Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 128, blz. 25140-25142
Exploitanten van sportinrichtingen - Werkingssubsidies
VRAAG
Artikel 44, § 2, 3° van het BTW-wetboek bepaalt dat de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, vrijgesteld zijn van BTW wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan.
Vaak krijgen dergelijke exploitanten allerlei subsidies, zoals subsidies voor de tewerkstelling van personeel, rentesubsidies en dergelijke meer.
Het spreekt voor zich dat de exploitanten bij het bepalen van hun tarieven rekening houden met deze subsidies. De kosten, die worden gedekt door subsidies, moeten immers niet aan de klanten worden doorgerekend. De belastingplicht van sommige exploitanten van sportinrichtingen die subsidies genieten, wordt naar verluidt door sommige BTW-controleurs betwijfeld.
Bent u het met mijn zienswijze eens dat voormelde werkingssubsidies bij de ontvangsten moeten worden geteld om te beoordelen of de ontvangsten de kosten overtreffen? Indien de ontvangsten, inclusief de subsidies, de kosten overtreffen, blijft de exploitant BTW-plichtige met recht op aftrek.
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 06.07.2006)
De subsidie is een door de overheid of door een door de overheid gesteunde rechtspersoon verleende geldelijke tussenkomst aan een persoon, voor het financieren van werkzaamheden waarvan geoordeeld wordt dat ze nuttig zijn voor het algemeen welzijn. Het toekennen van subsidies heeft in principe geen gevolgen op de hoedanigheid van belastingplichtige van die persoon.
Subsidies kunnen namelijk toegekend worden aan instellingen of inrichtingen waarvan de ontvangsten niet voldoende zijn om hun kosten te dekken omdat die instellingen of inrichtingen vrijwillig lagere prijzen toepassen op hun diensten die aldus niet alleen bereikbaar blijven vanuit financieel oogpunt maar tevens een stimulerende invloed uitoefenen op de gebruikers.
Wanneer bijvoorbeeld subsidies toegekend worden aan een exploitant van een sportinrichting, zijnde een instelling zonder winstoogmerk, een gemeentebedrijf of een intercommunale, en ingevolge het toekennen van die subsidies, de ontvangsten de kosten overtreffen, heeft dit niet tot gevolg dat de exploitant moet aangemerkt worden als een instelling met winstgevend doel uitgesloten van de vrijstelling van artikel 44, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek.
Het toekennen van subsidies kan integendeel een bewijs vormen dat die instelling of inrichting zelf niet genoeg middelen heeft om haar uitgaven te dekken, met andere woorden dat haar ontvangsten zelf niet voldoende zijn om haar exploitatiekosten te dekken. Zo'n instelling of inrichting blijft derhalve bedoeld door voornoemd artikel 44, § 2, 3° van het BTW-Wetboek en blijft een belastingplichtige zonder recht op aftrek.