Inschrijvingstaks voor tweedehandse motorfietsen. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Repertorium van catalogusprijzen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

143 13 februari 1985

Zoeken

Inschrijvingstaks voor tweedehandse motorfietsen. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Repertorium van catalogusprijzen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/143-inschrijvingstaks-tweedehandse-motorfietsen-maatstaf-heffing-7cae

Nummer
143
Datum
13 februari 1985

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Inschrijvingstaks voor tweedehandse motorfietsen - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Repertorium van catalogusprijzen

VRAAG

In toepassing van artikel 2, titel 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, zijn onder meer motorfietsen onderworpen aan de inschrijvingstaks, en dit onder bepaalde voorwaarden. Artikel 5, § 2, stelt dat de Koning een minimummaatstaf van heffing van de taks kan bepalen voor de door hem aan te wijzen goederen.

Tot op heden werd er, bij mijn weten, geen minimummaatstaf van heffing opgelegd met betrekking tot tweedehandse motorfietsen. Dit gebeurde enkel voor personenauto's en voor auto's voor dubbel gebruik. Nochtans werd mij reeds verschillende malen gemeld dat de ambtenaren van de BTW-controles onder meer de hiernavolgende minima toepassen, of deze in elk geval opdringen:

- 50% - jaar na 1ste ingebruikname;

- 35% - 2e jaar na 1ste ingebruikname;

- 20% - 3e jaar na 1ste ingebruikname;

- 10% - 4e jaar na 1ste ingebruikname;

- 5% - 5e jaar na 1ste ingebruikname.

Deze minima worden berekend op de catalogusprijzen die jaarlijks door de Administratie van de BTW, bij middel van een lijst, aan de controlekantoren worden medegedeeld.

Kan de Minister mij mededelen bij welke wet of bij welk besluit deze minima werden vastgesteld? Zo er geen enkele wet of geen enkel besluit werd uitgevaardigd, vraag ik de Minister waarom aan deze onwettelijke toestand geen einde werd gemaakt. Is deze handelwijze ook niet in strijd met de E.E.G.-reglementering?

ANTWOORD

De inschrijving in het repertorium van de dienst die met de inschrijving van de voertuigen is belast van een motorfiets is onderworpen aan de inschrijvingstaks, welke wordt geheven over de enige maatstaf van de normale waarde van de motorfiets op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.

Onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, voor het goed kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.

Die normale waarde moet, geval per geval, worden bepaald rekening houdend met alle elementen die de economische waarde van de motorfiets op de dag van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs kunnen beïnvloeden.

Een dezer elementen is ontegensprekelijk de catalogusprijs, welke de controleagent kan terugvinden in een hem door de administratie ter beschikking gesteld officieus repertorium van de catalogusprijzen van de voornaamste merken van motorfietsen.

Die catalogusprijzen gelden evenwel slechts als eenvoudige vermeldingen, net zoals trouwens de enkele percentages op die prijzen welke door het geacht Lid worden beoogd. Deze elementen worden louter ten informatieve titel aan de controleagenten verstrekt en vertegenwoordigen geenszins een dwingende norm.

Overigens bestaat er geen probleem van eventuele strijdigheid met de vigerende E.E.G.-reglementering inzake belasting over de toegevoegde waarde aangezien de inschrijvingstaks, die verschuldigd wordt wegens het louter materiële feit van de inschrijving van een voertuig, niet het karakter van een omzetbelasting heeft.

Hoe dan ook, indien voor een bepaald geval mocht blijken dat de vastgestelde waarde een te hoge maatstaf van heffing vormt, kan teruggave worden verleend van de te veel betaalde taks.