Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 160, blz. 21629
Gehandicapten - Privé-woning
VRAAG
Overeenkomstig tabel A, rubriek XXXII, gevoegd aan het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven zijn de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (WBTW) met uitsluiting van het reinigen en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, verstrekt met betrekking tot de privé-woningen voor gehandicapten onderworpen aan het BTW-tarief van 6 %, mits voldaan is aan een aantal voorwaarden.
Overeenkomstig dezelfde tabel A, is het verlaagd tarief eveneens van toepassing op de leveringen van gebouwen en op de vestigingen, de overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op gebouwen, die niet zijn vrijgesteld door artikel 44, § 3, 1°, (WBTW), wanneer die gebouwen specifiek zijn aangepast om door een gehandicapte als privé-woning te worden gebruikt of bestemd zijn om te worden verhuurd door instellingen of maatschappijen aan gehandicapten.
1. Is het verlaagd BTW-tarief van 6 % uitsluitend beperkt tot de bouwheer/huisvestingsmaatschappij of kan een gehandicapte persoon, dan wel ouders of een eenoudergezin met een inwonend gehandicapt kind ook de toepassing genieten van dit verlaagd BTW-tarief, wel te verstaan wanneer zij zelf een onroerend goed bouwen of in eigen beheer laten bouwen door een geregistreerd zelfstandige aannemer dat specifiek is aangepast om door een gehandicapte als privé-woning te worden gebruikt?
2. Ingeval voornoemde personen eveneens kunnen genieten van het verlaagd BTW-tarief van 6 % bij de bouw van een privé-woning voor gehandicapte personen, welke formaliteiten dient de afnemer van het onroerend goed dan te vervullen?
3. Ingeval het verlaagd tarief uitsluitend beperkt wordt tot huisvestingsmaatschappijen, wat is dan het criterium voor het onderscheid dat wordt gemaakt tussen de bouw of de overdracht van onroerende goederen bestemd tot het privé-gebruik van gehandicapte personen in opdracht van een openbare huisvestingsmaatschappij enerzijds, en in opdracht van een privé-persoon anderzijds?
ANTWOORD
De oprichting van een privé-woning voor een gehandicapte kan slechts het verlaagd BTW-tarief van 6 % genieten als het gaat om een woning die bestemd is om te worden verhuurd aan de gehandicapte door een gewestelijke huisvestingsmaatschappij, een door haar erkende maatschappij voor sociale huisvesting, een provincie, een intercommunale, een gemeente, een intercommunale openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en voor zover ook de andere voorwaarden van rubriek XXXII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, vervuld zijn. Bijgevolg kan een gehandicapte voor de oprichting of de aankoop van een woning het verlaagd BTW-tarief van 6 % niet inroepen.
Bij de invoering van het verlaagd tarief van 6 % voor nieuwe privé-woningen voor gehandicapten werd gekozen voor een maatregel die de meeste garantie biedt dat het voordeel van de tariefverlaging ten goede komt van de sociaal zwaksten. De regering oordeelde dat een tariefverlaging voor huurwoningen voor gehandicapten onder de voorwaarden van voornoemde bepaling van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, het meest aan die doelstelling beantwoordt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.