Aftrek van voorbelasting voor autovoertuigen bestemd voor personenvervoer · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

137 30 augustus 1972

Zoeken

Aftrek van voorbelasting voor autovoertuigen bestemd voor personenvervoer

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/137-aftrek-voorbelasting-autovoertuigen-bestemd-personenvervoer-2604

Nummer
137
Datum
30 augustus 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

29 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Aftrek van voorbelasting voor autovoertuigen bestemd voor personenvervoer

VRAAG

Naar aanleiding van de nieuwe bepalingen van de wet van 22 juni 1972 heb ik de eer de geachte Minister volgende toelichtingen te vragen.

1. Een P.V.B.A. bezit geen personenwagens, doch ze kent aan haar personeelsleden of zaakvoerders een vergoeding toe voor het gebruik van hun persoonlijk voertuig in dienst der vennootschap (b.v. × F per maand of × F per afgelegde kilometer).

Alle facturen voor brandstoffen, herstelling en onderhoud komen op naam van de eigenaars der voertuigen.

Kan deze regeling een BTW opeisbaar maken en kan men een verhuringscontract zien dat tot stand kwam tussen de eigenaars der voertuigen en de vennootschap?

2. Een P.V.B.A. bezit geen personenwagens, doch ze neemt te haren laste al de uitgaven betreffende de voertuigen die persoonlijk toebehoren aan de zaakvoerders.

Alle uitgavefacturen zijn opgesteld op naam der vennootschap.

Kan de hierop betaalde BTW door de rechtspersoon worden afgetrokken? En zo ja, in welke mate?

Hoe is de regeling indien het gaat om beroepsreizen gedaan door personeelsleden met eigen voertuig?

3. Een P.V.B.A. bezit personenwagens die door de zaakvoerders worden aangewend zowel voor beroeps- als voor privé-gebruik.

a) Is de aftrek in hoofde der vennootschap hier steeds bepaald op 50 pct. ongeacht de verhouding van het privé-gebruik tot het totaal gebruik?

b) Is op de aan de zaakvoerders aangerekende huurvergoeding een BTW van 18 pct. verschuldigd of, bij gebrek van huurvergoeding, op het door de Administratie der Directe Belastingen in aanmerking genomen voordeel in natura?

Moet dit voordeel in natura eventueel niet worden gesplitst indien het ook andere posten dan het kosteloos gebruik van een voertuig bevat?

4. Een feitelijke vereniging bezit op haar naam een personenwagen die deels gebruikt wordt voor privé-doeleinden door de deelgenoten.

Zelfde vragen als onder 3.

5. De feitelijke vereniging bezit geen personenwagens, doch ieder deelgenoot is eigenaar van dergelijk voertuig dat deels gebruikt wordt in dienst der vereniging en deels voor het privé-gebruik der deelgenoten.

Welke regeling is toepasselijk in volgende gevallen:

a) De facturen worden opgesteld op naam der feitelijke vereniging. Is de betaalde BTW aftrekbaar en zo ja, in welke mate?

b) De facturen worden afgeleverd op naam der deelgenoten. Kan het gebruik door de feitelijke vereniging een BTW opeisbaar maken?

ANTWOORD

1 en 2. De sommen die een zaakvoerder van een P.V.B.A. ontvangt omdat hij zijn personenauto gebruikt om beroepsreizen te doen voor rekening van de vennootschap zijn niet de prijs van een verhuur van die auto, doch bijkomende emolumenten van een zaakvoerder die, krachtens artikel 18, § 1, 3°, van het BTW-wetboek buiten de werkingssfeer van de belasting over de toegevoegde waarde vallen.

Zo zijn ook de sommen die om dezelfde redenen door een P.V.B.A. uitbetaald worden aan een personeelslid niets anders dan een weddesupplement dat evenmin aan de BTW is onderworpen.

Anderzijds maken noch artikel 45, § 1, noch enige andere bepaling van het BTW-wetboek het mogelijk aan een P.V.B.A. toe te staan dat zij de BTW in aftrek brengt die geheven werd van leveringen en diensten die betrekking hebben op personenauto's die toebehoren aan een zaakvoerder of aan leden van haar personeel en die door de betrokkenen gebruikt worden voor privé-reizen en voor beroepsreizen voor rekening van de P.V.B.A. In dit opzicht hoeft er geen onderscheid te worden gemaakt naargelang die kosten op een al of niet forfaitaire wijze door de P.V.B.A. worden gedragen noch naargelang de facturen al of niet op naam van de P.V.B.A. zijn opgesteld.

3. Wanneer een P.V.B.A. personenauto's ter beschikking stelt van de zaakvoerders voor hun beroepsreizen, maar ze hen eveneens laat gebruiken voor privé-reizen, moet ze, in haar relatie met die zaakvoerders, de BTW tegen het tarief van 18 pct. heffen over de huurvergoeding die ze hun aanrekent voor het privé-gebruik, of, indien er geen huurvergoeding gevraagd wordt, over de waarde van het voordeel in natura dat wegens de terbeschikkingstelling van de auto voor privé-reizen door de Administratie der Directe Belastingen in aanmerking wordt genomen.

Die heffing belet niet dat artikel 45, § 2, van het BTW-wetboek van toepassing is ten aanzien van de aanschaffing en het gebruik van de aldus ter beschikking van de zaakvoerders gestelde auto's. Daaruit volgt dat in hoofde van de P.V.B.A. de aftrek van de voorbelasting bepaald wordt op 50 pct., ongeacht overigens de mate waarin de auto door de zaakvoerder voor privé-reizen wordt gebruikt.

4 en 5. Op het stuk van de aftrek van voorbelasting waarin artikel 45 van het BTW-wetboek voorziet hoeft er in beginsel geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de belastingplichtige al of niet de rechtspersoonlijkheid heeft.

De antwoorden gegeven op de punten 1 tot 3 zijn derhalve mutatis mutandis van toepassing in de hypothesen die bedoeld zijn in de punten 4 en 5 van de vraag van het geachte lid.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 452 voorkomens
WBTW art. 181 voorkomen