de vrijstelling voorzien bij het oud artikel 44, § 3, 4°, van het Wetboek, wanneer de verkrijger het goud be- of verwerkte of verbruikte. Deze levering was in dat geval onderworpen aan het normale tarief van 17 % (16 % vσσr 1 juli 1981).

Op grond van het voornoemde artikel 38 was het maakloonwerk, dat bestond in het smelten, voor rekening van een juwelier, van oude juwelen met het oog op hun be- of verwerking tot goud, dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, dus vσσr 1 september 1981 onderworpen aan het normale tarief, dat gold voor de levering van goud aan een juwelier.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 381 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen