Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 143, blz. 19692-19695
Taksvrije verkopen
VRAAG
De Europese Commissie heeft beslist vanaf 1 juli 1999 taksvrije verkopen niet langer toe te laten in de Europese Unie. Dit is een gevolg van het aflopen van de uitzonderingsregeling die voorzien werd bij de voltooiing van de Europese interne markt op 1 januari 1993.
Deze beslissing werd ondertussen reeds omgezet in het Belgisch intern recht, onder meer via de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop en het koninklijk besluit nr. 49 van 29 december 1992.
Het lijkt realistisch te veronderstellen dat deze beslissing heel wat gevolgen gaat hebben voor de economische activiteiten aan de Europese buitengrenzen. Oostende is, met de zeehaven en de luchthaven, voorbeeld van zo'n Europese buitengrens.
1.
a) Wat houdt het verbod precies in?
b) Is het mogelijk dat een passagiersschip toch taksvrije verkopen doet wanneer het de territoriale wateren van een lidstaat heeft verlaten en zich in internationale wateren bevindt?
c) Kon men taksvrij verkopen in een vliegtuig dat in het internationaal luchtruim is?
2. Wat is de omvang van de negatieve impact op de tewerkstelling in Oostende en omstreken?
3.
a) Voor welke waarde werd in 1997 in België taksvrij verkocht (waarde in Belgische frank)?
b) Hoeveel werd in 1997 taksvrij verkocht via de verbindingen met de Oostendse zee- en luchthaven (waarde in Belgische frank) ?
4.
a) Verwacht men een positief effect op de ontvangsten eenmaal taksvrije verkopen niet meer mogelijk zullen zijn?
b) Zo ja, hoe groot zal de meeropbrengst zijn?
ANTWOORD
In antwoord op zijn vragen kan ik het geacht lid het volgende mededelen.
1.
a) De afschaffing van de belastingvrije verkooppunten binnen de gemeenschappelijke markt heeft tot gevolg dat de vrijstelling van de BTW en van de accijns vanaf 1 juli 1999 vervalt voor de verkoop van goederen aan reizigers die een intracommunautaire vlucht of zeereis maken, ongeacht of deze verkoop plaats heeft vóór de afvaart of aan boord van het vervoermiddel tijdens de reis.
De definitie van "intracommunautaire vlucht" en "intracommunautaire zeereis" is vastgesteld, wat de BTW betreft, in artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 49 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de leveringen van goederen door de taksvrije verkooppunten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en, wat de accijns betreft, in artikel 31, § 1, 3°, van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop. De definitie, die overigens in overeenstemming is met de Europese richtlijnen ter zake, luidt: "elk vervoer, door de lucht of over zee, dat begint in België en waarvan de daadwerkelijke plaats van aankomst in een andere lidstaat van de Gemeenschap is gelegen".
b) In principe is het mogelijk dat een zeevaartmaatschappij niet-communautaire goederen aan boord brengt van een schip en deze goederen aan de reizigers verkoopt gedurende de intracommunautaire zeereis. Aangezien de betrokken goederen evenwel enkel aan boord kunnen worden gebracht onder geleide van een te zuiveren douane- of accijnsdocument, zullen - wanneer de goederen niet worden aangeboden bij de douane van het land van bestemming - de eventueel verschuldigde rechten bij invoer, de accijns en de BTW worden gevorderd ten laste van de op dat douane- of accijnsdocument vermelde aangever.
c) Gelijkaardig antwoord als voor vraag 1 b).
2. Aangezien de afschaffing van de belastingvrije verkooppunten na 30 juni 1999 reeds wettelijk was geregeld, vóór 1 januari 1993, werd het niet nodig geacht nog een officiële studie te laten uitvoeren naar de negatieve impact op de tewerkstelling door het afschaffen van de belastingvrije verkooppunten in het intracommunautaire reizigersverkeer in België. Dit standpunt werd ook ingenomen door de Raad Ecofin van 19 mei 1998, daar er geen consensus kon worden bereikt voor het laten uitvoeren van een studie van de gevolgen voor de gehele Gemeenschap. Bijgevolg kan geen antwoord worden verstrekt omtrent de gevolgen in de regio Oostende.
3.
a) De Administratie der douane en accijnzen houdt geen statistieken betreffende de taksvrije verkoop in België, zodat de officiële cijfers niet gekend zijn. Officieus wordt geraamd dat die verkoop ongeveer zes miljard frank per jaar bedraagt. Dit bedrag omvat zowel de intracommunautaire als de extra-communautaire verkopen.
b) De cijfers voor de belastingvrije verkooppunten in de zee- en luchthaven te Oostende zijn bij de Administratie der douane en accijnzen ook niet bekend. Daarenboven wordt er op gewezen dat de verkoop aan boord van ferrieboten niet is begrepen in het in cijfer 3 a), vermelde bedrag, aangezien die boten in het algemeen door Engelse zeevaartmaatschappijen worden geëxploiteerd.
4.
a) De afschaffing van belastingvrije verkooppunten voor het intracommunautaire reizigersverkeer zal ongetwijfeld een positief effect hebben voor de Schatkist.
b) Hoe groot de meeropbrengst voor de Schatkist zal zijn, valt moeilijk te ramen onder meer wegens de grote verscheidenheid van goederen en tarieven.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.