Intrastat België. Vestiging en behandeling van de Intrastat-aangiften · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

150 30 maart 1993

Zoeken

Intrastat België. Vestiging en behandeling van de Intrastat-aangiftenIntrastat België. Vestiging en behandeling van de Intrastat-aangiften.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/150-intrastat-belgie-vestiging-behandeling-aangiften-3172

Nummer
150
Datum
30 maart 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 61, blz. 5581-5582

Intrastat België - Vestiging en behandeling van de Intrastat-aangiften.

VRAAG

Met het oog op de verwezenlijking van de eenheidsmarkt op 1 januari van dit jaar werd voor het opstellen van handelsstatistieken het Intrastat-stelsel ingevoerd. Cijfermateriaal inzake handelsverrichtingen tussen EG-Lid-Staten wordt rechtstreeks door de onderneming verstrekt aan het NIS, dat de gegevens verwerkt.

1. Is dat systeem nu al operationeel ?

2. Wat zijn de ervaringen tot nu toe ?

3. Zullen door de nieuwe werkwijze statistieken per gewest van de buitenlandse handel beschikbaar zijn ?

ANTWOORD

1. Het NIS kon slechts begin april 1993 starten met de behandeling van de Intrastat-aangiften van januari 1993. Die vertraging is te wijten aan het feit dat voor de voorbereiding van Intrastat België - en dat in tegenstelling tot de andere Lid-Staten - geen extra-middelen ter beschikking werden gesteld, zodat de verantwoordelijke dienst zich verplicht zag hiervoor de eigen middelen aan te spreken, waardoor de verwerking van de resultaten voor 1992 pas op einde maart kon worden beëindigd, dat wil zeggen met 44 dagen vertraging op het communautair wettelijk verplicht tijdsschema.

Daarenboven is het onontbeerlijk, bij de start van een nieuwe statistiek de aangiften permanent en individueel op te volgen om zo vlug mogelijk te reageren op foutieve aangiften en laattijdige indiening. Een snelle registratie van de informatie is bijgevolg een prioriteit. Daarom werd in EEG-verband veel aandacht besteed aan informatiseringsprojecten. De installatie op het NIS van een automatische diskettelezer en van een elektronisch faxsysteem - om de laattijdige firma's te rappelleren - zijn hiervan concrete realisaties, die evenwel nog niet operationeel zijn.

2. Spijts de grootschalige communautaire en nationale informatiecampagne, de installatie van een helpdesk en het tijdig ter beschikking stellen van de nodige documentatie, waaronder een bevattelijke handleiding, moeten wij vaststellen dat heden, slechts 2/3 van de 30.000 aangevers hun aangiften hebben ingediend en dat in heel wat gevallen de kwaliteit te wensen overlaat. Een intensieve follow-up actie bij de aangevers werd dan ook ingezet.

3. Het te verwerken grondmateriaal met betrekking tot Intrastat wordt door het NIS ingezameld op niveau van de onderneming (BTW-nummer). Daar het BTW-nummer een nationaal nummer is, kan een onderneming toch vestigingen hebben in verschillende gewesten onder dat enig en zelfde nummer. Om te komen tot een correcte regionale uitsplitsing van de intracommunautaire handel zou bijgevolg voor die ondernemingen een bijkomende verdeling per vestiging moeten worden gevraagd of een aangifte per vestiging. Dat zou leiden tot een verhoogde last op het bedrijfsleven, wat ik verwerp.

Heden krijgen de ondernemingen de vrije keuze hun aangiften op te maken per vestiging of gecentraliseerd op ondernemingsniveau. Er wordt zeer weinig gebruik gemaakt van aangiften per vestiging. De communautaire wetgeving voorziet alleen in een vrije keuze en geenszins in hun verplichting.

Onder meer om die reden werd over het publiceren van gewestelijke resultaten nog geen beslissing genomen. Tenslotte, kan dat eventueel slechts overwogen worden wanneer Intrastat op nationaal niveau degelijke resultaten levert.