Diensten verstrekt door sportlui. Trainingskosten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1305 1 december 1994

Zoeken

Diensten verstrekt door sportlui. TrainingskostenDiensten verstrekt door sportlui. Trainingskosten.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1305-diensten-verstrekt-sportlui-trainingskosten-clippele-c2f2

Nummer
1305
Datum
1 december 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 137, blz. 14523-14524

Diensten verstrekt door sportlui - Trainingskosten.

VRAAG

Artikel 44, § 2, 8°, van het BTW-wetboek bepaalt dat de diensten aan organisatoren van sportwedstrijden of sportfeesten verstrekt door deelnemers aan die wedstrijden of feesten van de BTW zijn vrijgesteld.

1. Op welke bepaling van de zesde BTW-richtlijn stoelt die vrijstelling ?

2. Zou men door sportprestaties aan de BTW te onderwerpen de kosten van de trainingen niet kunnen drukken en onze sportlieden op dezelfde voet brengen met sportlui uit andere EU-lidstaten, die wel BTW-plichtig zijn ?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 28, lid 3, b, en de bijlage F, punt 2, van de Zesde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977, konden de lidstaten onder meer de prestaties van kunstenaars en andere beoefenaars van vrije beroepen blijven vrijstellen.

België heeft aldus sinds de invoering van het BTW-stelsel de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 8°, van het BTW-Wetboek voor de diensten aan organisatoren van sportmanifestaties verstrekt door de deelnemers aan die manifestaties behouden.

In dit verband blijkt uit de voorbereidende werken bij het totstandkomen van het BTW-Wetboek dat het de bedoeling van de wetgever is geweest "het voorkomen van veel moeilijkheden van praktische aard die het betrekken van de personen in het BTW-stelsel met zich zou meebrengen" (zie Memorie van toelichting, Parl.St. Kamer, BZ, 1968-1969, nr. 88/1, 41). Deze situatie heeft overigens nooit aanleiding gegeven tot enige negatieve reactie vanuit de sportwereld.

Er wordt trouwens opgemerkt dat veel sportbeoefenaars hun activiteit uitoefenen in een band van ondergeschiktheid, zodat het probleem van de vrijstelling zich in die mate niet stelt.

Inzake de toestand van de Belgische sportbeoefenaars ten aanzien van degenen die gevestigd zijn in lidstaten waar de sportbeoefenaars aan de belasting onderworpen zijn - voor zover zij uiteraard hun activiteit niet uitoefenen in een band van ondergeschiktheid - mag niet uit het oog worden verloren dat, alhoewel de onderwerping aan de belasting hen in de regel toelaat de belasting geheven van de hen geleverde goederen en verstrekte diensten in aftrek te brengen, dit niet van die aard is om de trainingskosten in belangrijke mate te verminderen temeer daar het nakomen van de bijkomende fiscale verplichtingen hoe dan ook een toename van de administratieve en boekhoudkundige kosten kan veroorzaken.

Overigens heeft de Europese Commissie in verband met deze vrijstelling nooit enige opmerking lastens België gemaakt temeer daar, in afwachting van de goedkeuring van de 18e Richtlijn bis, de lidstaten op heel verschillende wijze toepassing hebben gemaakt van de mogelijkheid om de afwijkingen te behouden voorzien in artikel 28, lid 3, b, en de bijlage F van de Zesde Richtlijn waardoor bijgevolg de handelwijze van de lidstaten tamelijk uiteenlopend is.

Aangehaalde teksten

2