Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-42, blz. 2151
Maatstaf van heffing - Onroerende voorheffing - Verhuur
VRAAG
Het is me ter ore gekomen dat de BTW-administratie de betaling van BTW eist op de terugbetaling door de huurder van de onroerende voorheffing die gedragen wordt door de verhuurder.
Wat is de wettelijke basis voor de heffing van BTW op een belasting van onroerend goed ?
Zou er ook BTW worden geëist als de verhuurder de aanmaning voor het betalen van de onroerende voorheffing aan de huurder zou bezorgen en hem zou verzoeken zelf de belasting aan de Belastingadministratie te betalen ?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van het BTW-Wetboek wordt voor de leveringen van goederen en de diensten de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.
Artikel 26, derde lid, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de belastingen, rechten en heffingen eveneens in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen.
Hieruit volgt dat in het door het geachte lid beoogde geval, wanneer een leasinggever, schuldenaar van de onroerende voorheffing, de betaling ervan oplegt aan de leasingnemer, het bedrag van deze voorheffing moet opgenomen worden in de maatstaf van heffing voor de berekening van de verschuldigde belasting, ongeacht de wijze waarop de voorheffing in rekening wordt gebracht of de voorziene betalingsmodaliteiten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.