Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 153, blz. 29596
Voorafbetaalde telefoonkaarten
VRAAG
In punt 9 van de circulaire nr. AOIF 41/2004 E.T.103.375) dd. 20 december 2000 staat te lezen: aangezien het merendeel van de voorafbetaalde telefoonkaarten de facto multifunctioneel zijn geworden en ze bijgevolg kunnen gebruikt worden voor het betalen van de prijs van uiteenlopende diensten (en zelfs van leveringen van goederen), moeten deze kaarten voortaan, althans voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, gelijkgesteld worden met een elektronisch betaalmiddel, waarvan de verkoop of het herladen op zich geen handeling is beoogd door artikel 2 van het BTW-Wetboek noch een oorzaak van opeisbaarheid van die belasting (als voorafbetaling van een telecommunicatiedienst) ».
Is uw administratie in dat verband de mening toegedaan dat de uitgifte van dergelijke kaarten geen economische operatie is en dat de commissie met betrekking tot de uitgifte van dergelijke kaarten dus noch een belastbare activiteit, noch in voorkomend geval een economische activiteit is die krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek van belasting is vrijgesteld?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 06.02.2007)
Zoals het geachte lid zelf verduidelijkt, moeten voorafbetaalde telefoonkaarten worden gelijkgesteld met elektronische betaalmiddelen, waarvan de verkoop of het herladen geen handeling is beoogd door artikel 2 van het BTW-Wetboek.
Wat de handelaars betreft die tussenkomen bij de verkoop van deze voorafbetaalde telefoonkaarten, bepalen de nrs. 35 en 36 van de circulaire AOIF 41/ 2004 van 12 december 2004, waarnaar het geachte lid verwijst, dat deze handelaars moeten beschouwd worden als transparante tussenpersonen (makelaars of lasthebbers) waarvan de vergoeding of de commissie onderworpen blijft aan de belasting. Deze handelingen inzake bemiddeling blijven dus een recht op aftrek van voorbelasting verlenen in hoofde van deze tussenpersonen.
Op verzoek van de distributiesector en om praktische redenen heeft de administratie evenwel onder het nummer 38 van dezelfde circulaire beslist dat de BTW niet zal geheven worden op het bedrag van de commissies die aan deze tussenpersonen toekomen. Deze vereenvoudigde regeling stelt vanzelfsprekend de kwalificatie van belastingplichtige met recht op aftrek niet in vraag van de verschillende tussenpersonen.
Tot al wat kan dienen wil ik er de aandacht van het geachte lid op vestigen dat de diensten van een tussenpersoon steeds handelingen zijn die binnen het toepassingsgebied van de belasting blijven, zelfs in de veronderstelling dat de handelingen waarbij ze tussenkomen buiten het toepassingsgebied van de belasting vallen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.