Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 142, blz. 15169-15170
Internationaal personenvervoer - Hotel- en restaurantkosten - Vrijstelling - Recht op aftrek.
VRAAG
Tengevolge van weersomstandigheden of technische problemen zien ondernemingen voor personenvervoer per vliegtuig of langs de weg zich soms genoodzaakt hun passagiers in hotels onder te brengen en hen maaltijden aan te bieden.
1. Is de in België gevestigde dienstverlener BTW op dergelijke diensten verschuldigd ?
2. Zo ja, kan de vervoeronderneming ze aftrekken ?
3. Op welke bepalingen van het wetboek of op welke redenering stoelen de gekozen oplossingen ?
4. Moet een onderscheid worden gemaakt naargelang het gaat om lucht- of wegvervoer ?
ANTWOORD
De diensten van hotel en restaurant in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, van het BTW-wetboek zijn volgens de gewone regels aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden.
Op grond van artikel 21, § 3, 4°, b, van voornoemd wetboek wordt voor de diensten die betrekking hebben op het verschaffen van spijs en drank door een restaurant als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de dienst materieel wordt verricht. Bovendien worden hoteldiensten krachtens artikel 21, § 3, 1°, van voornoemd wetboek en artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 27 december 1977 met betrekking tot de diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed, op het stuk van de BTW, geacht plaats te vinden daar waar het hotel is gelegen.
Evenwel, in overeenstemming met de richtlijnen inzake BTW van de Raad van de Europese Gemeenschappen, stelt artikel 41, § 1, van het BTW- wetboek onder meer het internationale luchtvervoer van personen van de belasting vrij terwijl krachtens artikel 42, § 2, 5°, van hetzelfde wetboek van de BTW vrijgesteld worden de diensten verleend aan passagiers en bemanning voor rekening van luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling. Deze laatste vrijstelling is toepasselijk op de hotel- en restaurantdiensten die aan de bedoelde internationale luchtvaartmaatschappijen worden verleend in de door het geacht lid beoogde omstandigheden. Voor het internationaal vervoer van personen langs de weg bestaat er geen gelijkaardige vrijstelling.
Op grond van artikel 45, § 3, 3°, van het BTW-wetboek komt de belasting geheven van de kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, van voornoemd wetboek en die, in de door het geacht lid beoogde gevallen niet door de reizigers worden gedragen maar door de ondernemingen voor personenvervoer die bovenvermelde vrijstelling niet genieten, in hoofde van bedoelde ondernemingen, niet voor aftrek in aanmerking.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.