Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 125, blz. 13.111-13.112
Onroerende financieringshuur - Naast de aankoopoptie ook clausule gewone verhuur
VRAAG
Opdat leasing van onroerend goed in aanmerking zou komen voor het BTW-wetboek, moet voor de huurder een optie op de aankoop ervan na afloop van de huurtermijn bestaan. Kan het opnemen van een optie op wederverhuring ten bate van de huurder voor het geval de aankoopoptie niet wordt uitgevoerd, de hoedanigheid op het stuk van de BTW wijzigen?
Moet de optie op wederverhuring aan bepaalde voorwaarden voldoen om de hoedanigheid van de operatie niet in het gedrang te brengen?
ANTWOORD
Het geacht lid beoogt het geval waarin in een met de BTW belastbare overeenkomst van onroerende financieringshuur in de zin van artikel 44, § 3, 2°, b), van het BTW-wetboek, wordt bedongen dat bij het verstrijken van de termijn bepaald voor de financieringshuur, de leasingnemer de mogelijkheid heeft het betreffende onroerend goed verder te gebruiken (of er het genot van te hebben) ingevolge een onroerende verhuur die aanvangt bij het verstrijken van die termijn, wanneer hij op die datum de optie niet zou uitoefenen die hem toelaat de zakelijke rechten op het goed van de leasinggever over te nemen.
In deze veronderstelling, en in de mate waarin de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit nr. 30 van 29 december 1992, met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde op de onroerende financieringshuur worden nageleefd, is de clausule die aan de leasingnemer toelaat "gewoon huurder" (recht van schuldvordering) te worden van de overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b) van voornoemd wetboek in leasing genomen goederen, niet van die aard de kwalificatie van deze financieringshuur op het vlak van de BTW ter discussie te stellen wanneer in betreffende overeenkomst naast de aankoopoptie van het goed eveneens wordt voorzien in een clausule inzake gewone verhuur.
Het spreekt vanzelf dat de financieringshuurovereenkomst de leasingnemer, noch de leasinggever de mogelijkheid mag geven een einde te stellen aan de handeling vσσr het verstrijken van de overeengekomen termijn, die overeenstemt met de economische levensduur van het goed.
Aangezien het geacht lid wellicht een concreet geval beoogt, ben ik bereid het door de bevoegde administratie te laten onderzoeken, indien mij de voor het onderzoek nodige gegevens worden medegedeeld.