Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 149, blz. 16049-16051
Intracommunautaire leveringen en verwervingen goederen - Verkochte goederen die België niet verlaten - Opgelegde geldboeten.
VRAAG
Men meldt mij dat een aantal Belgische BTW-plichtigen - het zouden er overigens tientallen zijn - volgend mechanisme hebben opgezet. A is een natuurlijk persoon van Belgische nationaliteit en is exclusief verdeler van een EEG-produkt voor België. Samen met een andere natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit heeft hij een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Engels recht opgericht (beide hebben een aandeel van één pond sterling volgestort), en hij heeft een BTW-nummer "UK ..." gekregen. B is een Belgische groothandelaar die bij A aangekochte goederen aan Belgische detaillisten doorverkoopt. Ook hij heeft een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Engels recht opgericht, geheel volgens voormeld scenario, en een BTW-nummer met UK als beginletters gekregen.
In werkelijkheid hebben A zowel als B enkel een telefoon in Londen, ondergebracht in de kantoren van de Engelse fiscalist die de hele constructie heeft bedacht. Potentiële klanten die het nummer opbellen, krijgen onveranderlijk een antwoordapparaat aan de lijn met de boodschap dat de opgebelde persoon voor het ogenblik afwezig is. B verkoopt zijn artikelen zonder BTW aan zijn Belgische klanten-detailhandelaars en wijst er in zijn reclame trouwens nadrukkelijk op dat de aankoop vrijgesteld is van de BTW omdat de detaillist zijn goederen zogezegd in Engeland betrekt. Alleen passeren de door A uit het EU-land in België ingevoerde goederen helemaal niet door Groot-Brittannië en verlaten ze België verder niet meer. Me dunkt dus dat B het in deze operatie laat voorkomen alsof hij een intracommunautaire verwerving verricht, terwijl dat niet echt het geval is omdat er geen sprake is van transport buiten de landsgrenzen.
1. Kent uw administratie het boven beschreven procédé ?
2. Kan die handelswijze binnen het kader van de BTW-wetgeving als wettelijk worden beschouwd ?
3. Zo neen, wie is de BTW verschuldigd, aan welke straffen stelt de BTW-plichtige zichzelf of zijn klanten bloot, en welke maatregelen denkt u te nemen om dergelijke misbruiken tegen te gaan ?
ANTWOORD
1. De door het geacht lid uiteengezette handelswijze werd reeds vastgesteld en bestraft door mijn administratie naar aanleiding van controles die werden verricht met betrekking tot de juiste toepassing van de wettelijke bepalingen aangaande de intracommunautaire leveringen en verwervingen van goederen verricht in België door personen die er voor BTW-doeleinden geïdentificeerd zijn.
2. Deze handelswijze is uiteraard niet in overeenstemming met de toepasselijke BTW-reglementering aangaande de intracommunautaire handelingen, zowel wat betreft de bepalingen met betrekking tot de vrijstellingsvoorwaarden voor intracommunautaire leveringen van goederen als deze met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van goederen.
Opdat bovenstaande bepalingen van toepassing zijn, is het inderdaad noodzakelijk dat de levering betrekking heeft op goederen die verzonden of vervoerd worden door de verkoper, de afnemer of voor hun rekening, buiten België ter bestemming van een andere lidstaat (intracommunautaire levering) of ter bestemming van België uit een andere lidstaat (intracommunautaire verwerving).
In het door het geacht lid beoogde geval, verlaten de verkochte goederen het Belgisch grondgebied niet zodat aan de voorwaarde van het vervoer ter bestemming van of afkomstig uit een andere lidstaat niet is voldaan. Daaruit volgt dat de levering tussen A en de onderneming naar Engels recht (hieronder C genaamd) in België plaatsvindt en niet kan worden vrijgesteld van de Belgische BTW. De daaropvolgende levering tussen C en een Belgische detaillist (hieronder D genaamd) vindt eveneens plaats in België en is hier belastbaar (artikel 15, §§ 1 en 2, van het BTW-wetboek).
3. De schuldenaar van de eerste levering (A-C) is de verkoper A (artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek); de koper C is hoofdelijk gehouden tot betaling van deze belasting (artikel 51bis, § 1, 3°, van het BTW-wetboek). De schuldenaar van de daaropvolgende levering (C-D) is de verkoper C die zich voor BTW-doeleinden moet laten identificeren in België of er over een aansprakelijke vertegenwoordiger moet beschikken zo hij hier niet gevestigd is. De laatste koper D is eveneens hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting over deze handeling.
Het geval zoals uiteengezet door het geacht lid kan meerdere overtredingen inhouden op de BTW-wetgeving. In ieder geval bepaalt artikel 70, § 1, van het BTW-wetboek, dat voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting zonder mogelijkheid tot kwijtschelding of vermindering van deze boete wanneer de overtreding begaan werd met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken (artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 oktober 1993, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde [uitvoering van de artikelen 70 en 84 van het wetboek]). Deze geldboete is verschuldigd individueel door ieder die krachtens de bovengenoemde artikelen 51, § 1, en 51bis, § 1, 3°, gehouden is tot voldoening van de belasting.
Deze overtredingen worden gesanctioneerd naar aanleiding van controles die geregeld worden verricht bij belastingplichtigen.
Indien het geacht lid een concreet geval beoogt, nodig ik hem uit mij deze gegevens mede te delen voor verder onderzoek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.