Studentenverenigingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1181 13 maart 2006

Zoeken

Studentenverenigingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1181-studentenverenigingen-goyvaerts-studentenvereniging-0271

Nummer
1181
Datum
13 maart 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22252-22253

Studentenverenigingen

VRAAG

In tal van Vlaamse steden met een universiteit (Brussel, Antwerpen, Gent, Leuven, enzovoort) bestaan er tal van studentenverenigingen. De jongste jaren zijn die studentenverenigingen (al dan niet met het statuut van VZW of feitelijke vereniging) hun werking op een meer professionele manier gaan uitbouwen. Naast de organisatie van fuiven houden zij zich bezig met allerlei activiteiten zoals de productie en de verkoop van cursussen. Ook beschikken zij veelal over een eigen infrastructuur.

Kan uw administratie meedelen in welke mate studentenverenigingen, afhankelijk van hun statuut (VZW of feitelijke vereniging), BTW-plichtig zijn ?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 31.03.2006)

Het BTW-statuut van studentenverenigingen werd door mijn diensten onderzocht.

Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat studentenverenigingen, die veelal de hoedanigheid hebben van VZW's of feitelijke verenigingen, activiteiten verrichten die bestaan uit het vertegenwoordigen van studenten, de verkoop van cursussen, het organiseren van toneelstukken, sportactiviteiten, reizen, fuiven en cantussen, enzovoort.

Gelet op het feit dat onderhavige verenigingen - onafhankelijk of ze al dan niet toegevoegd zijn of afhangen van een vrijgestelde onderwijsinstelling - handelingen verrichten die in het toepassingsgebied van de vrijstellingen als bedoeld in artikelen 44, § 2, 3°, 4°, 11° en/of 12°, van het BTW-Wetboek vallen en/of niet handelen in het kader van een economische activiteit in de zin van artikel 4, § 2, van de Zesde Richtlijn (77/388), wordt de identificatie als BTW-belastingplichtige niet geëist, ongeacht de juridische vorm die deze studentenverenigingen hebben aangenomen.

Bovengenoemd standpunt zou evenwel kunnen herzien worden indien de activiteiten van een studentenvereniging tot concurrentieverstoring zouden aanleiding geven en die activiteiten ipso facto als een geregelde economische activiteit zouden aangemerkt moeten worden.

Aangehaalde teksten

1