Bedrijfsgebouw. Privé-gebruik. Herziening BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1215 28 januari 1998

Zoeken

Bedrijfsgebouw. Privé-gebruik. Herziening BTW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1215-bedrijfsgebouw-prive-gebruik-herziening-btw-55ac

Nummer
1215
Datum
28 januari 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 125, blz. 17304-17305

Bedrijfsgebouw - Privé-gebruik - Herziening BTW

VRAAG

Moet de belastingplichtige die een onroerend goed verwerft en het volledig voor de uitoefening van een aan BTW onderworpen economische activiteit gebruikt maar later beslist een deel ervan voor privé- doeleinden (andere dan verhuring) te gebruiken, de desbetreffende aftrek herzien of een dienst aan zichzelf verstrekken?

ANTWOORD

Krachtens artikel 45, § 1, van het BTW-wetboek, mag een belastingplichtige de BTW geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen in de mate dat hij ze gebruikt voor het verrichten van handelingen bedoeld in de bepaling.

In de door het geacht lid beoogde situatie, die bovendien veronderstelt dat het gebouw werd verworven met toepassing van de BTW die terecht volledig werd afgetrokken door de belastingplichtige, moet tot een gedeeltelijke herziening van de oorspronkelijk afgetrokken BTW worden overgegaan, en dit overeenkomstig artikel 10, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze herziening dient uiteraard slechts plaats te vinden voor zover het betrokken onroerend goed gedeeltelijk gebruikt wordt voor de privé-doeleinden van de belastingplichtige gedurende de herzieningstermijn van 15 jaar, die begint te lopen op de eerste januari van het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan.

Ofschoon het gebruik voor privé-doeleinden ook beoogd wordt door artikel 19, § 1, van het BTW-wetboek, dat bepaalde handelingen gelijkstelt met diensten verricht onder bezwarende titel, is het in principe vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 44, § 3, 2°, van genoemd wetboek. Aangezien het derhalve gaat om een handeling die niet is bedoeld in voornoemd artikel 45, § 1, van hetzelfde wetboek, geeft deze onvermijdelijk aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk verrichte aftrek.

Het zijn derhalve de regels met betrekking tot de beperking, de verwerping of de herziening van de aftrek die worden toegepast wanneer een goed dat oorspronkelijk voor het bedrijf was bestemd, naderhand wordt aangewend voor doeleinden die vreemd zijn aan de economische activiteit van de belastingplichtige. De toepassing van voornoemd artikel 19, § 1, van het BTW-wetboek blijft in de praktijk dan ook beperkt tot de situaties waarin er sprake is van een tijdelijk gebruik voor een korte duur, louter toevallig of zeer onregelmatig, van het geheel of een deel van een goed dat normaal bestemd is om in zijn geheel te worden aangewend voor de economische activiteit van de belastingplichtige.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 192 voorkomens
WBTW art. 452 voorkomens
KB nr. 3 art. 101 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen