Vereniging zonder winstoogmerk. Raad van bestuur. Aanstelling van een rechtspersoon · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

122 6 juli 1992

Zoeken

Vereniging zonder winstoogmerk. Raad van bestuur. Aanstelling van een rechtspersoon

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/122-vereniging-zonder-winstoogmerk-raad-bestuur-67dc

Nummer
122
Datum
6 juli 1992

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992, nr. 022, blz. 1534

Vr. en Antw., Kamer, 1992, nr. 026, blz. 1780

BTW-Revue nr. 101, blz. 988, 22

Vereniging zonder winstoogmerk - Raad van bestuur - Aanstelling van een rechtspersoon

VRAAG

Bij de griffies van sommige rechtbanken wordt beweerd dat rechtspersonen geen deel kunnen uitmaken van de raad van bestuur van een vereniging zonder winstoogmerk.

Door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen B.S. 12 september 1991, nr. 176, blz. 19976 (z. BTW-Revue 97/389).

dienen eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking formeel gemotiveerd te worden. Zijn eenzijdige rechtshandelingen die voortvloeien uit het stilzitten van de overheid, vatbaar voor een vernietigingsberoep bij de Raad van State op basis van de schending van een substantiële vormvereiste, namelijk het ontbreken van een formele motivering?

ANTWOORD

Het geacht Lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

Hypothetisch gezien kan niet aan de vereiste van uitdrukkelijke motivering worden voldaan als de administratieve overheid zwijgt en stilzit.

In tegenstelling tot de Franse wet van 11 juli 1979, heeft de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de vraag niet beantwoord om te weten of een impliciete beslissing al dan niet onwettig is enkel omdat zij niet begeleid is van een formele motivering.

De vraag kan evenwel een oplossing vinden in de voorbereidende werkzaamheden.

Enerzijds werd uitsluitend het principe van de verplichting tot uitdrukkelijke motivering in aanmerking genomen; hetgeen a contrario meebrengt dat impliciete weigeringen niet moeten worden gemotiveerd (z. Parl. stuk, Senaat, buitengewone zitting 1988, nr. 215-3, blz. 7 en 8 Z. BTW-Revue 97/409. ).