Parlementaire vraag nr. 1439 van de heer Bert Wollants d.d. 11.04.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/112 d.d. 26.05.2023, blz. 158
Vraag nr. 1439 van De heer volksvertegenwoordiger Bert Wollants van 11 april 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw op steenkool.
VRAAG
De kostprijs van de verschillende energieproducten en hun effecten op ons klimaat zijn steeds belangrijke discussies als het aankomt op het stimuleren/ontmoedigen van "klimaatonvriendelijke" brandstoffen. Het btw-tarief van 12 % op steenkool is daarin een artefact uit het verleden waar vandaag de nodige vragen bij kunnen worden gesteld. Dat specifieke tarief wordt immers gehanteerd voor producten die vanuit economisch of sociaal oogpunt belangrijk zijn.
Wanneer wordt gekeken naar de uitstoot van brandstoffen voor verwarming en hun uitstoot per kWh, levert steenkool zo'n 360 gram CO2 op per kWh tegenover 260 g/kWh voor stookolie of 200 g/kWh voor aardgas. En dat terwijl verkopers van kolenkachels er prat op gaan dat verwarmen op steenkool een pak goedkoper is dan de eerder genoemde alternatieven.
Het verdient dus ook de aanbeveling om inkomsten op steenkoolproducten te kunnen opvolgen. In 2021 bezorgde u hierover een aantal cijfers die evenwel slechts verwezen naar de periode tot 2019.
Het verdient dus de aanbeveling om deze gegevens te kunnen actualiseren, teneinde de evolutie hiervan beter te kunnen inschatten.
1. Hoeveel bedroegen de btw-opbrengsten (indien noodzakelijk afgeleid uit de nationale rekeningen) op steenkool jaarlijks sinds 2019 (met inbegrip van de definitieve cijfers voor 2019)? Graag de cijfers opgesplitst tussen industrieel gebruik en particulier (verwarmings)gebruik.
2. Welke hoeveelheden steenkool werden op die manier de afgelopen vijf jaar jaarlijks in verbruik gebracht? Graag de cijfers opgesplitst tussen industrieel gebruik en particulier (verwarmings)gebruik.
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 17.05.2023:
1. Gezien de btw-opbrengsten voorvloeiend uit het verbruik van steenkool niet rechtstreeks uit de btw-aangiften kunnen worden afgeleid, is gebruik gemaakt van de gegevens uit de Nationale Rekeningen om die ontvangsten in te schatten.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van die geschatte btw-opbrengsten alsook van de belastbare grondslag. Er dient aangestipt dat enkel het verbruik door eindconsumenten in rekening is gebracht. Het intermediair verbruik van steenkool door allerhande bedrijven (voornamelijk cokesfabrieken en elektriciteitscentrales) is uiteraard niet weerhouden bij de berekeningen vermits de desbetreffende btw volgens de normale regels in aftrek kan worden gebracht.
Tenslotte opmerken dat de onderstaande btw-gegevens, uitgedrukt in miljoen euro, voor de jaren 2017-2019 definitieve cijfers betreffen terwijl het voor de jaren 2020 en 2021 nog om voorlopige cijfers gaat.
| Jaar | Netto btw-grondslag | Netto btw-opbrengst |
| 2017 | 38,2 | 4,58 |
| 2018 | 37,9 | 4,55 |
| 2019 | 36,1 | 4,33 |
| 2020* | 31,6 | 3,79 |
| 2021* | 41,6 | 4,99 |
(*) Voorlopige cijfers
2. De gedurende de afgelopen vijf jaar verbruikte hoeveelheden steenkool zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Er is daarbij, zoals gevraagd, een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de steenkool aangewend voor particulier gebruik en anderzijds het gebruik voor industriële doeleinden. Op het vlak van het particulier gebruik dient evenwel opgemerkt dat ook het verbruik van de landbouwsector in deze gegevens is opgenomen.
Bovendien dient aangestipt dat het hier gegevens betreft die verstrekt zijn door de bevoegde dienst van de FOD Economie. In de afgelopen jaren zijn er herzieningen van de gegevens doorgevoerd. Volgens de statistische conventie worden getransformeerde producten niet meegerekend in het eindverbruik, dat met name de steenkool omvat die voor elektriciteitsproductie wordt gebruikt en de steenkool die in hoogovens wordt gebruikt.
Uit de cijfers blijkt dat het verbruik door particulieren afneemt. De stijging van het verbruik voor residentieel en landbouwgebruik in 2021 kan onder meer worden verklaard door een bijzonder koud jaar. Het industriële verbruik werd in 2020 sterk beïnvloed door de COVID-19- crisis, alvorens in 2021 terug te keren naar een niveau dat iets lager ligt dan dat van vóór de crisis.
| jaar | Verbruik van steenkool door particulieren en de landbouwsector in kiloton) | Verbruik voor industriële doeleinden (in kiloton) | Totaal verbruik |
| 2017 | 127,8 | 311,6 | 439,5 |
| 2018 | 107,9 | 331 | 439 |
| 2019 | 80,2 | 372,2 | 452,5 |
| 2020 | 63,2 | 319,7 | 383 |
| 2021 | 76 | 335,6 | 411,7 |
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.