Roerend of onroerend goed. Machines · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1188 5 maart 2001

Zoeken

Roerend of onroerend goed. Machines

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1188-roerend-onroerend-goed-machines-clippele-3028

Nummer
1188
Datum
5 maart 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-37, blz. 1844-1845

BTW-Revue nr. 152, blz. 608

Roerend of onroerend goed - Machines

VRAAG

Wordt een machine die met schroefbouten bevestigd is op een betonnen onderbouw, beschouwd als een roerend dan wel als een onroerend goed?

Wordt een mast die met schroefbouten bevestigd is op een betonnen onderbouw, beschouwd als een roerend dan wel als een onroerend goed?

Aan de hand van welke criteria wordt vastgesteld of een telecommunicatiemast voor de uitstraling van hertzgolven wordt beschouwd als een roerend dan wel als een onroerend goed?

Is het niet abnormaal vast te stellen dat een telecommunicatiemast nu eens als een roerend, dan weer als een onroerend goed wordt beschouwd?

ANTWOORD

Volgens de rechtsleer en rechtspraak inzake burgerlijk recht behouden machines en apparaten die deel uitmaken van industriële installaties logischerwijze hun roerende aard of worden ten hoogste onroerend door bestemming. Dit is zelfs zo wanneer deze goederen geplaatst zijn op een sokkel die onroerend uit haar aard is, zoals een betonnen sokkel, waaraan zij door middel van bouten zijn bevestigd.

Dezelfde redenering geldt in principe ten opzichte van een pyloon waarvan de afmetingen slechts een eenvoudig vastbouten aan een betonnen sokkel vereist. Een pyloon is daarentegen, overeenkomstig het gemeen recht onroerend van aard wanneer hij bij de grond is ingelijfd, wat het geval is voor pylonen - ongeacht of ze nu bestemd zijn om antennes voor uitzending van hertzgolven te dragen of voor elk ander gebruik - waarvan de voet in een betonnen sokkel is gestort die zorgt voor de aanhechting aan de grond. Deze principes volgen normaal uit de regels inzake onderscheid van de goederen, uiteengezet in de artikelen 516 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, en dienen uiteraard te worden toegepast in functie van de wel omschreven situaties die zich voordoen.