Uitvoer van bouwmaterialen bestemd voor werven in Frankrijk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

129 22 april 1976

Zoeken

Uitvoer van bouwmaterialen bestemd voor werven in Frankrijk

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/129-uitvoer-bouwmaterialen-bestemd-werven-in-cd00

Nummer
129
Datum
22 april 1976

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. , blz.

Uitvoer van bouwmaterialen bestemd voor werven in Frankrijk

VRAAG

Meerdere bouwfirma's voeren werken uit in Frankrijk en dit vooral na de goedkeuring in 1971 van de Europese richtlijnen inzake overheidsovereenkomsten voor het uitvoeren van werken.

Bij de uitvoering van dergelijke werken voeren de Belgische firma's materialen uit naar Frankrijk, sommige voor definitief gebruik, andere voor de duur van het werk (bv. betonmolens, luchtcompressoren, bouwkranen).

Graag vernam ik van de heer Minister wat er dient gedaan voor de betaling van de BTW:

a) voor de uitgevoerde materialen met definitieve bestemming. Kan dat gebeuren aan het douanekantoor of moet dat langs een financiële instelling in Frankrijk geschieden;

b) voor de materialen die na de uitvoering van het werk terug in België worden ingevoerd?

ANTWOORD

Op de door het geacht Lid gestelde vragen, volgen hierna de antwoorden:

a) Op grond van artikel 39, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt van de belasting vrijgesteld, de levering van goederen die door de leverancier definitief worden uitgevoerd door ze van het binnenland naar het buitenland te vervoeren of te doen vervoeren.

Wanneer de goederen worden uitgevoerd over de Belgisch-Franse grens moet aan de Belgische douane een geschreven aangifte ten uitvoer opgesteld op naam van de leverancier die de goederen aan de douane vertoont en een kopie van de verkoopfactuur of bij ontstentenis van een verkoopfactuur, een verzendingsstuk worden ingereikt.

De leverancier van de goederen moet te allen tijde in het bezit zijn van alle documenten waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt; de stukken die bij wijze van voorbeeld vermeld worden in artikel 4 van het koninklijk besluit van 20 juli 1970, nr. 18 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn degene die het meest voorkomen.

b) De wederinvoer van het materieel dat heeft gediend voor het uitvoeren van bouwwerken in Frankrijk, mag met vrijstelling van de BTW plaatsvinden, op grond van artikel 33, § 1, 2° van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

De vrijstelling wordt verleend onder de voorwaarden die zijn gesteld door de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake invoerrecht; die bepalingen zijn weergegeven onder artikel 52 van de Instructie Vrijdommen van de Administratie der douane en accijnzen, instructie die in om het even welk douanekantoor kan worden geraadpleegd; er wordt onder meer ingesteld dat de uitvoer van het achteraf weder in te voeren materieel geschiedt onder dekking van een aangifte ten uitvoer 69, terwijl een aangifte 136B en een dokument 45B door de douane worden geldig gemaakt bij de wederinvoer van dat materieel; die wederinvoer moet in principe plaatshebben binnen het jaar van de uitvoer. Onafgezien van die bepalingen is de vrijstelling van de BTW op het ogenblik van de wederinvoer ondergeschikt aan de voorwaarde dat het materieel eigendom gebleven is van degene die er eigenaar van was bij de uitvoer.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 391 voorkomen