VRAAG
Bij ministerieel besluit van 16 november 1992 (Belgisch Staatsblad, 28 november 1992), werd bij de BTW-administratie een centrale eenheid voor administratieve samenwerking met de andere EU-lidstaten op het gebied van BTW opgericht, bevoegd voor het ganse land (wat nationale tweetaligheid inhoudt) en beheerd door een ambtenaar met de graad van gewestelijk directeur. Dit besluit was de uitvoering van verordening nr. 218/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1992 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van BTW en was bedoeld als begeleidende controlemaatregel bij de invoering van de nieuwe BTW-regelgeving op 1 januari 1993.
Deze dienst is thans gehuisvest in de Financietoren te Brussel, in de lokalen van de centrale administratie, en wordt beheerd door een inspecteur, die niet tweetalig is, omdat er nog geen gewestelijk directeur (tweetalig) werd aangewezen.
1. Werd uw ministerieel besluit al uitgevoerd?
2. Is de ambtenaar die moet instaan voor het beheer inderdaad nog niet aangewezen?
3.
a) Werd de betrekking van gewestelijk directeur al opgericht?
b) Zo niet, waarom niet?
4.
a) Gaat de aanstelling van een ééntalig inspecteur niet in tegen het besluit van 16 november 1992 en tegen de taalwetgeving?
b) Zo ja, hoe en wanneer maakt u een einde aan die onwettigheid?
5. Hoeveel personen werken er thans op deze dienst, in welke functie en graad?
6. Is het juist dat de dienst met achterstand te kampen heeft, zodat er bijna nog geen effectieve controles van niveau 3 zijn uitgevoerd?
7. Als er onvoldoende infrastructuur en effectieve leiding zijn, vervult België dan wel zijn Europese plichten, inzonderheid de naleving van verordening nr. 218/92 van de Raad? Immers, conform het besluit van 16 november 1992 moet de dienst inlichtingen verschaffen nopens de geldigheid van de BTW-nummers en de mededeling van BTW-registratiegegevens en tevens een coördinerende rol uitoefenen bij het verschaffen van inlichtingen en het onderzoek van de gegevens inzake intracommunautaire leveringen en verwervingen van goederen.
8. Is het verantwoord de dienst op het hoofdbestuur van de BTW te houden, rekening houdend met de voorschriften (nota Tobback) om het personeelseffectief van de centrale diensten af te slanken?
ANTWOORD
Krachtens artikel 2, lid 2, van de verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1992, betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (BTW) (PB, nr. L 24, blz. 1 van 1 februari 1992 en verder genoemd de Verordening), diende elke lidstaat een Centrale eenheid aan te wijzen die de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking. Bovendien diende, op basis van dezelfde tekst, elke lidstaat aan de andere lidstaten en aan de Commissie mee te delen welke bevoegde autoriteiten zijn aangewezen als contactpersoon voor de toepassing van de verordening.
Voorafgaandelijk wordt tevens nog vermeld dat de verordening voornamelijk een systeem van uitwisseling van inlichtingen over intracommunautaire transacties tussen de lidstaten van de Europese Unie heeft in werking gesteld, dat de controles voor fiscale doeleinden aan de binnengrenzen moest vervangen en de bestaande Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977, betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen, aanvult.
Als bevoegde autoriteit voor de toepassing van de verordening werd de vierde dienst, twaalfde directie, van de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen aangewezen. Dit werd bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. C 302, van 28 oktober 1994, overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de verordening.
Bij ministerieel besluit van 16 november 1992 (Belgisch Staatsblad van 28 november 1992) werd bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen de "Centrale eenheid voor administratieve samenwerking met de andere EEG-lidstaten op het gebied van BTW" (afgekort : Centrale eenheid) opgericht in uitvoering van de verordening. Uit een beslissing van de directeur-generaal van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen van 16 november 1992 genomen ter uitvoering van artikel 4 van laatstgenoemd besluit, blijkt dat dit besluit in werking is getreden op 1 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 28 november 1992).
Laatstgenoemde dienst is vooral actief op twee vlakken. Ten eerste zorgt de Centrale eenheid ervoor dat personen met een Belgisch BTW-identificatienummer die betrokken zijn bij intracommunautaire leveringen van goederen of intracommunautaire diensten bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van een aan een bepaalde persoon in een andere lidstaat toegekend BTW-identificatienummer. Ten tweede vervult de Centrale eenheid als centraal contactpunt in België een coördinerende rol bij de uitwisseling tussen de lidstaten van gedetailleerde gegevens inzake intracommunautaire transacties, zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening (de zgn. "informatie van niveau-3").
Daarnaast vervult zij nog een aantal andere taken die in verband staan met intracommunautaire kwesties (o.m. een bepaalde samenwerking met de Administratie van de douane en accijnzen).
Deze dienst werd opgericht als een buitendienst waarvan het personeel voornamelijk ressorteert onder de gewestelijke BTW-directie Brussel 1. De dienst is nochtans, gelet op de toegewezen taken, bevoegd voor het ganse land. De zetel is gevestigd te Brussel, in de Financietoren (vijftiende verdieping), Rijksadministratief centrum, Kruidtuinlaan 50, bus 39, alwaar eveneens de Centrale administratie van BTW, registratie en domeinen is gevestigd. De inplanting van de Centrale eenheid in de Financietoren is ingegeven door redenen van praktische en technische aard (aansluiting op computernetwerken, noodzakelijke en veelvuldige contacten met de dienst automatisering en andere diensten van de Centrale administratie).
Bij de Centrale eenheid zijn momenteel 14 personeelsleden tewerkgesteld, waarvan 1 inspecteur als diensthoofd en 1 adjunct-controleur, 1 adjunct-verificateur, 2 opstellers in de afdeling "verstrekking van informatie van niveau-3" en 8 opstellers in de afdeling "bevestiging van BTW-nummers"; tenslotte is 1 adjunct-controleur belast met de diverse andere zaken. Van deze personeelsleden zijn er zes contractueel in dienst.
In het koninklijk besluit van 7 april 1995 tot vaststelling van de personeelsformatie van het ministerie van Financiën wordt daarenboven de betrekking van gewestelijk directeur gecreëerd die voorzien was in het voormeld ministerieel besluit van 16 november 1992 tot oprichting van de desbetreffende dienst.
Zodra de nodige uitvoeringsbesluiten genomen zijn, zal voormeld koninklijk besluit samen met deze uitvoeringsbesluiten gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad en de eerste van de daarop volgende maand van kracht worden.
Anderzijds moet worden gesteld dat in afwachting van een beter inzicht in de noodwendigheden van de dienst en in de nieuwe taken die het wegvallen van de fiscale binnengrenzen met zich brengen op het vlak van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten, het niet opportuun was, noch het kader van deze dienst onherroepelijk vast te leggen, noch onmiddellijk een gewestelijk directeur als hoofd van de Centrale eenheid aan te stellen. Bovendien geniet de Centrale eenheid, wat haar taken betreft die voortvloeien uit de verordening, de rechtstreekse ondersteuning van bovengenoemde vierde dienst, twaalfde directie van de Centrale administratie (de "bevoegde autoriteit"). Deze laatstgenoemde dienst is bevoegd voor het algemeen beleid inzake administratieve samenwerking tussen de lidstaten op het vlak van de vestiging van de BTW en voor dossiers inzake administratieve bijstand zoals bedoeld in de reeds vermelde richtlijn. Onder dit algemeen beleid behoort onder meer de vertegenwoordiging van België in het "Permanent comité inzake administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belasting" (zie artikel 10, lid 1, van de verordening).
In dat verband wordt het na twee jaar werking duidelijk dat, mede in het licht van de aangekondigde herstructurering van de fiscale administraties, het in termen van administratieve samenwerking rationeler zou zijn de Centrale eenheid op te nemen onder de dienst van genoemde Centrale administratie die bevoegd is voor de administratieve samenwerking tussen de lidstaten. Het is inderdaad t.a.v. de andere lidstaten en de Europese Commissie doorzichtiger en eenvoudiger om op het stuk van de administratieve samenwerking met één enkele goed gestructureerde verantwoordelijke dienst te handelen. Deze dienst die over verregaande bevoegdheden inzake administratieve samenwerking dient te beschikken moet minstens alle op dit moment in dat verband ingezette mensen en middelen omvatten.
Het belang van een goed gestructureerde verantwoordelijke dienst, die zich als zodanig op verschillende niveaus kan opwerpen, moet ook gezien worden in het kader van een steeds toenemende internationale administratieve samenwerking die een antwoord zal moeten bieden aan de nood tot verdere internationalisering van de fiscale controle. Bovendien kan de versnippering van de bevoegdheden over verschillende diensten ook intern tot vertragingen en dubbel gebruik leiden.
Daarenboven vereist de Europese reglementering dat, om de administratieve samenwerking efficiënt te laten verlopen, korte termijnen voor de uitwisseling van inlichtingen en de onderzoeken die daaruit voortvloeien, strikt worden gerespecteerd. Om dit te realiseren moeten de diensten die belast zijn met deze administratieve samenwerking met voldoende autoriteit kunnen handelen en ook kunnen ingrijpen in het fiscale controleproces door onder meer controleopdrachten toe te wijzen die snel worden uitgevoerd.
Dit alles toont aan dat de integratie van de twee bestaande diensten m.b.t. administratieve samenwerking op het vlak van de vestiging van de BTW, in één centrale dienst van de Administratie een verantwoorde aanpak is.
Wat de werking van de Centrale eenheid tot op heden betreft, kan ik het geacht lid verzekeren dat mij daarover geen enkele klacht van de Europese instanties of andere lidstaten bekend is, of meer zelfs dat er geen enkele aanwijzing bestaat van achterstanden die het geacht lid suggereert. Dit, niettegenstaande de onvermijdelijke moeilijkheden waarmee het opstarten van een dienst gepaard gaat, het specifieke karakter van de dienst (meertalenkennis, representatieve en vlotte omgang met buitenlandse collega's, sterk geautomatiseerde werkomstandigheden...) en het groeiende werkvolume vooral op het vlak van de uitwisseling van inlichtingen van niveau 3 tussen de lidstaten. Ook de vragen tot bevestiging van BTW-identificatienummers blijven op een hoog peil (toetreding van nieuwe lidstaten sinds 1 januari 1995). Het aantal uitwisselingen van inlichtingen van niveau 3 is vooral sinds 1994 sterk beginnen toenemen.
In dat verband wordt opgemerkt dat de controles waarop de te verstrekken inlichtingen gebaseerd zijn, worden uitgevoerd door de plaatselijke diensten die belast zijn met BTW-controle.
Volgende cijfers kunnen het belang en de goede uitvoering van de aan de Centrale eenheid opgelegde taken onderstrepen.
Op 28 februari 1995 werden op de Belgische Centrale eenheid, in het totaal 205 te behandelen aanvragen om inlichtingen van niveau 3 ontvangen van de evengenoemde lokale diensten, waarvan er 202 na behandeling werden verzonden naar de Centrale eenheden van de andere lidstaten. Deze laatsten hebben op dezelfde datum op 67 verzoeken geantwoord, waarvan er 61 reeds zijn verzonden aan de verzoekende controlediensten.
Omgekeerd werden op 28 februari 1995 aan de Belgische Centrale eenheid 249 aanvragen om inlichtingen van niveau 3 verstuurd vanuit de Centrale eenheden van andere lidstaten, waarvan er reeds 243 werden doorgezonden aan de bevoegde plaatselijke controlediensten. Van deze diensten werden reeds 171 antwoorden verkregen waarvan er 166 door de Belgische Centrale eenheid werden toegestuurd aan de Centrale eenheden van de andere lidstaten.
Tenslotte werden door de Belgische Centrale eenheid sinds haar oprichting tot 28 februari 1995, 301 995 verificaties verricht van BTW-identificatienummers die werden toegekend in de andere lidstaten. Deze verificaties worden in principe binnen het uur na de aanvraag uitgevoerd.