Parlementaire vraag nr. 1230 van de heer Stéphane Lasseaux d.d. 29.05.2026
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2025-2026, QRVA 56/55 d.d. 14.07.2026, blz. 417
Btw-regeling voor kunstenaars en sporters
VRAAG
De Belgische cultuur- en sportsector worden gekenmerkt door een sterke internationale mobiliteit.
De toepassing van de btw-regels op de beroepen in die sectoren is echter een ingewikkeld juridisch kluwen, er bestaan verschillen op het stuk van de toepassing binnen de Europese Unie, en er vloeit administratieve rompslomp uit voort, waardoor vooral natuurlijke personen en micro-ondernemingen benadeeld worden.
1. Verschillen op het stuk van de omzetting van Richtlijn 2006/112/EG in nationaal recht en verstoring van de mededinging
In België worden de diensten die uitvoerende kunstenaars leveren aan organisatoren van voorstellingen en concerten krachtens artikel 44, § 2, 8° van het Btw-Wetboek vrijgesteld van die belasting. Die bepaling vormt een cruciale hefboom om de sector te ondersteunen.
Die vrijstelling vloeit echter voort uit de beslissingsbevoegdheid die de Europese Btw-richtlijn de EU-lidstaten biedt bij de omzetting van die regelgeving in nationaal recht. Blijkbaar zijn de regels op het niveau van de EU niet geharmoniseerd: sommige EU-lidstaten passen het normale tarief toe, andere een verlaagd tarief, en nog andere beperken de vrijstelling tot louter organisatoren zonder winstoogmerk of publiekrechtelijke organisatoren.
Wanneer een Belgische kunstenaar of artiest optreedt in een EU-lidstaat waar die vrijstelling niet erkend wordt, kan die prestatie onderworpen worden aan de lokale btw, als hij daar overeenkomstig de criteria inzake de plaats van de prestatie toe verplicht is, wat het concurrentievermogen van onze talenten ten opzichte van de lokale actoren aantast of het financiële evenwicht van de contracten wijzigt.
a) In welke EU-lidstaten geldt er volgens de informatie waarover uw administratie beschikt zo een vrijstelling?
b) Pleit België binnen de Raad van de Europese Unie voor een harmonisatie van die sectorspecifieke vrijstelling op basis van de hoogste standaard om op het vlak van cultuur en sport binnen de interne markt voor een level playing field te zorgen?
2. Bepaling van de hoedanigheid van belastingplichtige voor buitenlandse publiekrechtelijke lichamen (b2b versus b2c)
Een terugkerend probleem betreft de diensten die rechtstreeks door Belgische kunstenaars (niet aangesloten bij een sociaal bureau voor kunstenaars - SBK) worden verricht voor buitenlandse publiekrechtelijke lichamen (zoals ministeries, gemeenten of openbare culturele instellingen).
Krachtens artikel 13 van Richtlijn 2006/112/EG worden publiekrechtelijke lichamen niet als belastingplichtigen aangemerkt voor de werkzaamheden die zij als overheid uitvoeren. Heel wat van die lichamen beschikken echter over een nationaal btw-nummer (of een specifiek registratienummer), dat werd toegekend voor bijkomende activiteiten of in het kader van mechanismen van verlegging van de belasting bij intracommunautaire verwervingen.
Voor de Belgische dienstverleners is dat een zeer dunne grens: artikel 43 van de Richtlijn stipuleert dat de belastingplichtige die ook werkzaamheden verricht die niet aan de belasting onderworpen zijn, wordt aangemerkt als belastingplichtige voor alle voor hem verrichte diensten. In de Europese rechtspraak (met name het arrest Commissie versus Nederland) wordt er echter op gewezen dat op het stuk van de overheidstaken de hoedanigheid van publiekrechtelijke instelling primeert.
a) Zijn de toekenning en de mededeling van een geldig btw-nummer door een buitenlandse publiekrechtelijke instelling via het VIES-systeem voor de Belgische fiscus voldoende om de 'b2b-hoedanigheid' van de relatie vast te stellen en artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek toe te passen (verlegging van de heffing)?
b) Welke bewijslast rust er in geval van controle op de Belgische kunstenaar om aan te tonen dat hij te goeder trouw heeft gehandeld tegenover een overheidsinstelling die een btw-nummer heeft meegedeeld, indien achteraf blijkt dat die laatste strikt in het kader van haar taken als niet-belastingplichtige overheid heeft gehandeld?
3. Territorialiteit van culturele prestaties in een b2c-context in het buitenland
Als de buitenlandse openbare of private instelling als niet-belastingplichtige (b2c) gekwalificeerd wordt, is overeenkomstig artikel 21bis van het Belgische Btw-Wetboek de plaats van de dienst die verband houdt met culturele, artistieke of sportieve activiteiten, de plaats waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt. Als het evenement in het buitenland plaatsvindt, wordt de plaats van de handeling als 'buiten België' beschouwd.
a) Bevestigt uw administratie dat er in dat specifieke geval geen Belgische btw verschuldigd is, ongeacht het statuut van de kunstenaar als uitvoerder (natuurlijke persoon met vrijstelling of onderworpen aan de normale regeling)?
b) Wat zijn de verplichtingen in verband met de aangifte van die handelingen 'buiten het toepassingsgebied' van de Belgische btw in de periodieke btw-aangifte van de kunstenaar in België (meer bepaald in rooster 47)?
4. Identificatieverplichtingen en formaliteiten inzake de intracommunautaire opgave voor micro-ondernemingen
Het Belgische artistieke weefsel bestaat overwegend uit natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen (jaaromzet lager dan 25.000 euro).
Als zo een kunstenaar een dienst van artistieke aard verricht voor een private opdrachtgever (b2b) gevestigd in een andere lidstaat, is hij er krachtens artikel 53quater van het Btw-Wetboek toe verplicht zijn btw-nummer te gebruiken voor de intracommunautaire handelingen en om een kwartaalopgave (intracommunautaire listing) in te dienen, aangezien de belasting verschuldigd is door de afnemer in zijn land.
Die verplichting blijkt administratief zwaar voor alleenwerkende kunstenaars, die vaak weinig vertrouwd zijn met de ins en outs van de grensoverschrijdende boekhoudingsregels, en ze staat haaks op de vereenvoudiging die met de vrijstellingsregeling wordt beoogd.
a) Bestaan er administratieve toleranties op grond waarvan of minimumdrempels waaronder een vrijgestelde belastingplichtige die occasioneel grensoverschrijdende diensten verricht (b2b), kan worden vrijgesteld van het indienen van de intracommunautaire opgave?
b) Wordt een vereenvoudiging van de online aangiftetools (via de Intervat-applicatie) overwogen om de administratieve lasten voor micro-ondernemingen uit de cultuur- en sportsector te verlichten wanneer zij hun kunde tentoonspreiden in andere landen binnen de Europese Unie?
ANTWOORD
1. a) Wat betreft de btw-regeling die in de verschillende lidstaten van de Europese Unie van toepassing is op de diensten van uitvoerende kunstenaars, vindt u in onderstaande tabel de informatie die door mijn administratie kon worden verzameld:
| Lidstaat | Toepasselijke regeling | Opmerking |
| AT | Verlaagd tarief (13%) | |
| BG | Normaal tarief (20%) | |
| CY | Verlaagd tarief (5%) | |
| CZ | Normaal tarief (21%) | |
| DE | Verlaagd tarief (7%) | |
| DK | Vrijstelling | |
| EE | Normaal tarief (24%) | |
| EL | Normaal tarief (24%) | |
| ES | — | Geen relevante informatie beschikbaar |
| FI | Vrijstelling – Verlaagd tarief (13,5%) | In principe geldt de vrijstelling, maar de uitvoerende kunstenaar kan ervoor kiezen zijn diensten aan de btw te onderwerpen. In dat geval geldt het verlaagde tarief van 13,5%. |
| FR | Verlaagd tarief (10%) | |
| HR | Verlaagd tarief (13%) | |
| HU | — | Geen relevante informatie beschikbaar |
| IE | Normaal tarief (23%) | |
| IT | — | Geen relevante informatie beschikbaar |
| LT | Normaal tarief (21%) | |
| LU | Superverlaagd tarief (3%) | |
| LV | Vrijstelling | |
| MT | Normaal tarief (18%) | |
| NL | — | Geen relevante informatie beschikbaar |
| PL | Verlaagd tarief (8%) | |
| PT | Vrijstelling – Normaal tarief (23 %) | De vrijstelling geldt voor artistieke diensten die worden geleverd aan organisatoren of promotors van voorstellingen. In andere gevallen geldt in principe het normale tarief. |
| RO | Normaal tarief (21%) | |
| SE | Verlaagd tarief (6%) | Het verlaagde btw-tarief geldt voor auteursrechten; zie hoofdstuk 9, artikel 16, lid 1, van de Zweedse btw-wet. De uitvoering van een literair of artistiek werk door een podiumkunstenaar (acteur, muzikant, danser, artiest) is vrijgesteld van btw. |
| SI | Verlaagd tarief (9,5%) | |
| SK | Normaal tarief (23%) |
b) De diensten die uitvoerende kunstenaars verrichten voor organisatoren van voorstellingen zijn diensten die in principe aan de btw zijn onderworpen krachtens de btw-richtlijn.
Diezelfde richtlijn bepaalt echter in artikel 371 dat "De lidstaten die op 1 januari 1978 vrijstelling verleenden voor de in de lijst van bijlage X, deel B, genoemde handelingen, [...] deze, onder de in iedere betrokken lidstaat op die datum bestaande voorwaarden, [mogen] blijven vrijstellen."
Die bijlage X, deel B, van de btw-richtlijn vermeldt onder punt 2 "de diensten van auteurs, kunstenaars en vertolkers van kunstwerken, advocaten en andere beoefenaren van vrije beroepen, andere dan de medische en paramedische beroepen (...)."
De btw-vrijstelling die in België, zoals u aangeeft krachtens artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, op deze diensten van toepassing is, vindt zijn juridische grondslag in artikel 371 van de btw-richtlijn.
De mogelijkheid voor bepaalde lidstaten om die btw-vrijstelling toe te passen vloeit dus voort uit die zogenaamde standstill-clausule, waarvan er overigens meerdere bestaan in de btw-richtlijn. In dit geval gaat het om een facultatieve vrijstelling, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vrijstellingen voorzien in artikel 132 van de btw-richtlijn. Het al dan niet kunnen toepassen van die vrijstelling hangt af van de vraag of een lidstaat zich op die standstill-clausule kan beroepen.
Bovendien blijven de lidstaten, zelfs wanneer dergelijke diensten belast worden, vrij om al dan niet een verlaagd btw-tarief toe te passen. Die diensten vallen immers onder bijlage III van de btw-richtlijn, die de lijst bevat van goederen en diensten waarop een verlaagd btw-tarief kan worden toegepast. Meer bepaald verwijst punt 9 naar "diensten door en auteursrechten voor schrijvers, componisten en uitvoerende kunstenaars."
U pleit voor een harmonisering op Europees niveau om op dit vlak een gelijk speelveld te creëren voor de culturele en sportieve sector binnen de interne markt.
Ik wens erop te wijzen dat voor dergelijke diensten de plaats van belastingheffing en bijgevolg de toepasselijke nationale btw-regeling afhankelijk zijn van de plaatsbepalingsregels uit de richtlijn, namelijk:
· krachtens artikel 54 van de richtlijn: de plaats waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt wanneer de dienst materieel wordt verricht voor een niet-belastingplichtige, of de woonplaats/verblijfplaats van de toeschouwer wanneer de dienst virtueel wordt verricht (de situatie waarin de kunstenaar rechtstreeks optreedt voor de betalende toeschouwer, zonder tussenkomst van een organisator);
· krachtens artikel 44 van de richtlijn: de plaats waar de afnemer is gevestigd (de algemene regel voor diensten tussen belastingplichtigen) wanneer de dienst wordt verricht voor een belastingplichtige die als zodanig handelt (de meer gebruikelijke situatie waarin de artiest optreedt voor een organisator van een voorstelling, die op zijn beurt de voorstelling aanbiedt aan betalende toeschouwers).
Gelet op deze plaatsbepalingsregels heeft het feit dat verschillende lidstaten verschillende btw-regelingen toepassen geen directe impact op de concurrentie tussen kunstenaars uit verschillende lidstaten. Voor Belgische kunstenaars bijvoorbeeld hangt de regeling die ze moeten toepassen immers niet af van het Belgische btw-regeling, maar van de regeling die geldt in de lidstaat van consumptie, namelijk de lidstaat waar zij optreden of waar hun belastingplichtige klant (de organisator van de voorstelling) gevestigd is. In de praktijk is dat vaak dezelfde lidstaat. Volgens deze principes zijn Belgische artiesten en lokale artiesten dus onderworpen aan dezelfde regels in de onderscheiden lidstaten waar zij optreden.
De huidige regels vormen daarom op zich geen bron van concurrentieverstoring tussen kunstenaars uit verschillende lidstaten, aangezien alle kunstenaars aan dezelfde regels onderworpen zijn in de lidstaten waar ze optreden. Ik erken echter dat deze verscheidenheid aan toepasselijke regelingen voor kunstenaars een zekere complexiteit en administratieve last kan meebrengen.
2. Het begrip belastingplichtige, zoals omschreven in artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, bepaalt uitsluitend wanneer de afnemer voor de toepassing van de plaatsbepalingsregels van de artikelen 21 en 21bis van het Btw-Wetboek als een „belastingplichtige” moet worden beschouwd. Een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, wordt voor de toepassing van dit artikel als een belastingplichtige beschouwd. Tenzij hij over tegengestelde informatie beschikt, mag de dienstverrichter ervan uitgaan dat een in de Gemeenschap gevestigde afnemer de hoedanigheid van belastingplichtige heeft wanneer die afnemer hem zijn individueel btw-identificatienummer heeft meegedeeld en de dienstverrichter de geldigheid van dat nummer, evenals de eraan gekoppelde naam en adresgegevens, heeft kunnen verifiëren (artikel 18, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011).
3. a) In het door u geschetste concrete geval waarbij de plaats bepaald wordt overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 5°, eerste lid, b), van het Btw-Wetboek (artikel 54, lid 1, eerste lid, van Richtlijn 2006/112/EG) bevestig ik dat geen Belgische btw verschuldigd is wanneer de handeling in het buitenland wordt gelokaliseerd.
b) De belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht vrijgesteld door artikel 44 van het Btw-Wetboek waarvoor hij geen recht op aftrek heeft, is niet gehouden tot het indienen van periodieke btw-aangiften. Wanneer hij evenwel onderworpen is aan de normale btw-regeling met indiening van periodieke btw-aangiften omdat hij ook andere handelingen verricht, dienen bedoelde diensten die worden verstrekt aan een niet-belastingplichtige die plaatsvinden buiten België bij toepassing van de regels inzake de plaats van de dienst vermeld te worden in rooster 47 van de periodieke btw-aangifte. Ze worden niet vermeld in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen van de artiest of sportbeoefenaar
4. a) De in België gevestigde belastingplichtige die hier de vrijstellingsregeling van belasting bedoeld in de artikelen 56bis tot en met 56undecies van het Btw-Wetboek geniet moet, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 53sexies, § 1, eerste lid van het Btw-Wetboek, een opgave van zijn intracommunautaire handelingen indienen voor zijn dienstverrichtingen beoogd door de algemene regel van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek inzake de plaats van de dienst, die plaatsvinden in de lidstaat van de afnemer en waarbij de afnemer de belasting verschuldigd is, tenzij deze dienstverrichting geniet van een btw-vrijstelling in de lidstaat van de afnemer.
Belastingplichtigen die aan de normale btw-regeling zijn onderworpen en die in het betrokken kalenderkwartaal of in de loop van elk van de vier voorafgaande kalenderkwartalen een jaarlijkse omzet van meer dan 50.000 euro hebben gerealiseerd, moeten maandelijks een intracommunautaire opgave indienen. Aangezien de omzet van een belastingplichtige die onder de vrijstellingsregeling valt, de jaarlijkse drempel van 25.000 euro niet kan overschrijden, mag hij de intracommunautaire opgave slechts per kwartaal indienen. De belastingplichtige die gebruik maakt van de vrijstellingsregeling van belasting geniet dus een vereenvoudigingsmaatregel wat betreft de indiening van de intracommunautaire opgave.
De belastingplichtige die onder de vrijstellingsregeling valt, kan deze opgave elektronisch indienen via Intervat. Een andere vereenvoudigingsmaatregel staat deze belastingplichtige die geen gebruik kan maken van Intervat toe deze opgave nog steeds op papier in te dienen (zie ook vraag 4, b), hierna).
b) De verplichtingen inzake btw-identificatie en opgave van de intracommunautaire handelingen vloeien rechtstreeks voort uit de Europese regelgeving en kunnen niet eenzijdig nationaal worden versoepeld, ook niet voor kleine ondernemingen.
Zowel Europees, als op nationaal niveau wordt gewerkt aan een vermindering van de administratieve lasten via digitalisering en vereenvoudiging van de aangifteprocessen. Zo zal normaal gezien, in uitvoering van de ViDA-richtlijn, de opgave van de intracommunautaire handelingen vanaf 1/7/2030 worden afgeschaft bij inwerkingtreding van near realtime reporting. Deze reporting zal automatisch gebeuren op basis van de gestructureerde elektronische factuur.
Sinds 1 januari 2025 kunnen in de EU gevestigde belastingplichtigen via de SME-regeling gebruikmaken van de belastingvrijstelling in een of meerdere andere lidstaten. Net zoals voor de in België toegepaste vrijstellingsregeling van belasting worden enerzijds uitgaande handelingen door belastingplichtigen die van die regeling gebruikmaken niet belast. Anderzijds kan de belastingplichtige geen aftrek van de voorbelasting uitoefenen op goederen en diensten die werden gebruikt om de van de belasting vrijgestelde handelingen te verrichten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.