Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 127, blz. 13.257-13.258
Verlegging van de heffing - Werk in onroerende staat - Voor een BTW-belastingplichtige vennootschap.
VRAAG
Een van de voorwaarden voor de verlegging van de heffing naar de medecontractant is dat de afnemer de hem verstrekte goederen en diensten gebruikt in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid (aanschrijving nr. 3 van 1 februari 1979).
Indien bijvoorbeeld een aannemer werken uitvoert aan een woning van een BTW-belastingplichtige vennootschap die deze verhuurt of gratis ter beschikking stelt aan haar zaakvoerder, kan men dan stellen dat de vennootschap de goederen en diensten gebruikt in de uitoefening van haar beroepswerkzaamheden ?
Zo ja, betekent dit dan dat de facturatie ingevolge werken in onroerende staat geleverd aan een BTW-plichtige vennootschap steeds moet gebeuren met toepassing van de verlegging ?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geacht lid te bevestigen dat de regeling van de verlegging van de heffing als bedoeld in artikel 20, §§ 1, 3 en 4, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, steeds geldt in het geval werk in onroerende staat of andere in artikel 20, § 2, van genoemd koninklijk besluit bedoelde handelingen worden verricht voor een BTW-belastingplichtige vennootschap gehouden tot het indienen van de in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek bedoelde aangifte (maand- of kwartaalaangifte).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.