Gehandicapten. Belastingvrijstellingen. Voorwaarden · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

14 20 oktober 1995

Zoeken

Gehandicapten. Belastingvrijstellingen. Voorwaarden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/14-gehandicapten-belastingvrijstellingen-voorwaarden-viseur-invalide-30a8

Nummer
14
Datum
20 oktober 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995, nr. 011 , blz. 1139

Gehandicapten - Belastingvrijstellingen - Voorwaarden

VRAAG

Gehandicapten met een invaliditeitsgraad van meer dan 50% aan de onderste ledematen genieten vrijstellingen voor diverse taksen op auto's. De bedoeling van die maatregel is de integratie van die mensen in het dagelijkse leven te vergemakkelijken, vooral dan wat het vervoer betreft. In die geest zou evenwel enkel met het functionele aspect van de handicap rekening moeten worden gehouden, aangezien het gemak waarmee men zich kan integreren, omgekeerd evenredig is met de graad van de handicap, los van de medische oorzaak ervan.

Een bepaald iemand werd echter de belastingvrijstelling geweigerd, hoewel de betrokkene een erkende invaliditeitsgraad van meer dan 60% van de onderste ledematen kon aantonen. Als reden voor de weigering werd aangevoerd dat de verlamming door een functiestoornis van de wervels en niet van de onderste ledematen zelf werd veroorzaakt. Die interpretatie lijkt me totaal in strijd met de geest van de wetten en reglementen dienaangaande.

1. Onderschrijft u de interpretatie van de Administratie in die zaak?

2. Op welke wettekst of reglementsbepaling kan een dergelijke interpretatie steunen?

3. Vindt u hoe dan ook niet dat de nodige wetswijzigingen moeten worden uitgevoerd om die onrechtvaardige situatie recht te trekken?

ANTWOORD

Ik heb de eer het geacht lid mede te delen dat, overeenkomstig artikel 77, § 2, b), van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting op de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bijlage, tabel A, XXII, afdeling I, § 1, 2°, artikel 15, § 1, 2°, b), van het Koninklijk Besluit van 8 juli 1970 houdende algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en artikel 96 van het wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, «de personen die aangetast zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50% bedraagt» kunnen genieten van respectievelijk de vrijstelling van de belasting op de toegevoegde waarde, de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling.

Voor de evaluatie van deze invaliditeit houden de geneesheren van het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie, Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu geen rekening met de oorsprong van de pathologie maar met al de uitingen en de weerslag van de pathologieën op de onderste ledematen.

Een wetswijziging lijkt me bijgevolg niet noodzakelijk.

Anderzijds ben ik bereid het bijzonder geval te onderzoeken waar het geacht lid naar verwijst indien hij mij alle gegevens hierover zou willen mededelen.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 771 voorkomen
WBTW art. 961 voorkomen