Dierenartsen. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1549 16 november 1998

Zoeken

Dierenartsen. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1549-dierenartsen-tarief-dienderen-dierenarts-da11

Nummer
1549
Datum
16 november 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 165, blz. 22193

Dierenartsen - Tarief

VRAAG

De Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus tot verbetering van de hondenrassen in België ijvert voor de vrijstelling van de BTW-voet op diergeneeskundige dienstverlening in Europa voor gezelschapsdieren, dus hoofdzakelijk honden en katten. Een goede en periodieke geneeskundige verzorging van de hond en de kat voorkomt niet alleen veel dierenleed, maar vermindert ook het gevaar van besmetting van mensen bijvoorbeeld door de jaarlijkse vaccinaties van honden en katten tegen de meest frequent voorkomende ziekten. Mensen met een klein inkomen willen hun huisdier wel goed verzorgen, maar worden geremd door de kostprijs. Wanneer die zou dalen zal hun bereidheid om hun dier te laten verzorgen door een dierenarts ook toenemen.

1. Hoeveel bedraagt die BTW-voet op diergeneeskundige dienstverlening voor gezelschapsdieren momenteel in ons land?

2.

a) Zijn er leden van de Europese Unie waar die BTW-voet lager is ?

b) Zo ja, hoe kan dat en hoeveel bedraagt die aanslag daar dan?

3. Hoeveel brengt die BTW-voet momenteel op aan inkomsten voor respectievelijk de Europese Unie en de verschillende gewesten ?

4. Hoeveel kosten de jaarlijkse vaccinaties per hond en per kat in België ?

5. Wat is daarvan het aandeel van de BTW ?

6. Hoeveel bedraagt het aandeel van de BTW in een tatoeage en een chip voor de verplichte identificatie van een hond en de vrijwillige identificatie van een kat ?

7. Is het logisch dat enerzijds de overheid de identificatie van een hond verplicht en daar anderzijds een bron van inkomsten van maakt via de BTW die daarop wordt geheven?

8. Welke initiatieven heeft de minister van landbouw genomen om te komen tot een afschaffing van de BTW-voet op de geneeskundige dienstverlening voor de vaccinaties van honden en katten op de verplichte identificatie van de honden en op de geneeskundige dienstverlening voor gezelschapsdieren in het algemeen ?

ANTWOORD

Vooreerst wens ik het geachte lid erop te wijzen dat ik slechts antwoord kan verstrekken op de vragen die tot mijn bevoegdheid behoren.

De diensten verstrekt door dierenartsen (onder meer vaccinatie, inplanten van chips met betrekking tot de verplichte identificatie, en dergelijke) met betrekking tot gezelschapsdieren, in casu honden en katten zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek die aan de BTW zijn onderworpen.

Geen enkele bepaling van artikel 44 van het BTW-Wetboek dat de vrijstellingen inzake belasting over de toegevoegde waarde regelt en dat overigens de omzetting is in Belgisch recht van artikel 13 van de zesde EG-richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 voorziet in een vrijstelling van bovengenoemde diensten.

Overigens kunnen de lidstaten sedert 1 januari 1993 enkel een verlaagd BTW-tarief toepassen voor de leveringen van goederen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven).

De diensten verstrekt door dierenartsen met betrekking tot gezelschapsdieren, zijn evenwel niet bedoeld in die limitatieve lijst. Derhalve is de toepassing van een verlaagd BTW-tarief voor deze regeling uitgesloten. De door het geachte lid beoogde diensten zijn derhalve onderworpen aan het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.

Uit de informatie waarover ik beschik blijkt dat alle lidstaten van de Europese Unie het normaal tarief toepassen ten aanzien van diergeneeskundige zorgen voor gezelschapsdieren.

Het normale tarief bedraagt op dit ogenblik: Denemarken 25 %, Duitsland 16 %, Finland 22 %, Frankrijk 20,6 %, Griekenland 18 %, Ierland 21 %, Italië 20 %, Luxemburg 15 %, Nederland 17,5 %, Oostenrijk 20 %, Portugal 17 %, Spanje 16 %, Verenigd Koninkrijk 17,5 %, Zweden 25 %.

Dit normaal tarief is nog niet volledig geharmoniseerd daar artikel 12, lid 3, onder a) van de zesde BTW-richtlijn, zoals gewijzigd bij richtlijn 96/95/EG (richtlijn van de Raad van 20 december 1996 tot wijziging, wat de hoogte van het normale BTW-tarief betreft, van richtlijn 77/388/EEG betreffende het stelsel van belasting over de toegevoegde waarde) enkel bepaalt dat het normaal tarief niet lager mag zijn dan 15 %. De bestaande verschillen in de diverse nationale wetgevingen inzake het normale tarief zijn dan ook gewettigd.

De belasting over de toegevoegde waarde vormt de derde middelenbron ter financiering van de Europese Unie. De bedoelde middelen worden echter niet berekend in functie van de effectief geïnde BTW-ontvangsten gedurende een bepaald jaar, maar wel als een percentage van de theoretische BTW-grondslag die bepaald wordt overeenkomstig de artikelen 1, 3 tot 6 van de verordening (EEG, Euratom) nr. 1553189. De precieze bedragen bepalen van de "eindconsumptie" inzake de veterinaire zorgen voor huisdieren tot de financiering van de Europese Unie is derhalve ook niet haalbaar.

Wat de financiering van de gewesten aangaat, dient opgemerkt dat de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van gemeenschappen en gewesten niet voorziet in een affectatie van BTW- middelen aan de gewesten.

Weliswaar maakt artikel 6 van bovenvermelde wet gewag van een toewijzing van BTW-middelen aan de gemeenschappen ter financiering van hun respectievelijke onderwijsuitgaven. Deze laatsten worden echter al evenmin uitgedrukt in functie van de geïnde BTW- ontvangsten.

Het vooraf te nemen bedrag op de BTW-middelen wordt immers bepaald overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 38 tot 41 van de bedoelde bijzondere wet.

Aangehaalde teksten

3