Schriftelijke vraag en antwoord nr : 156 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Dirk Van der Maelen, SP.A (00565)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Btw. - Niet in een EU-lidstaat gevestigde ondernemingen. - Lokaal in België aangekochte grondstoffen. - Omvorming tot afgewerkte producten.
Datum indiening : 21/12/2009
Vraag
In mijn vraag nr. 449 va 4 mei 2009 heb ik u gevraagd waar het onderscheid ligt tussen de verkoop van goederen en de aankoop van grondstoffen die op last van een niet-EU onderneming worden verwerkt (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 80, blz. 28).
Kan u volgende vragen verduidelijken in de situatie waarbij een niet in een EU-lidstaat gevestigde onderneming lokaal in België grondstoffen aankoopt en deze laat omvormen tot afgewerkte producten:
1. Wat is de btw-behandeling van de transacties, meer specifiek wordt er Belgische btw aangerekend op de dienstprestatie?
2. Welke controlemiddelen heeft uw administratie om erover te waken dat de afgewerkte producten niet frauduleus (zonder btw) worden verkocht in België of in andere landen?
3. Kan er worden overwogen om een systeem van werkelijk gebruik en werkelijke exploitatie in te voeren dat niet beperkt is tot bepaalde sectoren?
Antwoord
Publicatie antwoord : B102 · Publicatiedatum : 13/04/2010
1. Met zijn vraag, die wordt gesteld in het kader van de nieuwe regels inzake de plaatsbepaling van diensten wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, beoogt het geachte lid klaarblijkelijk het geval waarin een belastingplichtige A, die niet gevestigd is in de Gemeenschap, grondstoffen verwerft in België bij een Belgische leverancier B. A vertrouwt de grondstoffen vervolgens toe aan een dienstverrichter C, eveneens gevestigd in België, die de grondstoffen omvormt tot afgewerkte roerende goederen.
De levering van de grondstoffen in België is in die veronderstelling een nationale handeling waarvan de plaats wordt bepaald overeenkomstig artikel 15, § 2, van het Btw-Wetboek. Leverancier B is dus gehouden de levering van de grondstoffen aan de Belgische btw te onderwerpen.
De dienst van C die bestaat in het vervaardigen of samenstellen van een roerend goed door middel van materialen en voorwerpen die daartoe door de opdrachtgever aan hem zijn verstrekt wordt aangemerkt als een maakloonwerk waarvan de plaats wordt bepaald overeenkomstig artikel 21, § 2, (nieuw), van het Btw-Wetboek. Het maakloonwerk van C dat wordt verricht in opdracht van A is bijgevolg niet aan de Belgische btw onderworpen.
2. De controlemiddelen waarover de administratie beschikt om erover te waken dat de afgewerkte producten niet frauduleus door A verkocht worden, hangen grotendeels af van de hoedanigheid van de koper en van de bestemming die de afgewerkte producten ingevolge deze verkoop krijgen.
In het geval de koper een in België gevestigde belastingplichtige indiener van periodieke btw-aangiften is en de goederen blijven in België, zal A met betrekking tot bedoelde levering een factuur moeten uitreiken zonder aanrekening van Belgische btw, vermits overeenkomstig artikel 51, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek de medecontractant schuldenaar is van de btw. Voor deze handelingen dient A zich bijgevolg niet voor btw-doeleinden te laten identificeren.
In het geval de koper een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige is en de goederen worden naar die lidstaat vervoerd, dient A zich daarentegen ingevolge het verrichten van een intracommunautaire levering overeenkomstig de artikelen 50, § 1, 3° en 55, § 1, van voornoemd Wetboek in België voor btw-doeleinden te laten identificeren met aanstelling van een Belgische aansprakelijke vertegenwoordiger die voldoende solvabel is. De door A uit te reiken factuur bevat evenmin Belgische btw vermits de in artikel 39bis van voornoemd Wetboek bedoelde vrijstelling van toepassing is. De handeling moet bijgevolg opgenomen worden in de door de aansprakelijke vertegenwoordiger in te dienen periodieke btw-aangifte en in de in artikel 53sexies van voornoemd Wetboek bedoelde opgave van de intracommunautaire handelingen. Opgemerkt wordt dat in dit geval de verkoop van grondstoffen door B aan A, gelet op de identificatie voor btw-doeleinden van A, moet opgenomen worden in de door B overeenkomstig artikel 53quinquies van voornoemd Wetboek in te dienen jaarlijkse opgave van afnemers belastingplichtigen.
In het geval de goederen worden verzonden of vervoerd naar een buiten de Gemeenschap gevestigde koper, zal A met betrekking tot bedoelde levering een factuur moeten uitreiken zonder aanrekening van Belgische btw, vermits de handeling overeenkomstig artikel 39 van voornoemd Wetboek vrijgesteld is van btw. Voor dergelijke handelingen wordt A ontslagen van de verplichting om zich in België voor de btw te identificeren (zie circulaire AOIF nr. 4/2003, punt 81, eerste lid).
In het eerste en het laatste geval kan de administratie, naar aanleiding van de door A op grond van de richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 ingediende aanvraag om teruggaaf van de btw geheven op de aankoop van de grondstoffen, inlichtingen vragen omtrent de verdere bestemming van de goederen.
Tot slot wordt opgemerkt dat in de drie gevallen het overeenkomstig artikel 25 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde door C te houden register voor maakloonwerk eveneens een middel tot controle is.
3. Krachtens artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, kunnen de lidstaten, teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen, met betrekking tot diensten waarvan de plaats van verrichting valt onder de artikelen 44, 45, 56 en 59 van deze richtlijn:
- de plaats van een dienst of van alle diensten, die krachtens die artikelen op hun grondgebied is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
- de plaats van een dienst of van alle diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als op hun grondgebied te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie op hun grondgebied geschieden.
Dit artikel 59bis geldt echter niet voor de diensten die langs elektronische weg worden verricht door in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.
Voor zoveel als nodig, wordt opgemerkt dat een eventuele toepassing van de regel van "het werkelijk gebruik en de werkelijke exploitatie" kan worden beperkt tot welbepaalde diensten.
In het bijzondere geval dat u in uw vraag beoogt, wordt vastgesteld dat ingevolge de toepassing van voormelde regel de belastingplichtigen die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd talrijke verzoeken tot teruggaaf van de in België verschuldigde btw zullen moeten indienen door middel van de teruggaafprocedure bedoeld in de 13e richtlijn 86/560/EEG van de Raad.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer