Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 163, blz. 21010-21011
Dienstencheques
VRAAG
Op 7 december 2001 werd tussen de Federale Staat, de gewesten en de Duitstalige Gemeenschap een samenwerkingsakkoord gesloten over de ontwikkeling van buurtdiensten en -banen.
Het decreet van 28 november 2002 houdende instemming met dat akkoord heeft het in artikel 14 over "de evaluatie van de financiële gevolgen voor de openbare financiën van de Federale Staat, de gewesten en de Duitstalige Gemeenschap en met name voor de BTW-ontvangsten (...)".
Het behoort tot uw bevoegdheden een beslissing te nemen over de BTW-tarieven die van toepassing zijn op de dienstencheques. Kan u meedelen of de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend is voor dat tarief?
ANTWOORD
(van de minister van Financiën)
Een dienstencheque, in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, is een betaalmiddel en bijgevolg maakt de verkoop ervan aan nominale waarde door de uitgever geen handeling uit als bedoeld in het BTW-Wetboek, en is dan ook niet aan die belasting onderworpen.
Een dienst daarentegen, waarvan de betaling gebeurt mits de overhandiging van één of meer dienstencheques, valt onder de toepassing van de BTW als ze geleverd wordt door een BTW-belastingplichtige die handelt in het kader van zijn economische activiteit.
Het BTW-stelsel - heffing of vrijstelling - dat van toepassing is op dergelijke prestatie, en, in geval van heffing, het toepasselijk BTW tarief, hangen af van de aard van de verstrekte dienst, en, in voorkomend geval, van de hoedanigheid van de dienstverrichter.
Bij gebrek aan nadere informatie omtrent deze twee punten zal het geachte lid begrijpen dat het mij onmogelijk is om met kennis van zaken te kunnen oordelen over een concreet geval welke hij blijkbaar beoogt.
Voor zover ik over alle sleutelelementen beschik, ben ik evenwel bereid de toepassing van de BTW op dit concreet geval te laten onderzoeken.