Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/134 d.d. 04.11.2013, blz. 227
Parlementaire vraag nr. 121 van de heer volksvertegenwoordiger François-Xavier de Donnea van 7 maart 2013 (Fr.) aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
Btw - Heffing - Werken in onroerende staat - Uitvoering door eigen personeel
Vraag
In een antwoord op vraag nr. 233 van de heer Brotcorne van 20 januari 2011 (Schriftelijke vragen en antwoorden, Kamer, 2010-2011, nr. 23, blz. 44-45) stelde uw voorganger dat de administratie - bij wijze van vereenvoudiging - aanvaardt dat er geen btw verschuldigd is op herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken die door het personeel van publiekrechtelijke instellingen worden uitgevoerd in de gebouwen van die instellingen zelf.
Hij voegde er nog aan toe dat die maatregel ook geldt indien die werken voor eigen behoeften worden uitgevoerd door een volledig vrijgestelde belastingplichtige of zijn personeel.
Is de btw-vrijstelling ook van toepassing op werken in onroerende staat die worden uitgevoerd door belastingplichtigen van wie een gedeelte van de activiteiten slechts zeer gedeeltelijk belastbaar is, bijvoorbeeld indien er sprake is van een belastbare verhuring van enkele garages die zich bevinden buiten de gebouwen die ze verhuren?
Antwoord
van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken van 04.11.2013
In het geval waarin een gemengde belastingplichtige (natuurlijk persoon of privaatrechtelijke instelling) voor de doeleinden van zijn economische activiteit onroerende onderhouds-, herstellings- of reinigingswerken uitvoert, aanvaardt de administratie voortaan dat er geen btw verschuldigd is krachtens artikel 19, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek voor zover deze belastingplichtige, overeenkomstig artikel 46, § 2, van het Wetboek, de regeling van de aftrek met inachtneming van het werkelijk gebruik van de ontvangen goederen en diensten, toepast.
Het bovenstaande geldt derhalve zowel voor de werken met betrekking tot zijn krachtens artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde activiteit als die met betrekking tot zijn belastbare activiteit.
Wat de publiekrechtelijke instellingen betreft blijft het door het geachte lid aangehaalde antwoord op de parlementaire vraag nr. 233 van de heer Brotcorne van 20 januari 2011 uiteraard geldig. (Vragen en Antwoorden Kamer, 2010/2011, nr. 23, blz. 44-45)