Driehoeksverkeer. Vereenvoudigingsregeling. Overgangsregeling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1293 24 november 1994

Zoeken

Driehoeksverkeer. Vereenvoudigingsregeling. OvergangsregelingDriehoeksverkeer. Vereenvoudigingsregeling. Overgangsregeling.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1293-driehoeksverkeer-vereenvoudigingsregeling-overgangsregeling-denys-0caf

Nummer
1293
Datum
24 november 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 135, blz. 14167-14169

Driehoeksverkeer - Vereenvoudigingsregeling - Overgangsregeling.

VRAAG

Door het wegvallen van de binnengrenzen binnen de EU rijst voor sommige handelsverrichtingen een probleem dat niet geregeld wordt door de huidige BTW-wetgeving. Stel : A is een verkoper in België; B is een klant van A, niet woonachtig in een EU-lidstaat en C is een klant van B, woonachtig in een EU-lidstaat en die dichter bij A woont dan bij B.

Door een eenmalige verkoop verkoopt A als machinefabrikant een machine aan B. In dat geval ligt het voor de hand dat de eenvoudigste handelswijze is de machine direct af te zetten bij C en de factuur door te sturen naar B.

Dit blijkt echter onmogelijk geworden te zijn omdat er geen douaneverplichtingen zijn (de machine verlaat Europa niet) en het ook niet gaat om een intracommunautaire handeling aangezien de contractant (B) niet woonachtig is in een EU-lidstaat. Dergelijke situatie wordt niet geregeld in de nieuwe BTW-wetgeving en de douanereglementering. Tot eind 1992 bestond dit probleem niet omdat het via diverse documenten van de douane werd geregulariseerd.

De thans wettelijk mogelijke oplossingen zijn allemaal ernstig handelsbelemmerend :

•facturen met Belgische BTW : de contractant (B) kan deze niet recupereren van de Belgische Staat;

•uitvoeren naar B, die op zijn beurt opnieuw invoert in de EU : dit verdubbelt de transportkosten;

•B zoekt een aansprakelijke vertegenwoordiger in het land van C : dit is nodeloos omslachtig bij een éénmalige verkoop.

Werkt u aan een oplossing die de handel niet belemmert en zo ja, welke ?

ANTWOORD

De situatie die het geachte lid beoogt betreft het driehoeksverkeer. Het gaat om situaties waarbij drie deelnemers aan het economisch verkeer optreden, gevestigd in drie verschillende landen.

Vooreerst moet worden opgemerkt dat het BTW-overgangsstelsel niets wijzigt aan de bestaande principes voor de plaatsbepaling van de levering van goederen. Het BTW-wetboek bevat ter zake slechts de twee volgende criteria :

•de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van de verkrijger of overnemer;

•de plaats waar de verzending of het vervoer aanvangt ter bestemming van de verkrijger of de overnemer wanneer het goed wordt verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, de verkrijger of de overnemer.

Daarenboven kan in het driehoeksverkeer er slechts een levering met vervoer ter bestemming van de verkrijger gebeuren in één van de betrokken juridische relaties. Een van de leveringen (hetzij door A aan B, hetzij door B aan C) moet noodzakelijkerwijs een levering zonder vervoer zijn die belastbaar is op de plaats waar de goederen ter beschikking worden gesteld van de verkrijger of de overnemer.

Wanneer het vervoer gebeurt in de relatie B-C, zal de handeling A-B een nationale levering uitmaken in het land van vertrek van de goederen terwijl de handeling B-C een intracommunautaire levering is. B moet zich dus in het land van A voor BTW-doeleinden laten identificeren (in de situatie die het geacht lid aanhaalt zou dat in België zijn).

Wanneer het vervoer daarentegen in de relatie A-B gebeurt, is de handeling A-B een intracommunautaire levering terwijl de handeling B-C een nationale levering is in het land van C. B moet zich dus, in principe, in het land van C voor BTW-doeleinden laten identificeren.

Wat deze laatste situatie betreft werd op Europees vlak een vereenvoudigingsregeling aangenomen. De draagwijdte van deze regeling werd door de Administratie van de BTW toegelicht in aanschrijving nr. 13 van 13 juli 1993 (BTW-Rev. 106/908 e.v.). Door deze regeling is de identificatie voor BTW-doeleinden in de laatste lidstaat niet meer nodig voor zover men over een BTW-nummer beschikt in een andere lidstaat. Uiteraard is deze regeling enkel van toepassing op relaties tussen drie verschillende lidstaten.

Het feit dat in uw voorbeeld contractant B, die buiten de Europese Unie gevestigd is, goederen verkoopt binnen de Europese Unie houdt inderdaad in dat hij zich voor BTW-doeleinden moet laten identificeren in de Europese Unie. Er bestaat immers geen akkoord met derde landen omtrent vereenvoudigingsmaatregelen.

Alhoewel dit op het eerste gezicht handelsbelemmerend kan lijken is deze maatregel niettemin noodzakelijk. Immers, door het wegvallen van de binnengrenzen en de douaneformaliteiten binnen de Europese Unie zouden buiten de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen gelijk welke economische activiteit kunnen uitoefenen in ons land en in andere lidstaten zonder dat enige vorm van controle daarop mogelijk is.

Daartegenover staat dat, in tegenstelling tot wat in de vraag wordt verondersteld, het niet strikt noodzakelijk is dat men over een BTW- nummer beschikt in de lidstaat van C. Indien B reeds over een BTW-nummer beschikt in een andere lidstaat dan België of de lidstaat van C, kan de hierboven genoemde regeling van het vereenvoudigd driehoeksverkeer eveneens worden toegepast.