VRAAG
Een verlaging van de BTW op de fiets, op fietstoebehoren en fietsherstellingen bijvoorbeeld naar 6 pct. kan ongetwijfeld het gebruik van dit milieuvriendelijke vervoermiddel stimuleren en de arbeidsintensieve werkgelegenheid vergroten. Op Europees niveau zijn er al ideeën gelanceerd om de BTW in de reparatiesector in zijn geheel te verlagen.
1. Hoeveel heeft de BTW op fietsen jaarlijks sinds 1990 opgebracht ?
2. Zijn er plannen om de BTW op de fiets, op fietstoebehoren en fietsherstellingen te verlagen, bijvoorbeeld naar 6 pct. te brengen om het gebruik van dit milieuvriendelijke vervoermiddel te stimuleren en de arbeidsintensieve (herstel)werkgelegenheid te vergroten ?
3. Zijn er eventueel Europese initiatieven in die richting te verwachten ?
ANTWOORD
1. Een rechtstreekse berekening van de BTW-opbrengst voortvloeiend uit de verkoop van fietsen en het gebruik ervan is, louter op basis van de ingediende BTW-aangiften, niet mogelijk. De globaliteit van die aangiften geeft enkel een idee van de totale consumptie, dit terwijl enkel de eindconsumptie in ogenschouw mag genomen worden.
Daarom wordt beroep gedaan op gegevens opgenomen in de Nationale Rekeningen. De gevraagde inlichtingen zijn samengebracht in de tabel hierna.
Per begrotingsjaar is benevens de BTW-opbrengst tevens het van kracht zijnde BTW-tarief vermeld. Voor het jaar 1992 zijn twee tarieven weerhouden vermits per 1 april van dat jaar het normale BTW-tarief van 19 op 19,5 procent is gebracht.
Tenslotte dient opgemerkt dat de gegevens voor de periode 1990-1995 definitieve cijfers betroffen. Voor de jaren 1996-1997 heeft de administratie ramingen opgesteld bij gebrek aan definitieve cijfers uit de Nationale Rekeningen.
Tabel
De BTW-opbrengsten inzake de verkoop en het gebruik van fietsen gedurende de periode 1990-1997.
JAAR
TARIEF
OPBRENGSTEN
1990 1991 1992
1993 1994 1995 1996 1997
19 % 19 % 19,5 % 19,5 % 20,5 % 21 % 21 % 21 %
1.730 1.611 424 1.306 1.863 2.121 2.166 2.245 2.327
2. Sedert 1 januari 1993 kunnen de Lidstaten enkel een verlaagd BTW-tarief toepassen voor de leveringen van goederen en de diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van de richtlijn 77/388/EEG.
Fietsen, fietstoebehoren en fietsherstellingen zijn niet opgenomen in de voornoemde lijst. Derhalve is het voor de Belgische wetgever onmogelijk om op basis van deze Europese regelgeving voor bovengenoemde goederen en diensten het verlaagd BTW-tarief in te voeren.
3. Op 12 november 1997 heeft de Europese Commissie in een mededeling aan de Raad van de Europese Unie in het kader van werkschepping de mogelijkheid en de opportuniteit onderzocht van een verlaagd BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten.
Het zou gaan om een verlaging - en enkel voor diensten en dus niet voor leveringen van goederen - voor een experimentele periode en op facultatieve basis.
Onder de categorieën die volgens de Commissie in aanmerking zouden kunnen komen somt zij onder meer deze op betreffende reparatie van roerende materiële goederen, waaronder fietsen.
Uit de besprekingen die tot op heden over deze mededeling in de ad-hoc werkgroep van de Raad werden gevoerd is gebleken dat meerdere Lidstaten de verlaging van de BTW-tarieven niet als het meest doeltreffend instrument beschouwen bij de bestrijding van de werkloosheid.
Uit de verdere discussie zal moeten blijken of er een consensus kan worden gevonden, zowel ten gronde als wat de uiteindelijk in aanmerking te nemen categorieën van diensten betreft, waardoor de Commissie een officieel voorstel terzake kan doen om de maatregel juridisch mogelijk te maken. Zonder dit voorstel en de goedkeuring ervan, met unanimiteit, door de Raad is, zoals hierboven reeds gesteld, elke tariefverlaging immers uitgesloten.