Vrijstelling voor minder-validen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

155 27 juli 1973

Zoeken

Vrijstelling voor minder-validen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/155-vrijstelling-minder-validen-olaerts-mindervaliden-0b5c

Nummer
155
Datum
27 juli 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Vrijstelling voor minder-validen

VRAAG

Krachtens de bepalingen van artikel 179, tabel A, rubriek VII, van de Algemene verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 april 1964, wordt vrijstelling verleend onder meer voor de voertuigen, waarover de personen beschikken, die aangetast zijn door een bestendige invaliditeit van tenminste 50 pct. die uitsluitend te wijten is aan gebrekkigheid van de onderste ledematen.

Welnu, zo wordt me meegedeeld, de Dienst voor Mindervaliden interpreteert deze voorwaarde in letterlijke zin, zodat enkel het genoemd fiscaal voordeel zou kunnen toegekend worden ingeval de oorzaak van de handicap in de onderste ledematen gelocaliseerd is. Indien de verlamming te wijten is aan een letsel van de ruggegraat, bijvoorbeeld, kunnen de betrokken gehandicapten, ook wanneer de benen geheel of gedeeltelijk verlamd zijn, geen aanspraak maken op vrijstelling van de BTW.

Dergelijke interpretatie lijkt mij in strijd met de geest van de geciteerde voorschriften, waarbij toch beoogd wordt een tegemoetkoming toe te kennen aan die gehandicapten die zich nog enkel met een voertuig kunnen verplaatsen.

In de Franse tekst is trouwens sprake van een gebrekkigheid «qui résulte exclusivement d'infirmité frappant les membres inférieurs», hetgeen eerder schijnt te duiden op de gevolgen van de aandoening en niet op de plaats waar deze is ontstaan.

Graag vernam ik, langs het bulletin van Vragen en Antwoorden, de zienswijze van de heer Minister omtrent de hierboven gestelde.

ANTWOORD

De bepaling van het koninklijk besluit van 13 maart 1964, bedoeld door het geacht Lid, die overgenomen werd in artikel 77, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, betreft de personen die getroffen zijn door een gebrekkigheid welke de anatomische voortbewegingsmiddelen, in de beperkte zin van het woord, aantast, met uitsluiting van de organische aandoeningen van het hart, van de longen, van de hersenen of van andere, die min of meer de bewegingsmogelijkheid van de persoon belemmeren (z. antwoord op vraag nr. 53 van 17 maart 1965 gesteld door de heer Senator Hougardy , bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 22, gewone zitting 1964-1965, van 6 april 1965, blz. 556). Deze bepaling die een uitzonderingsbepaling is dient, zoals elke soortgelijke bepaling, op een beperkende wijze te worden geïnterpreteerd.

Overigens, wordt de aandacht van het geacht Lid er op gevestigd dat het de ministeriële departementen zijn, bevoegd om de invaliditeitsattesten uit te reiken, die oordelen of een invalide valt binnen de categorieën van invaliden beoogd door de wettelijke of reglementaire bepalingen, en dat mijn departement zich beperkt tot het nagaan of de andere voorwaarden zijn vervuld.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 771 voorkomen