Overdracht van rechten bij afbraak en wederopbouw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1341 3 februari 2023

Zoeken

Overdracht van rechten bij afbraak en wederopbouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1341-overdracht-rechten-afbraak-wederopbouw-reccino-92cb

Nummer
1341
Datum
3 februari 2023

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1341 van de heer Reccino Van Lommel d.d. 03.02.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/105 d.d. 09.03.2023, blz. 183

Vraag nr. 1341 van De heer volksvertegenwoordiger Reccino Van Lommel van 03 februari 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Overdracht van rechten bij afbraak en wederopbouw.

VRAAG

De tijdelijke federale maatregel waarbij een lager btw-tarief van toepassing is bij vastgoed dat wordt gesloopt en heropgebouwd werd verlengd tot eind 2023. Een van de voorwaarden is dat de eigenaar (natuurlijk persoon of rechtspersoon) die de woning afbreekt ook effectief bouwheer moet zijn voor de nieuw op te richten gebouwen waarvan de eenheden kleiner zijn 200 m².

Echter is het niet ongebruikelijk dat een bouwpromotor in de loop van de werkzaamheden het zakelijk recht, omwille van diverse redenen, overdraagt aan een andere rechtspersoon. Hiermee vervalt echter de mogelijkheid om begunstigden te laten genieten van het verlaagd btw-tarief van 6 %, omdat de bouwheer in dat geval verschilt van degene die de opdracht tot sloping gaf. Dit zorgt ervoor dat kopers worden benadeeld.

1. Erkent u dat dit nadelige gevolgen heeft voor de uiteindelijke begunstigden/kopers die hierdoor niet meer kunnen genieten van het gunsttarief? Waarom werd niet overwogen om een overdraagbaarheid toe te staan?

2. Bent u van oordeel dat de nodige soepelheid aan de dag moet worden gelegd?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 09.03.2023:

Uit de bewoordingen van artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20, dat inzonderheid van toepassing is op de leveringen van woningen en het bijhorend terrein, blijkt duidelijk dat de tijdelijke maatregel inderdaad enkel betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde belastingplichtige (bouwheer/verkoper).

Indien dit niet het geval is, kan de verkoop van de heropgerichte woning, in principe, het verlaagd btw-tarief van 6 % niet genieten.

In afwijking van die wettelijke bepaling werden twee toleranties voorzien (zie titel 5.1 van circulaire 2021/C/18 betreffende het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen in het hele Belgische grondgebied). Die toleranties hebben betrekking op situaties die zeer frequent voorkomen in de bouwsector, namelijk dat verbonden partijen gezamenlijk een bouwproject ondernemen. Het feit dat de toleranties vereisen dat betrokken partijen verbonden moeten zijn, vloeit uiteraard voort uit de wettelijke voorwaarde die stelt dat de afbraak en heropbouw moeten gebeuren door dezelfde persoon.

De toepassing van deze toleranties was echter beperkt tot de gevallen waarin er zich uiterlijk op 31 december 2020 reeds een oorzaak van opeisbaarheid heeft voorgedaan van btw geheven met betrekking tot de afbraak van het gebouw. De bedoeling was immers om ervoor te zorgen dat projecten die reeds opgestart waren vóór de inwerkingtreding van de nieuwe maatregel, maar waarbij de betrokken partijen niet de mogelijkheid hadden gehad om zich zodanig te organiseren opdat ze zouden voldoen aan voormelde wettelijke voorwaarde, toch de maatregel konden genieten.

Ik ben van mening dat de administratie de maatregel reeds soepel toepast voor wat betreft uw tweede vraag.

Ik verwijs u naar de publicatie Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan (uitgave 2 juni 2021) die u terugvindt op de website van de FOD Financiën. Vragen 3.1 tot en met 3.3. bespreken de gevallen waarin de administratie aanneemt dat voldaan is aan de bedoelde voorwaarde. In al die gevallen gebeurt de afbraak en heropbouw feitelijk door dezelfde persoon.

Aangehaalde teksten

1

Administratieve doctrine

3

« … verhuur in het kader van het sociaal beleid schriftelijke parlementaire vraag nr. 614 van de heer Volksvertegenwoordiger Jasper Pillen van 09.09.2021 schriftelijke parlementaire vraag nr. 734 van de heer Volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 24.11.2021 schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.341 van de heer Volksvertegenwoordiger Reccino Van Lommel van 03.02.2023 schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.483 van de heer Volksvertegenwoordiger Josy Arens van 22.05.2023 schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.711 van de heer Volksvertegenwoordiger Joris Vandenbroucke van 05.10.2023 Tot slot, naar aanleiding van het … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 3 documenten