Btw bij renovatieprojecten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1481 8 februari 2017

Zoeken

Btw bij renovatieprojecten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1481-btw-renovatieprojecten-robert-velde-tarief-a3c9

Nummer
1481
Datum
8 februari 2017

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/126 d.d. 17.07.2017, blz. 460

Btw bij renovatieprojecten.

VRAAG

Overeenkomstig tabel A, rubriek XXXI van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen onderworpen aan het tarief van 6 %, voor zover de desbetreffende handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele, van een woning tot voorwerp hebben.

In antwoord op vraag nr. 1350 van 29 juni 2006 van de heer Jean-Jacques Viseur stelde de minister van Financiën dat deze bepaling de werken tot oprichting van een nieuwe privéwoning uitsluit, maar dat van zodra de werken op een relevante wijze steunen op de wezenlijke elementen van de bestaande structuur ze binnen het toepassingsgebied van het verlaagd tarief vallen (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 133, blz. 26247).

De minister stelde eveneens dat werken die de uitbreiding van een bestaand onroerend goed tot doel hebben onder de toepassing van het verlaagd tarief vallen voor zover ze beperkt blijven tot het doel nagestreefd door de voormelde rubriek XXXI, en dat hetzelfde geldt wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte na de werken groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning met dien verstande dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk kan functioneren van het oude gedeelte maar er een functioneel geheel mee vormt.

In antwoord op vraag nr. 1161 van 4 juli 1994 van de heer Olivier Maingain stelde de minister van Financiën dat "werk in onroerende staat dat de omvorming van een gebouw tot privéwoningen tot voorwerp heeft, kan het verlaagde btw-tarief van 6 % genieten wanneer alle voorwaarden van rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake btw-tarieven, vervuld zijn, ongeacht de aanwending van dat gebouw voor de omvorming." (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1993-1994, nr. 120, blz. 12603).

Kan uit het voorgaande geconcludeerd worden dat wanneer een onroerend goed dat voor de werken als één privéwoning werd gebruikt, maar na de renovatie en uitbreidingswerken wel als een meergezinswoning zal worden aangewend, en bovendien de oppervlakte van het oude gedeelte na de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de meergezinswoning, en dat het nieuwe gedeelte en het oude gedeelte volledig met elkaar zijn geïntegreerd zodat beide delen niet afzonderlijk van elkaar kunnen functioneren, en dat voor het overige aan de voorwaarden vermeld in rubriek XXXI, § 1, 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven is voldaan, op de renovatie en uitbreidingswerken het verlaagd btw-tarief van toepassing is?

ANTWOORD

van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 25.07.2017:

Uw vraag heeft betrekking op de mogelijke toepassing van het verlaagd btw-tarief op grond van rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven, ten aanzien van de omvorming van een eengezinswoning tot een meergezinswoning.

Ik ga ervan uit dat u het geval beoogt waarin een privéwoning wordt omgevormd tot een gebouw met een aantal wooneenheden (appartementsgebouw). De afzonderlijke wooneenheden (appartementen) worden tot stand gebracht deels binnen het volume van het behouden deel van het oude gebouw, deels door uitbreiding van het oude gebouw (nieuwe aanbouw en/of bovenbouw).

Opdat het voornoemde verlaagd btw-tarief van toepassing kan zijn bij dergelijke uitbreidingswerken, moeten in de eerste plaats de uitgevoerde werken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het bewaard gebleven gebouw.

Bovendien moet de oppervlakte van het oude gedeelte groter zijn dan de helft van de totale oppervlakte van het gebouw na de uitvoering van de werken.

Tot slot is vereist dat het nieuwe gedeelte het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt (Beslissing nr. E. T. 106.933 van 1 september 1994).

Gelet op het gebruik van de gemeenschappelijke delen in een appartementsgebouw, wordt aan deze voorwaarde geacht voldaan te zijn in geval van omvorming van een privéwoning tot een appartementsgebouw.