Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 24, blz. 2740
Verhandelen zelfgekweekte dieren
VRAAG
Steeds meer mensen doen een aanvraag voor het houden en het verhandelen van zelfgekweekte zoogdieren en gevogelte. Die laatste categorie betreft meer in het bijzonder exotische soorten als papegaaien, parkieten, struisvogels en emoes.
Procedureel moet men daarvoor eerst een milieuvergunning aanvragen bij de gemeentelijke overheid. Eens deze milieuvergunning uitgereikt werd, geldt deze meestal voor 20 jaar. De aanvrager van de vergunning gaat er (al dan niet opzettelijk) vanuit dat daarmee de kous af is.
Het spreekt echter vanzelf dat het verhandelen van zelfgekweekte zoogdieren en gevogelte ook onderworpen is aan de wettelijke verplichtingen opgelegd door de Ministeries van Financiën en Economische Zaken. Het valt op dat er voor deze aangelegenheden geen coördinatie bestaat tussen de (lokale) overheid die de vergunning verleent enerzijds en de Administraties van de BTW en de Inkomstenbelastingen plus de administratie van Economische Zaken anderzijds.
Welke maatregelen zijn er nodig opdat de genoemde Administraties automatisch informatie ontvangen van de (lokale) overheid die de milieuvergunning toekent aan een bedrijf of een particulier die zelfgekweekte dieren/vogels houdt en verhandelt?
ANTWOORD
Inzake inkomstenbelastingen worden geen specifieke wettelijke verplichtingen opgelegd inzake het verhandelen van zelfgekweekte kleine gezelschapsdieren.
De terzake beroepsmatig verkregen inkomsten zijn aan te merken als winst in de zin van de artikelen 23, § 1, 1°, en 24 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Inzake BTW kan worden gesteld dat kwekers van zoogdieren en gevogelte die zelfstandig optreden en die op een geregelde wijze de zelfgekweekte zoogdieren en gevogelte verhandelen, de hoedanigheid hebben van BTW-belastingplichtige zodat de verkoop van de zelfgekweekte zoogdieren en gevogelte door die personen in de regel aan de BTW is onderworpen tegen het thans geldende tarief van 21 %.
Deze belastingplichtigen dienen dan ook alle verplichtingen na te leven welke door de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten worden opgelegd, zoals onder meer het indienen van de aangifte van aanvang van werkzaamheid, van de periodieke BTW-aangiften en van de jaarlijkse opgaven van de belastingplichtige afnemers, het uitreiken van facturen, het houden van een boekhouding en het storten van de verschuldigde BTW aan de Schatkist.
De kwekers wier jaaromzet 225.000 frank (5.577,60 euro) niet overschrijdt, genieten evenwel als kleine onderneming van de belastingvrijstelling als bedoeld in artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek en dienen derhalve geen periodieke BTW-aangiften in te dienen. Bovendien zijn deze kleine ondernemingen overeenkomstig artikel 14, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, ontheven van het houden van een inkomend en een uitgaand factuurboek voor zover zij de ontvangen facturen en stukken en de dubbels van de uitgereikte facturen en stukken bewaren volgens een ononderbroken reeks nummers.
Teneinde de opvolging van het belastingplichtigenbestand te kunnen verzekeren, worden er bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit de nodige stappen gezet opdat de door de bevoegde overheid uitgereikte milieuvergunningen rechtstreeks aan haar zouden worden meegedeeld.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.