Teruggaaf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

152 28 februari 1980

Zoeken

Teruggaaf

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/152-teruggaaf-knoops-teruggave-89f0

Nummer
152
Datum
28 februari 1980

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1979-1980, nr. 22, blz. 2082-2083

Teruggaaf

VRAAG

Ten gevolge van de nieuwe richtlijnen inzake BTW heeft een aantal bouwbedrijven aanzienlijke vorderingen op de BTW.

Mij is gezegd dat het bestuur van de BTW voor terugbetalingen betreffende de aangifte voor het derde kwartaal 1979 slechts de betaling belooft tegen eind maart 1980, dat is een termijn van zes maanden.

Kan de heer Minister mij zeggen:

1° of hij dergelijke vertragingen bij de terugbetaling aanvaardbaar acht;

2° welke maatregelen hij denkt te treffen om de terugbetalingen van BTW te bespoedigen;

3° of het niet nuttig zou zijn te voorzien in een compensatie tussen de BTW-vorderingen en sommige schulden jegens het Rijk op het stuk van directe belastingen, bedrijfsvoorheffing of R.S.S.-bijdragen;

4° zou het niet normaal zijn dat die vorderingen na een termijn van één maand een interest van 1% per maand opbrengen, welke interest wordt gevorderd wanneer de belastingplichtige ten opzichte van de BTW schuldenaar is?

ANTWOORD

De door het geacht Lid bedoelde krediettoestand blijft in feite beperkt tot de ondernemingen die haast uitsluitend handelingen verrichten voor rekening van BTW-belastingplichtigen gehouden tot het indienen van periodieke aangiften. Die toestand moet beoordeeld worden rekening houdend met de opheffing van de voorfinanciering van belastingen ten bate van de klant, evenals met het herstel van de normale concurrentie door de uitschakeling van de frauduleuze koppelbaaspraktijken.

In strijd met de door het geacht Lid verkregen inlichtingen werden de BTW-kredieten voor het derde trimester 1979 terugbetaald ten laatste op het einde van december 1979, dit wil zeggen binnen de normale termijn van vier tot acht weken vanaf de datum vastgesteld voor de indiening van de aangifte.

De schuldvergelijking geregeld bij de artikelen 1289 en volgende van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing in de fiscale wetgeving. Zij zou trouwens in deze materie stuiten op onoverkomelijke bezwaren van juridische en praktische aard.

Een interest van 1% per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven wanneer het saldo dat op het einde van het kalenderjaar in het voordeel van de belastingplichtige bestaat niet werd teruggegeven binnen drie maanden. In alle andere gevallen zijn de moratoire interesten over de terug te geven sommen verschuldigd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de ter zake geldende regelen (BTW-Wetboek, art. 91).