Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 018, blz. 3294-3296
Hulpmiddelen ter compensatie van een visuele handicap - Tarief
VRAAG
Blinden en slechtzienden enerzijds, en mensen met dyslexie anderzijds, zijn - weliswaar op basis van een andere stoornis - evenzeer gehandicapt bij het lezen. Dankzij de ontwikkelingen in de digitale wereld kunnen beide groepen mensen met leeshandicap hun euvel compenseren. Boeken, kranten, enzovoort, in herkenbare formats, maar ook bestaande teksten via scanning en tekstherkenningssoftware, kunnen dankzij de spraaktechnologie zo goed als volledig toegankelijk worden gemaakt.
Bij de aanschaf van hulpmiddelen ter compensatie van hun handicap worden hulpmiddelen, ontworpen voor slechtzienden en blinden (met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen) onderworpen aan het btw-tarief van 6 % (zie: Tabel A, rubriek XXIII, punt 6 van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970). Hulpmiddelen, ontworpen voor mensen met dyslexie, zijn onderworpen aan het btw-tarief van 21 %. Deze tarieven zijn gebonden aan het product en niet aan de gebruiker. Dit leidt bij gelijkaardige producten tot een prijsverschil bij de consument van 15 %.
Daarnaast zijn er hulpmiddelen op de markt die voldoen aan de regel dat ze ontworpen zijn voor blinden en slechtzienden én tezelfdertijd beantwoorden aan de noden van mensen met dyslexie. Door de regel dat de btw-tarieven gebonden zijn aan het product, en niet aan de gebruiker, worden deze hulpmiddelen ook aan mensen met dyslexie verkocht aan 6 %. Hulpmiddelen die voldoen aan de noden van beide doelgroepen maar niet specifiek voor hen op de markt worden gebracht, moeten verkocht worden aan een btw-tarief van 21 %.
Op Europees niveau zou er een consensus bestaan dat een btw-tarief van 6 % voor mensen met een handicap gerechtvaardigd is.
Kan u meedelen of het mogelijk is om voor deze discriminatie een oplossing te zoeken door bijvoorbeeld aan punt 6 van de tabel A, rubriek XXIII van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, na het woord «blinden », het woord «dyslectici» toe te voegen?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 15.05.2008)
Op grond van categorie 4 van de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EG kunnen «medische uitrusting, hulpmiddelen en andere apparaten die gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten, met inbegrip van de herstelling daarvan », een verlaagd btw-tarief genieten.
Het volstaat dus niet dat bepaalde goederen gebruikt worden door gehandicapten om het verlaagd tarief te genieten. Er is vereist dat deze uitrusting of hulpmiddelen specifiek en exclusief bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van deze gehandicapten, met andere woorden dat zij speciaal ontworpen zijn voor het verlichten van deze handicap.
Cijfer 6 van rubriek XXIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake Btw-tarieven voorziet dat hulpmiddelen die speciaal voor blinden en slechtzienden zijn ontworpen, zijn onderworpen aan het tarief van 6 % met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen.
Onder meer worden dus volgende apparaten en goederen die speciaal ontworpen zijn voor blinden en slechtzienden bedoeld : optische leesapparaten, software die ontworpen is om brailledecoders en -printers te besturen, braille-uurwerken en braillekompassen, bepaalde goederen voor het merken van kleding, bepaalde loepen, voorzetschermen voor televisie.
Huishoudartikelen die slechts op een eenvoudige wijze werden aangepast, telefoontoestellen, thermometers en wekkers met grote cijfers, tv-toestellen, pc's en hun standaard toebehoren, standaardsoftware zelfs indien aangepast, spelen die niet speciaal zijn ontworpen voor gehandicapten vallen daarentegen niet onder het verlaagd tarief van 6 %.
Indien het geachte lid me een lijst van uitrustingen en hulpmiddelen kan meedelen die specifiek en exclusief bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van personen die lijden aan dyslexie, ben ik steeds bereid een onderzoek door mijn administratie te laten instellen om na te gaan of zij aan de criteria voldoen van categorie 4 van bijlage III van de voornoemde richtlijn, voor de toepassing van het verlaagd tarief.